Over drinkende Noren, staatswijnhandels en bierbrouwen

Maandag worden gemeenteraadsverkiezingen gehouden in Noorwegen. Voor het eerst in de vaderlandse geschiedenis mag er op een verkiezingsdag alcohol worden verkocht. Verkiezingsdag mag dan al zijn vrijgegeven, er blijft nog een lange lijst van dagen waarop in Noorwegen géén alcohol mag worden verkocht: Kerst, Pasen, Nieuwjaar, alle zon- en feestdagen, 1 mei en de nationale feestdag 17 mei.

Noorwegen heeft een erg strikt alcoholbeleid. Wijn, sterke bieren en sterke drank zijn alleen in staatswijnhandels te koop – de zogenaamde Vinmonopolet, letterlijk vertaald “wijnmonopolie”. Toen ik voor het eerst in een Vinmonopolet binnenging, een dikke tien jaar geleden, leek het wel een apotheek of een ouderwets postkantoor. Er waren geen rekken met wijn, zoals bij ons in de supermarkt. De winkel was slechts een lege ruimte, met achter een hoge balie streng ogende, oudere dames in grijze hemden. Je moest in een catalogus aanduiden welke wijn je wou. De dame verdween tussen de rekken achter de balie en kwam terug met een fles in een ondoorschijnende, zwarte plastic tas.

In het Volksmuseum in Oslo kan je zien hoe Vinmonopolet er enkele decennia geleden uitzag. De laatste jaren is er een frisse wind door Vinmonopolet gewaaid. De winkels zien er nu uit als een betere wijnhandel bij ons. Je kan tussen de rekken met vele honderden flessen lopen om te kiezen, en als je zelf niet kan kiezen, kan je raad vragen aan één van de vele vriendelijke wijnexperts in de winkel die je met veel genoegen vertellen welke wijn het beste smaakt bij wat je gaat eten. De voorbije jaren zijn ook vele nieuwe Vinmonopolet-winkels opengegaan en zijn de openingsuren drastisch uitgebreid.

Wat helaas niet is veranderd zijn de absurd hoge prijzen voor alcohol. Voor een goede fles bier, van een halve liter, tel je meer dan 10 euro neer. Ook voor een fles goedkope wijn moet je minstens 10 euro neertellen. Per fles wijn moet je een heffing betalen van een dikke vijf euro; daar bovenop betaal je ook nog eens 21% meerwaardebelasting. Wijn drinken in Noorwegen is dus een dure grap.

Gewone pils (tot 4,5% alcohol) kan je wel in de supermarkt kopen. Maar ook daar gelden beperkingen: terwijl de meeste supermarkten tot laat ’s avonds open zijn, kan je na 20u (en op sommige plekken na 19u) géén bier meer kopen. Die regel wordt streng toegepast: onlangs moest ik om 20u02 twee blikjes bier achterlaten aan de kassa. Ik probeerde nog te argumenteren dat ik vóór 20u aan de kassa was gekomen, maar de dame achter de kassa was onvermurwbaar. Ook de import van wijn is streng beperkt: per persoon mag je maximaal 6 flessen wijn belastingsvrij het land binnenbrengen.

De hoge taksen en de restricties op de verkoop van alcohol werden in 1920 ingevoerd als reactie op het wijdverspreide alcoholisme in Noorwegen. De bedoeling is om het verbruik van alcohol te beperken. Werkt het ook?

Op gewone werkdagen wordt zeker minder alcohol gedronken dan in veel andere Europese landen. Dat hangt ook samen met de nultolerantie voor alcohol in het verkeer en zeker ook met een sociaal stigma: overdag drinken is iets voor alcoholverslaafden. Een biertje na het werk of een glas wijn ’s avonds kan eventueel als je iets te vieren hebt, maar het is zeker geen gewoonte zoals elders op het Europese continent.

Maar als de Noren feesten vloeit de alcohol even rijkelijk als in andere Europese landen. Het verbruik stijgt ook, in tegenstelling tot de trend in andere Europese landen: volgens het Instituut voor Volksgezondheid drinken de Noren nu 40% meer dan 20 jaar geleden. Het jaarlijkse gemiddelde alcoholverbruik per volwassen Noor (ca. 8 liter) blijft wel onder het Europese gemiddelde (11 liter). Het verbruik daalt ook onder jongeren.

Veel Noren kopen hun drank niet in de Vinmonopolet winkels: zelf je eigen bier brouwen is een grote rage. Ook de verkoop in taxfree winkels in de luchthavens floreert. Zoals veel andere Noren heb ik het afgelopen jaar de meeste van mijn wijn op de luchthaven gekocht, en niet in Vinmonopolet. Voorlopig stelt echter niemand het systeem van de staatswijnhandels ter discussie. Zeker niet nu er winkels bijkomen en de openingsuren worden uitgebreid. Nu kunnen de Noren zelfs op verkiezingsdag een fles kraken op het kiesresultaat. Skål, dat de beste mogen winnen!

Vier jaar na Breiviks aanslagen

Het was een regenachtige dag, 22 juli 2011. We waren aan zee, in het zuiden van Noorwegen, en waren even binnen gegaan om droge kleren aan te doen. Rond kwart voor vier ’s namiddags hoorden we op de radio over de ontploffing in het centrale regeringsgebouw in Oslo. 

Zo’n drie kwartier later was ik live op de radio in België: het was toen reeds duidelijk dat het om een aanslag ging, met een bomauto. Op camerabeelden was gezien hoe iemand gekleed in een uniform van een veiligheidsagent het gebouw had verlaten, weggereden was met de wagen, vlak voor de ontploffing.

Wie zou achter de aanslag zitten? Misschien moslimterroristen, die wilden protesteren tegen de Noorse deelname in de NAVO-operatie in Afghanistan? De één na de andere expert kwam aan het woord op de radio, maar er was nog veel onduidelijkheid.

Wij probeerden zelf intussen in contact te komen met een vriend van ons die voor de eerste minister werkte. Gelukkig was hij niet op kantoor op het moment van de aanslag.

Ik bracht verslag uit in het radionieuws van 17u en maakte me klaar om met de auto naar Oslo te vertrekken, zo’n driehonderd kilometer verderop. Toen ik in de wagen zat kwam het nieuws binnen van een schietpartij op Utøya – een klein eilandje in één van de vele fjorden in de buurt van Oslo. Op Utøya was op dat ogenblik het jaarlijkse zomerkamp aan de gang van de jong-socialisten. Er waren meer dan 500 jongeren bijeen, vanover het hele land.

De verwarring was groot. Was er een verband tussen Oslo en Utøya? Wat was er daar precies aan het gebeuren? Hoeveel slachtoffers waren er? Via sporadische sms-sen konden enkele jongeren vanop het eiland laten weten dat ze nog in leven waren, maar dat het schieten nog door ging. Rond 18u  nam de dader zelf contact op met de politie, om te melden dat hij zich wou overgeven, maar het contact werd verbroken.

Waarom duurde het zo lang voordat de reddingsoperatie op gang kwam? Een boot van de politie wou niet opstarten. Intussen vaarden privé-personen met kleine motorbootjes naar het eiland om jongeren te redden. De politie zocht naar manschappen die zo’n crisissituatie te baas konden.

Pas om 18u30 kon de dader worden overmeesterd door de politie. Hij had een uur lang huisgehouden op Utøya en tientallen jongeren neergeschoten, op een koele en berekende manier. Hij had de jongeren die zich in het bos verschuilden achtervolgd en geschoten op zij die probeerden weg te zwemmen.

Op de autoradio hoorde ik oproepen om dringend bloed te komen geven en verslagen over crisistoestanden in de spoeddiensten van de ziekenhuizen. Toen ik een paar uur later aankwam in Oslo, was de Noorse hoofdstad merkwaardig leeg. Ik reed tussen de legertanks naar mijn hotel. Al wie niet in de hoofdstad moest zijn, werd buitengehouden en de inwoners hadden de raad gekregen om binnen te blijven.

In de eerste tv-toespraken en interviews laat op de avond konden de premier en minister van justitie bevestigen dat er één man achter zowel de aanslagen in Oslo en op Utøya stond. De dader was gevat en hij had wellicht alleen had gehandeld. Het was een Noor.

De volgende ochtend werd zijn naam over de hele wereld bekend: Anders Behring Breivik. Een extreem-rechtse computerspelfanaat, die jarenlang in stilte deze aanslagen op zijn eentje had voorbereid en ook een lang racistisch manifest had geschreven. Hij voelde zich verwant met allerlei extreem-rechtse bewegingen in Europa, maar had alleen gehandeld.

Een jaar later werd hij tot 21 jaar cel veroordeeld. Hij had 77 mensen gedood, 33 mensen verwond, en vele honderden Noorse levens voorgoed getekend.

IMG_0771
Resten van Breiviks bomauto in het nieuwe 22-julicentrum in Oslo

Nooit meer hetzelfde

Op 22 juli 2015, precies vier jaar na de aanslagen, gaat in Oslo een herdenkingscentrum open in het kapotgeblazen regeringsgebouw. Er zijn foto’s van alle 77 slachtoffers, videobeelden van bewakingscamera’s, en een tijdslijn die minuut voor minuut het verhaal vertelt van de noodlottige namiddag en avond. Er zijn ook citaten uit de rechtzaak en videogetuigenissen van overlevenden.

“Het doet natuurlijk nog pijn voor de slachtoffers en voor de hele maatschappij, maar het is tijd om het verhaal te vertellen wat er gebeurd is en tot denken aan te zetten,” vertelt de verantwoordelijke minister Jan Tore Sanner mij in een interview. “Het is de plicht van een maatschappij om kennis over te dragen en openheid te promoten.”

“Het is belangrijk om een plek te hebben waar men over de gebeurtenissen kan spreken en het feit dat dit herdenkingscentrum gevestigd is in het gebouw waar de aanslag plaatsvond, maakt het extra authentiek,” vindt Clifford Chanin van het 9/11-memorial in New York, die de Noorse regering heeft bijgestaan in het ontwerp van het Noorse herdenkingscentrum.
“22 juli” zal een keerpunt blijven in de Noorse na-oorloogse geschiedenis. Noorwegen is zijn onbekommerd veiligheidsgevoel kwijt. Maar de aanslagen hebben het Noorse volk ook dichter bij elkaar gebracht.
Geen Breivikmuseum
Breiviks valse politie-identificatie is te zien in het herdenkingcentrum
Breiviks valse politie-identificatie is te zien in het herdenkingcentrum

Ook de resten van de opgeblazen auto van Breivik zijn te zien in de tentoonstelling, net als zijn vervalste politiebadge en een zakdoek met een Noorse vlag. Vele Noren reageerden geprikkeld toen in de media bekend raakte dat die persoonlijke spullen van de terrorist ook werden tentoongesteld. “Ze maken er een Breivik-museum van en die aandacht verdient hij niet,” zo luidde de kritiek.

Maar de slachtoffers die het herdenkingscentrum de voorbije dagen als eersten mochten bezoeken, vinden de kritiek onterecht. “Het is een deel van de geschiedenis, dus die spullen horen hier thuis,” zegt Erik Kursetgjerde.
“Ik vind de tentoonstelling erg respectvol. Het gaat vooral over wat er op die dag gebeurde, en niet over de terrorist zelf.”

Kursetgjerde kon vier jaar geleden ontkomen aan het vuur van Breivik op Utøya. Hij vluchtte van de cafetaria naar het pomphuis en zag hoe Breivik daar vele van zijn kameraden ombracht. Daarna verstopte hij zich aan het water en zwom uiteindelijk voor zijn leven. Hij kreeg krampen, maar werd net op tijd opgepikt door een privé-bootje dat te hulp was gesneld.

De tijdslijn in het herdenkingscentrum roept de chaos weer op.
“Het was pijnlijk om te zien hoeveel schakels in de Noorse reddingsdiensten in gebreke bleven,” aldus Kursetgjerde. De reddingsdiensten hebben hier helaas nog niets uit geleerd.”
De foto’s zien van zijn kameraden vond echter hij het moeilijkste: het besef dat ze allemaal om het leven zijn gekomen, en hoeveel geluk hij heeft gehad.
“Je voelt je een beetje schuldig, maar voelt toch vooral respect voor de anderen die hun levens hebben gegeven.”
Utøya terugnemen

Op Utøya, op een open plek in het bos, is een grote ijzeren ring tussen de bomen gehangen met daarin de namen gegrift van de 69 mensen die op het eiland omkwamen. 

Begin augustus houden de jong-socialisten van AUF voor het eerst sinds 2011 weer hun traditionele zomerkamp op het eiland. De voorbije vier jaar hebben tientallen AUF-vrijwilligers het eiland met de hand opgeruimd. Erik Kursetgjerde vindt het belangrijk om terug te gaan.
“Utøya is al zeventig jaar het hart van de arbeidersbeweging. We laten onze traditie niet afbreken door deze lafaard (Breivik).”
Niet iedereen is gelukkig met AUF’s beslissing om het eiland terug in gebruik te nemen. Familieleden van enkele slachtoffers hadden de plek waar hun kinderen werden neergeschoten, liefst onaangeroerd gelaten. Er was dan ook hevig protest toen AUF de gebouwen waar zoveel jongeren werden neergeschoten, wou afbreken. Uiteindelijk is er een compromis gevonden: de oude gebouwen blijven grotendeels gespaard en er worden nieuwe gebouwen bijgebouwd, die ook als herdenkingscentrum zullen dienen.
Een selectie boeken over 22 juli 2011
Een selectie boeken over 22 juli 2011 in het herdenkingscentrum

“22 juli” verwerken is een proces dat nog vele jaren zal duren in de Noorse samenleving en waarover zeker nog vele boeken en blogs geschreven zullen worden. Maar met het nieuwe herdenkingscentrum in Oslo en de terugkeer naar Utøya zijn alweer twee belangrijke stappen gezet.