Loslopende toeristen in de bergen

De Noorse regering wil nieuwe olievelden aanboren in Noord-Noorwegen. Die moeten voor extra inkomsten en arbeidsplaatsen zorgen, zegt de regering. Maar tegenstanders vinden dat Noorwegen andere bronnen van inkomsten moet ontwikkelen. Bijvoorbeeld toerisme.

Toerisme is de op één na grootste economische sector in Noorwegen. Ruim 3000 bedrijven verdienen hun brood met wandelingen in de Noorse bergen, Noorderlichttoerisme en boottochten op de spectaculaire bergen, schreef de openbare omroep NRK onlangs. Zeker nu het slecht gaat in de oliesector, starten heel wat Noren kleine nichebedrijfjes in de toeristische sector.

De oude postboot Hurtigruten, die de hele kust aandoet van Bergen tot Kirkenes in het Noorden, is wellicht het meest gekend in het buitenland. Vorig jaar vaarden maar liefst 765.000 passagiers mee op de Hurtigruten.

Wie liever iets exclusiefs meemaakt kan kiezen uit een heel aanbod van bergwandelingen met gids, elanden- og vogelsafari, historische sledentocht in het spoor van Amundsen, of walvissen spotten bij de Noordkaap. Of één van de vreemde toeristische trekpleisters bezoeken, zoals het gouden toilet van Senja, de reuzeslede in Tynset of de fietslift van Trondheim. (Bekijk deze en andere rariteiten op de website van NRK.)

Recordjaar

Noorwegen is in als toeristische bestemming. In de eerste helft van 2016, kwamen bijna 9% meer buitenlandse toeristen naar Noorwegen in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar. Er komen vooral meer Zuid-Europeanen en Noord-Amerikanen. 2016 wordt wellicht een recordjaar. De zwakke Noorse kroon zit er zeker voor iets tussen, maar Noorwegen voert ook aantrekkelijke reclamecampagnes om meer buitenlandse toeristen aan te trekken. De website visitnorway.nl geeft je zo zin om te vertrekken!

De groei in het toerisme is zo markant dat sommigen zich afvragen of het niet teveel wordt. Vooral in populaire bestemmingen zoals de Geirangerfjord, Besseggen, Trolltunga of Preikestolen is het over de koppen lopen in het zomerseizoen, zoals je ziet op de foto van Gert Van Boxel, vorige week bij Preikestolen, bovenaan deze blog.

Op vijf jaar tijd van 1000 naar 70.000 bezoekers op de Trolltunga.

Vijf jaar geleden waren er maar 1000 wandelaars per jaar op de Trolltunga; nu 70.000! Is het nog wel veilig met zovelen op een uitstekende rots? Moet er bijvoorbeeld geen afsluiting komen om te verhinderen dat onverhoede toeristen over de rand gaan? Toch lijkt het in de vakantiebrochures alsof je helemaal alleen bent met de Noorse natuur.

 

Screen Shot 2016-08-30 at 21.18.41
Zo prijst visitnorway.nl Preikestolen aan, maar in werkelijkheid is het veel drukker.

Keer op tijd om

Veel toeristen zijn ook slecht voorbereid om de Noorse bergen in te trekken. Noren krijgen van kindsbeen af de basisregels om in de bergen te trekken ingeprent: wees voorbereid op slecht weer en vorst, keer op tijd om, spaar energie, enzovoorts. Wandelen in de Noorse bergen is namelijk niet echt een “walk in the park”: er moet echt worden geklauterd, paden zijn ofwel onbestaande of slecht aangeduid en je loopt veel kans om in de regen of sneeuw terecht te komen.

Toen ik enkele jaren geleden zelf Preikestolen beklom, was ik verrast over de busladingen toeristen die mét paraplu (!) en goudkleurige ballerina’s (!) de tocht naar de top dachten te maken.

Het is begrijpelijk, als je lang hebt gereisd naar Noorwegen, dat je je niet wil laten tegenhouden door een beetje regen. Maar soms is het ronduit gevaarlijk weer en beginnen de toeristen toch aan de beklimming. Deze zomer zijn de vrijwilligers van het Rode Kruis al 21 keer moeten uitrukken om verdwaalde of uitgeputte toeristen te redden bij Trolltunga.

De lokale authoriteiten maken zich zorgen, maar ze kunnen de bergen niet afsluiten. De Noorse wet zegt immers dat iedereen vrij in de natuur mag wandelen. Die wet dateert echter van lang vóór het massatoerisme.

Doe dit zelf niet

Screen Shot 2016-08-30 at 22.16.36
Bergbeklimmer Magnus Midtbø laat zijn benen even rusten bij de beklimming van Trolltunga.

De lokale authoriteiten zijn ook bezorgd dat spectaculaire videos en foto’s van waaghalzen toeristen op domme ideeën zullen brengen. De foto van de Noorse bergbeklimmer Magnus Midtbø hierboven ging de wereld rond. In een interview probeerde hij de schade te beperken: “Ik hoop dat de mensen zullen begrijpen dat ik een beroepsbergbeklimmer ben en dat ze dit zelf niet zullen proberen.”

Laat je intussen vooral niet afschrikken om naar Noorwegen te komen. Het ís en blijft een prachtig vakantieland, met adembenemende natuur. En als je buiten de gebaande paden gaat, kan je nog altijd alleen zijn met de Noorse natuur. Maar denk er dan wel aan om de Noorse bergregels vooraf even door te nemen.

Waarom vangen de Noren nog altijd walvissen?

 

Het blijft me vreemd zicht, dat walvisvlees in de Noorse supermarkten en viswinkels. Waarom blijven de Noren walvissen vangen en eten, ondanks het internationale moratorium op commerciële walvisvangst?

Ik groeide op in de tijd van de grote antiwalvisjachtcampagnes, in de jaren negentientachtig en -negentig. Was walvissen vangen dan niet verboden, wegens met uitroeiing bedreigd en onmenselijke slachtmethodes?

Lange walvistraditie

De Noren zien dat anders. Samen met Japan en IJsland leggen ze het internationale vangstverbod voor walvissen dat al dertig jaar geldt, naast zich neer. Onder grote internationale druk hielden ze even een pauze in de commerciële walvisvangst, van 1988 tot 1993, maar daarna kondigde de premier aan dat Noorwegen weer op dwergvinvissen zou jagen.

Je moet een onderscheid maken tussen verschillende soorten walvissen: niet alle soorten zijn bedreigd. In 2004 zwommen er meer dan 100.000 dwergvinvissen in de Atlantische oceaan – genoeg om op een duurzame manier te kunnen vissen, aldus de Noorse regering.

“Niet de walvissen, maar de walvisvaarders zijn een uitstervend ras.”

IMG_1990
De Noorse walvisharpoen voor het museum over de walvisvangst in Fredrikstad. Foto: A Belgian Up North. All rights reserved.

De regering wijst er ook op dat het om een eeuwenoude traditie gaat, die belangrijk is voor de kustbewoners in Noord-Noorwegen. Al in 800 na Christus gingen vissers voor de Noorse kust walvissen te lijf met harpoenen. Noorwegen was echter een laatbloeier in de commerciële walvisvangst. Terwijl de Nederlandse walvisvaarders al in de jaren 1600 naar de Zuidelijke IJszee trokken, kwam de industriële walvisvangt hier pas na 1860 tot bloei. Maar toen ging het heel snel. De Noren vonden de explosieve harpoenen uit, waarmee walvissen meer trefzeker konden wordne uitgeschakeld. In 1930 doodden Noorse vissers meer dan 25.000 walvissen in het Zuidpoolgebied – goed voor 60% van de wereldwijde vangst.

Nieuwe recordvangst

Daarna plooiden de Noorse walvisvaarders terug op de Noorse wateren en daalde de vangst pijlsnel. Het laatste decennium werden er jaarlijks rond 500 walvissen gedood. Maar de laatste jaren stegen de quota en vangstcijfers weer. 2014 was een recordjaar: toen jaagden Noorse vissers 729 walvissen – méér dan Japan en IJsland samen.

Het is dan ook geen toeval dat de milieubeweging Sea Shepherd vorig jaar zijn schepen naar de Noorse wateren stuurde en dat de dierenrechtenorganisatie Animal Welfare International recentelijk de Noorse walvisvaart aanklaagt in een nieuw rapport. Noorwegen is voor hen één van de grote boosdoeners. Maar de acties zorgen nauwelijks voor deining in Noorwegen. Ook dit jaar gaat het walvisvangstseizoen gewoon door, nog tot 31 augustus.

Niemand wil nog walvisvlees

De walvisvangst is echter al lang niet meer winstgevend. De prijzen van het walvisvlees zijn gekelderd en de afzetmarkt wordt steeds kleiner. De meeste Noorse walvisvaarders zijn boven de vijftig en er zijn nog slechts een twintigtal schepen actief. De walvisvangst staat voor minder dan  één procent van de Noorse visserijsector. “Niet de walvissen, maar de walvisvaarders zijn een uitstervend ras,” schreef een Noorse commentator vorige zomer.

“Waarom blijft Noorwegen toch walvissen vangen, terwijl de Noren walvisvlees haten?” vraagt de Huffington Post zich af.

Mijn Noorse echtgenoot en collega’s beschrijven met afschuw het goedkope walvisvlees dat ze als kind kregen voorgeschoteld in de jaren zeventig. Als je walvisvlees iets te lang laat bakken, wordt het taai en gaat het naar levertraan smaken. De meeste Noren laten walvisvlees daarom liever aan zich voorbijgaan. Uit opiniepeilingen blijkt dat minder dan 5% van de Noren nog walvisvlees eet. Gemiddeld wordt er jaarlijks nog slechts 250 gram walvisvlees per hoofd gegeten. Eén biefstuk.

m-rnet-biff-120516-c8i3949
Walvisbiefstuk in de supermarkt. Aantrekkelijk verpakt, maar het verkoopt niet. Foto: hvalprodukter.no

Noorwegen zit dus met een groot overschot aan walvisvlees. Het meeste daarvan wordt uitgevoerd naar Japan en IJsland, of dient als voeder voor de pelsdierenkwekerijen. Desondanks worden jaarlijks nog grote hoeveelheden gedumpt in zee. Alleen de royale subsidies houden de industrie in leven. Niet alleen de export van walvissenvlees wordt gesubsidieerd, ook de schepen en wetenschappelijk onderzoek naar nieuwe toepassingen van walvisproducten. De walvisvangst kost de Noorse belastingsbetalers meer dan ze opbrengt.

Kritiek niet welkom

Niettemin reageren de meeste Noren erg gevoelig op internationale kritiek op de walvisvangst. Ze begrijpen niet waarom buitenlanders zo emotioneel doen over de walvisjacht: een walvis of een koe doden – zij zien geen verschil. Het is eten. Punt uit.

Tegenstanders van de walvisvangst wijzen er echter op dat de vangsttechnieken helemaal niet zo humaan zijn als de overheid en de visserijsector beweren. De explosieve harpoenen waarmee de walvissen worden gedood, leiden niet altijd tot een onmiddellijke dood. Vaak zien de getroffen dieren nog minutenlang af.

Daarenboven zijn wetenschappers het oneens over de grootte van het walvissenbestand. Volgens het CITES-verdrag zijn ook de Noorse dwergvinvissen met uitsterven bedreigd, maar de Noorse overheid betwist dat. Ze geeft echter al jarenlang geen gegevens meer door aan de Internationale Walviscommissie over de walvissen die de Noorse walvisvaarders vangen. Toch lijkt Noorwegen te ontsnappen aan diplomatieke kritiek, in tegenstelling tot IJsland en Japan.

Is walvistoerisme de toekomst?

De kritiek van milieujongens lijkt de Noorse overheid en walvisvaarders dus nauwelijks te raken. Maar misschien wordt de walvissenjacht geleidelijk aan uit de markt gedwongen door een nieuwe bron van inkomsten: het walvissentoerisme. Ik heb vorige zomer zelf het voorrecht gehad om walvissen in actie te zien in Noord-Noorwegen: hoe ze met hun machtige staarten op het water slaan en uit hun rug water in de lucht sproeien. Steeds meer toeristen tekenen voor natuurtoerisme in Noorwegen. Zou dat op termijn het einde kunnen betekenen van de verlieslatende walvisjacht? Wordt vervolgd…

Ik schreef dit artikel voor het ledenblad van de Nederlandse Club Oslo.

Seksuele opvoeding voor asielzoekers

Vorige maand had ik de kans om een cursus over seksueel geweld bij te wonen in Hå asielcentrum in de buurt van de Noorse stad Stavanger, samen met 14 mannen uit Syrië en Soedan die enkele maanden geleden zijn aangekomen in Noorwegen en wachten op behandeling van hun asielaanvraag. Een kortere versie van deze blog is gepubliceerd in De Standaard.

Noorse vrouwen zien er anders uit

“Welkom,” zegt cursusleidster Linda Hagen vriendelijk. “Ik wil jullie vertellen hoe Noorse samenleving denkt over geweld en verkrachting. We hebben jullie hulp nodig om samen risicosituaties te identificeren.”

IMG_9401
Cursusleidster Linda Hagen en tolk praten met asielzoekers over seksueel geweld.

Linda toont de deelnemers eerst een paar foto’s van vrouwen, mét en zonder sluier. En dan een vrouw in een kort, zwart kleedje en hoge hakken, die uitdagend op het hoekje een rode sofa zit. Wat denken de cursusdeelnemers: wat wil die vrouw? De deelnemers worden in kleine groepjes verdeeld om de foto’s te bespreken. Het gesprek komt moeilijk op gang. De groep deelnemers is erg divers: jongens en familievaders, moslims en niet-gelovigen, jongemannen vanop het Afrikaanse platteland en oudere mannen uit de grote Syrische steden Damascus en Lataka. Enkele deelnemers nemen voorzichtig het woord: de houding van de vrouw op de sofa kan verkeerd worden geïnterpreteerd: in sommige religieuze milieus kan dit als een uitnodiging tot sex worden opgevat. “Voor sommigen gewoon om een vrouw zo te zien, maar voor anderen is het de eerste keer dat ze zoiets zien,” reageert een ander.

“Jullie zullen veel Noorse meisjes ontmoeten die eruitzien als popsterren maar eigenlijk onschuldig zijn”

“Wat als het over jullie eigen dochters zou gaan?” Linda vertelt dat haar eigen dochters van 9 en 10 jaar oud er graag uit willen zien zoals popsterren op het internet: met korte rokjes, lange, blote benen en grote borsten. “Jullie zullen veel Noorse meisjes ontmoeten die eruitzien als popsterren maar eigenlijk onschuldig zijn,” waarschuwt ze. “Ik wil niet dat mijn dochter zo zou rondlopen,” reageert Adil uit Syrië, “als vader zou ik dat haar ook vertellen, maar ik zou haar niet straffen of zo.”

 

De deelnemers hebben nog geen Noors geleerd. Een tolk vertaalt wat cursusleidster Linda zegt naar het Arabisch. Maar er hangt spanning in het lokaal. Enkele deelnemers verstoppen zich onder een muts of achter hun jas, of liggen ongeïnteresseerd met hun hoofd op de tafel voor hen. Achteraan zitten een twintigtal journalisten van verschillende Europese media; de camera’s draaien en flitsen. De deelnemers voelen zich echter ongemakkelijk bij het gevoelige onderwerp en de media-aandacht. Ze willen niet in beeld komen.

De cursus wordt onderbroken. De leiding van het asielcentrum laat pizza aanrukken. Na een korte pauze is het ijs tussen de cursusleiding, journalisten en deelnemers gebroken. “Mijn zussen, vriendin en moeder zijn nog veel sexier dan de vrouw op de foto daarnet,” zegt Michael uit Syrië me met een knipoog. Waar hij vandaan komt, zijn de vrouwen ook vrij om hun eigen leven te leiden. Maar hij vindt het wel nuttig om over seksuele relaties te spreken: “Deze cursus helpt asielzoekers om de regels en normen te leren kennen, hoe je moet reageren op vrouwen. Velen hier zitten al lang in asielcentrum; dan hopen de frustraties zich op. De cursus beschermt zowel vrouwen als mannen.”

Ook een groep Soedanese deelnemers, die zich daarnet nog verstopten voor de camera’s, willen nu wel met me spreken op voorwaarde dat ze anoniem kunnen blijven. We zijn niet gegeneerd om over vrouwen en sex te praten, benadrukken ze. “We leren ook in Soedan op school dat we ons niet mogen vergrijpen aan vrouwen.” Maar de verschillen zijn groot: “Noorse vrouwen zien er helemaal anders uit. En mannen hebben macht over vrouwen in Somalië, dat is hier anders.”

Hoe zie ik aan een dronken meisje of ze sex wil?

Daarna gaat de cursus verder, deze keer zonder camera’s. Linda snijdt meteen het moeilijkste onderwerp aan: verkrachting en seksueel geweld. De deelnemers krijgen informatie over de Noorse wetgeving over verkrachting: iemand tot sex dwingen of meewerken aan verkrachting is verboden. Daders kunnen levenslange celstraf krijgen. De regering overweegt ook om asielzoekers die verkrachtingen of zware misdaden plegen, terug te sturen.

IMG_9409
Vluchtelingen uit Syrië bespreken hoe je ziet of een vrouw sex wil.

De deelnemers worden opnieuw in groepjes verdeeld en moeten bespreken hoe seksueel geweld in Syrië en Soedan wordt bestraft. Wie zijn de daders en slachtoffers en hoe worden ze behandeld? De deelnemers komen uit conflictgebieden waar verkrachting helaas veel voorkomt. Vooral vrouwen en kinderen worden het slachtoffer; over mannelijke slachtoffers wordt in hun landen maar zelden gesproken. De daders die worden gevat worden streng bestraft: ze worden verstoten of zelfs terechtgesteld. Helaas gaan velen vrijuit, vertellen de deelnemers. Of verkrachtte meisjes worden uitgehuwelijkt aan de daders. De deelnemers betreuren dat slachtoffers niet beter worden geholpen in hun thuisland. In Noorwegen, legt Linda uit, is het belangrijk om aangifte te doen van verkrachting bij de politie. Meisjes verliezen niet hun eer; het is belangrijk dat de daders worden gevat.

Maar soms is het niet is het niet zo eenvoudig. Een deelnemer uit Somalië vraagt zich af: “Hoe kan ik zien aan een dronken meisje of ze sex wil of niet?” Een ander twijfelt: “Als iemand met me meekomt naar huis, is ze het toch eens om sex te hebben?” Het gesprek verloopt nu veel gemakkelijker dan daarnet. Zo gaat het meestal, de deelnemers zijn verbazend open, vertrouwt Linda me toe.

Boos over misbruik in Keulen

Ze is voorzichtig om de deelnemers niet te stigmatiseren. “Ik denk niet dat jij, jij of jij verkrachters zijn,” zegt ze tegen enkele deelnemers op de eerste rij. “Maar jullie moeten voorzichtig zijn en aan jullie eigen reputatie denken. Het is oneerlijk, maar vreemdelingen krijgen nu eenmaal eerst de schuld. Samen moeten we ervoor zorgen dat we geen mogelijkheden scheppen voor verkrachters.” Het is zoals in een klas: één of twee pestkoppen kunnen de sfeer voor allen verpesten.

“Wat er in Keulen gebeurd is, is respectloos. Ik ben bang dat dit afstraalt op alle asielzoekers.”

De recente incidenten in Keulen en Stockholm, waar tientallen vrouwen werden aangerand tijdens publieke evenementen, lokken sterke reacties uit bij de deelnemers: “Dat is volstrekt onaanvaardbaar in gelijk welke cultuur,” zegt Michael. “Wat er daar gebeurd is, is respectloos voor de Europese bevolking, die ons verwelkomt. Ik ben bang dat dit afstraalt op alle asielzoekers.”

IMG_9410
Michael uit Syrië is bang dat het seksueel geweld in Keulen negatief afstraalt op alle asielzoekers

 

Golf van verkrachtingen

De Noorse cursussen over seksueel geweld voor asielzoekers startten na een golf van verkrachtingen in Stavanger, in 2009. De daders waren meestal buitenlanders. Net zoals in Keulen en Stockholm werd ook toen met een beschuldigende vinger naar de asielcentra in de buurt van Stavanger gewezen. De gemeente, politie, kerk en asielcentra in Stavanger sloegen daarop de handen in elkaar en ontwikkelden de cursus “Samen voor veiligheid”, waarin asielzoekers en werknemers van het asielcentrum in kleine groepjes praatten over seksueel geweld. De dialooggroepen gingen over verkrachtingen, maar ook huiselijk geweld en culturele normen.

Sindsdien worden de cursussen in asielcentra in het hele land aangeboden. Hier in Hå is het Hero, een privaat bedrijf dat meer dan zeventig asielcentra beheert in Noorwegen, dat de cursus organiseert. Alle inwoners van Hero’s asielcentra krijgen zo’n cursus aangeboden, zowel mannen als vrouwen, maar de asielzoekers zijn niet verplicht om deel te nemen. De interesse onder asielzoekers is echter groot. Tijdens de pauze komen enkele jongeren uit Somalië nieuwsgierig kijken aan ons lokaal. De leidster van het asielcentrum verzekert hen dat zij binnenkort aan de beurt zijn. Deze cursus is alleen in het Arabisch.

Verplicht maar duur

De Noorse dienst vreemdelingenzaken experimenteerde in 2013 en 2014 ook met verplichte cursussen. In elk asielcentrum werden twee mensen opgeleid om dialooggroepen over geweld te begeleiden. De cursussen werden georganiseerd door de verening Alternatief voor geweld. De overheid betaalde voor de tolken die de cursussen begeleidden. Begin vorig jaar, dus vóór de grote vluchtelingenstroom naar Noorwegen op gang kwam, besliste de regering echter dat ze niet langer voor de tolken zou betalen.

In een interview met de Noorse krant Dagbladet betreurde Alternatief voor geweld onlangs dat veel asielcentra de cursussen niet verderzetten. Een tolk gebruiken kost aldus de organisatie tussen 19.000 og 25.000 Noorse kroon per cursus, omgerekend tussen de 2000 en 2500 euro. Dat is een grote kost voor asielcentra. De private asielcentra van Hero zetten de cursussen wél voort,op eigen kosten.

Dat is niet goedkoop, geeft de leider van Hero Tor Brekke toe in een interview, maar hij vindt de cursussen noodzakelijk: “Het is een belangrijk deel van onze taak om bruggen te bouwen tussen onze samenleving en de nieuwkomers. Werken met een onderwerp dat mogelijk problemen kan opleveren, zoals verschillende culturele codes – hoe vrouwen zich kleden en gedragen en seksueel geweld, is erg nuttig.”

Overrompeld over interesse uit het buitenland

Tor Brekke, Hero, Admin. Dir
Tor Brekke van Hero: praten over seksueel geweld helpt om problemen te voorkomen. Foto: Hero Norge.

De interesse van buitenlandse media voor de Noorse ervaringen met cursussen over seksueel geweld is overweldigend sinds de incidenten in Keulen en Stockholm. Hero heeft een van de grote communicatiebedrijven uit Noorwegen onder de arm genomen om hen bij te staan met de stroom aan interviewaanvragen uit het buitenland. Brekke is trots maar ook een beetje verrast door de grote aandacht uit het buitenland voor de cursus: “Het is geen toverformule. Wat we doen is een arena bieden om in een veilige omgeving gesprekken te voeren over deze moeilijke thema’s.”

De Noorse regering bekijkt op dit ogenblik nieuwe mogelijkheden om de cursussen te financieren en ook verplicht te maken. De nieuwe minister voor asiel en integratie vindt het erg belangrijk om asielzoekers Noorse waarden bij te brengen. Brekke hoopt dat de Noorse regering de cursussen zal blijven ondersteunen en raadt ook België en andere landen aan om gelijkaardige cursussen te organiseren: “Ik weet niet of de cursussen incidenten zoals in Keulen of Stockholm kunnen voorkomen. Het is in elk geval een stap in de goede richting en veel beter dan de problemen te verzwijgen.”

Noorwegen – model voor de Britten na de Brexit?

Veel Britten die liever uit de Europese Unie willen stappen, verwijzen naar de Noorse samenwerking met de EU als een goed model. Wat is dat model?

Noorwegen zit in de Europese Economische Zone, waardoor het producten kan in- en uitvoeren naar en vanuit Europa, alsof het een lid zou zijn van de Unie. Noorse wetenschappers kunnen ook meedingen naar Europese subsidies voor wetenschappelijk onderzoek en de Noren kunnen als lid van de Schengenzone vrij naar Europa reizen.

Vanuit Brits perspectief kan dat een aanlokkelijk model lijken: de Noren genieten mee van de voordelen van samenwerking, zonder lid te moeten zijn van de EU. Lidmaatschap is immers niet aan de orde: in peilingen zeggen drie kwart van de Noren NEE tegen nauwere samenwerking tegen de EU en het NEE-kamp is de afgelopen jaren alleen maar gegroeid. (Lees meer daarover in een eerdere blog van mij.)

Noorse regering op campagne tegen Brexit

De meeste Noorse politici vinden die samenwerking echter niet optimaal. De Noorse regering is de afgelopen maanden zelfs meerdere malen naar Londen gereisd om daar Britse JA-kamp te gaan ondersteunen. De Noorse premier legde onder meer in het BBC-programma Hardtalk uit waarom dat Noorse samenwerkingsmodel geen goed alternatief is voor de Britten: Noorwegen moet grote delen van de Europese wetgeving overnemen om toegang te krijgen tot de Europese markt, maar het zit niet mee aan tafel als over die regels wordt gestemd. Over drie vierden van zijn wetgeving beslist Noorwegen dus niet zelf.

Dat is geen goed model, gaf ook de Britse premier Cameron toe op een persconferentie na de Europese top over de Brits-Europese samenwerking, gisterenavond in Brussel: “We moeten in de EU blijven; we willen niet zoals Noorwegen worden.”

Het kan gek lijken dat een land dat zelf geen lid wil worden van de EU, campagne voert om het Verenigd Koninkrijk in de Unie te houden. De verklaring is dat Noorwegen erg afhankelijk is van de Europese Unie – het is hun grootste afzetmarkt, dus ze zijn bekommerd over welke richting de Unie uitgaat. De Britse lijn – pro vrijhandel, tegen Europese regelneverij – sluit nauw aan bij hoe de Noren de EU graag zien.

Het Noorse NEI til EU, de tegenstanders van de Noors-Europese samenwerking, zijn overigens ook campagne gaan voeren in Londen – VOOR een Brexit. Zij wijzen erop dat je ook van buitenuit goed handel kan drijven met de EU, zonder je onafhankelijkheid op te geven.

Concurrentieel nadeel

Ik was benieuwd naar hoe de Noorse exporteurs dat zelf inschatten en ben gaan praten met twee visexporteurs: Lofoten fisk, dat op beperkte schaal gerookte zalm en visburgers uitvoert, en Norway Seafoods, dat drie vierden van zijn waren uitvoert naar de EU (onder meer naar het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en de Benelux).

IMG_1250
’s Morgens vroeg in de vismijn van Oslo wordt de vis van Lofoten fisk verpakt voor de verkoop aan restaurants en groothandelaars

Vis is Noorwegens belangrijkste exportproduct, na olie en gas. Noorse visbedrijven voeren elk jaar meer dan twee miljoen ton vis uit naar de EU, ter waarde van bijna vijf miljard euro in 2015.

Het probleem is echter dat vis niet onder de vrijhandel valt: Noorwegen moet tol betalen op de vis die het uitvoert naar Europa. Voor verwerkte vis is de tol 13%; voor onverwerkte vis 2%. Tel daar ook nog de administratieve kosten bij: de Noorse exporteurs moeten allerlei documenten voorleggen aan de douane.

Die kostenposten zijn een belangrijk concurrentieel nadeel voor de Noorse visexporteurs, want hun Europese collega’s kunnen wel tolvrij vis invoeren in Noorwegen. Het gevolg is dat Noorwegen vooral onverwerkte vis uitvoert, die op grote schaal wordt verwerkt in bedrijven in de EU. Heel wat Noorse bedrijven hebben hun verwerkende activiteiten dan ook verplaatst naar bijzetels binnen de grenzen van de EU. Dat betekent echter een verlies aan Noorse jobs en meerwaardecreatie. En dat is, aldus de visexporteurs, ook nadelig voor de consumenten: vis wordt best zo vers mogelijk verwerkt, als ze net uit de zee komt en niet honderden of duizenden kilometers verder.

De handel met Europa is ook onvoorspelbaar, klagen de exporteurs, want er moet iedere paar jaar weer onderhandeld worden met de EU over de quota en toltarieven.

Gemengde gevoelens voor de EU

Zou het dan beter zijn voor de Noorse visexporteurs om lid te zijn van de EU? Het zou het zeker makkelijker maken om handel te drijven, menen de visexporteurs. Maar het is geen eensgezind en volmondig JA. Vis is net één van de hoofdredenen waarom de Noren NIET willen aansluiten bij de EU: ze willen de controle over hun natuurlijke rijkdommen, zoals vis, olie en gas, niet aan Brussel overlaten. De visindustrie heeft dus, net als de rest van de Noorse bevolking, gemengde gevoelens over de Europese Unie. Net zo gemengd wellicht als de Britten.

 

Noorse onbegrip voor Zwarte Piet

De Noorse julenisse en Sinterklaas uit de Lage Landen – op veel vlakken lijken ze goed op elkaar. Ze hebben allebei een baard, rode kleren en ze delen beiden pakjes uit aan de kinderen in december. Mijn Noorse collega’s noemen Sinterklaas “de Nederlandse kerstman”. De Noren hebben echter geen hoge pet op van Zwarte Piet. Een Noorse krant klasseerde onze Sinterklaas zelfs onder “ ’s werelds raarste kersttradities”. 

Racistisch

De Noorse media ontdekten Zwarte Piet twee jaar geleden, toen ook in Nederland en België de discussie raasde of Sinterklaas’ helpers al dan niet racistisch waren. Voor de Noorse media is het antwoord op die vraag duidelijk: ja, de pieten zijn racistisch en niet meer van deze tijd.

De Noorse krant Aftenposten vergeleek Zwarte Piet met racistische vaudevilles in de Verenigde Staten in de negentiende eeuw: “Behalve de clownachtige kleren, doet Zwarte Piet denken aan de schminck die blanke toneelspelers gebruikten in de zogenaamde minstrel shows. Blackface ziet eruit alsof hij een dikke laag schoenpoets heeft aangebracht en dan knalrode lippenstift. In de Verenigde Staten wordt die make-up beschouwd als racisme.”

De journalist keek met Noorse ogen naar onze traditie en vroeg zich af: “Wat als de julenisse geen rendieren gebruikte, maar zijn last liet dragen door kleine jongens met een donkere huid? Zouden wij dit OK vinden?” Hij ging nog verder: “Hoe zouden wij reageren als die kleine helpers niet alleen peperkoekjes en geschenken uitdeelden aan de brave kinderen, maar de niet-zo-brave kinderen slaag geven en de stoutste in een zak meenemen naar Spanje?”

“Wat als de kerstman geen rendieren gebruikte, maar zijn last liet dragen door kleine jongens met een donkere huid? Zouden wij dit OK vinden?” Noorse krant Aftenposten over Zwarte Piet

Vooringenomen

De Nederlanders en Belgen in Oslo hebben weinig begrip voor de harde toon van de Noorse media. “Ik heb enkele jaren geleden lang met een journalist van NRK gesproken,” vertelt Katrijn De Groot, de directeur van NTC Het Noorderlicht, dat samen met de Nederlandse club het jaarlijkse sinterklaasfeest in Oslo organiseert. “Maar de journalist was erg vooringenomen en luisterde niet naar mijn verhaal over de tradities. Hij stelde zich agressief op tijdens ons Sinkerklaasfeest. Dat was jammer.”

Desondanks is Zwarte Piet zwart gebleven op de Nederlandse school; de pieten zelf wilden het zo. “Ook bij ons is Zwarte Piet nog zwart,” zegt de Belgische ambassadeur Nancy Rossignol.

De aandacht van de Noorse media voor het verhaal is intussen verdwenen. Dit jaar waren er geen Noorse journalisten meer te bekennen op het Sinterklaasfeest bij de Nederlandse club en de Belgische ambassade.

Nieuwe naam voor Pipi’s papa

3325910095_3700ae65aa_m
Nieuwe naam voor Pipi Langkous’ papa. Foto Flickr – Marjon Kruik

Maar hoe zit het met de Scandinavische cultuur en tradities? Zijn er ook hier dingen die onder vuur liggen omdat ze racistisch zijn?

Het verhaal van Pipi Langkous is u wellicht bekend. De vader van de ’s werelds sterkste meid uit Zweden heette oorspronkelijk “negerkoning”, maar werd door de Noorse en later ook Zweedse omroep omgedoopt in “Zuiderzeekoning”. Intussen verwijderde de Zweedse uitgever het n-woord ook uit de nieuwe uitgaven van de Pipi-boeken.

Enkele jaren geleden was er ook discussie rond de gevierde Noorse kinderauteur Torbjørn Egner – de Astrid Lindgren van Noorwegen, zeg maar. Behalve de klassiekers Karius en Baktus (hier in Nederlandse vertaling) en Het volk en de rovers in Kardemomstad, schreef Egner in de jaren vijftig ook een pietenliedje over de hottentot “Vesle Hoa”. Het liedje ging zo:

Er was een kleine negerjongen die heette Kleine Hoa.
Hij had een veer op zijn hoofd en een ring aan zijn duim.
Hij had enkel een broek aan, een broek van stro
Maar Hoa vond zijn broek mooi, want hij was een echte hottentot.

Hij woonde in een negerdorp, dat doen de hottentotten
Daar woonden ook de koning en zijn onderdanen
De koning was dik en blij en had een ring in zijn neus
Dat vond hij mooi, want hij was een echte hottentot.

De Noorse media, die uitgebreid over de discussie over Pipi Langkous hadden bericht, vroegen zich af of ook dat liedje nog wel door de beugel kon. In 2007 zwichtte de uitgeverij voor de druk en haalde het liedje uit nieuwe edities van het verzameld liedboek van Egner.

Een Zweedse regisseur vond overigens dat ook het populaire verhaal over Kardemomstad verboden zou moeten worden vanwege zijn facistische ideeëngoed, maar dat was een maat te ver voor de Noren. Volgens critici was de Zweedse regisseur overdreven politiek correct en had ze een gebrek aan humor. Het verhaal over Kardemomstad valt in elk geval moeilijk te slijten in Zweden; van Egners werken wordt er alleen Karius en Baktus verkocht.

Mag de Noorse kerstman ook eens zwart zijn?

Een aantal bekende Noorse voedingsproducten veranderden ook met stille trom hun merknaam: negerkulør werd sukkerkulør en Black boy kruiden worden nu verkocht als Toro. Daar zijn echter geen grote discussies aan voorafgegaan.

IMG_0252
Lucia-meisjes in de Zweedse kerk in Oslo. Foto Elisabeth Lannoo

Hier en daar rijzen vragen over de Zweeds-Noorse Lucia-traditie – een optocht voor kinderen in witte jurken en met kaarsjes in de hand, met het mooiste blonde meisje voorop – elk jaar rond 13 december. Is dat in deze multiculturele tijden nog wel aanvaardbaar? In Zweden is er overigens discussie over de bruine peperkoeken mannetjes (pepperkakargubbar) in de Luciastoet: meer en meer scholen willen die Zweedse versie van Zwarte Piet niet meer in de stoet wegens te aanstootgevend.

Noorwegen is er alvast in geslaagd om de jaarlijkse kinderstoet op de nationale feestdag 17 mei includerend te maken: blank en gekleurd stappen vrolijk samen op en eten allemaal worstjes – mét vlees, halal of vegetarisch.

Maar wat met de sterke Noorse kersttraditie, met marsepeinen varkentjes en traditionele varkensrib op het menu? Excludeert die de niet-christenen niet? En zou de julenisse ook eens zwart mogen zijn? Het zijn vragen die elk jaar weer terugkomen in de media, maar voorlopig laait de discussie niet zo hoog op als de discussie over de pieten in Nederland en België.

Dit is een bewerking van een artikel dat ik geschreven heb voor De Hollandse Nieuwe in december 2015.

1500 vluchtelingen per dag – wat doet dat met een land?

Een recordaantal vluchtelingen zoekt onderdak in Zweden. De Zweedse welvaartstaat kraakt in zijn voegen en de polarisering groeit. Vluchtelingen zijn niet langer zo welkom in Zweden.

Zweden haalde de voorbije weken het nieuws met dramatische koppen: een golf van brandstichtingen in asielcentra. Een racistisch geïnspireerde moordaanval op scholieren. En gisteren een boodschap van de minister van migratie: we kunnen al die vluchtelingen niet langer een dak boven het hoofd bieden.

Die berichten staan in schril contrast met het beeld dat de meesten van ons hebben van het tolerante Zweden. Enkele weken geleden, toen Denemarken nog Duitse treinen met vluchtelingen tegenhield, zei de premier dat alle vluchtelingen asiel mochten zoeken in Zweden. In de grote steden zagen we massademonstraties van Zweden die de vluchtelingen welkom heetten.

Decennialang heeft Zweden een opengrenzenpolitiek gevoerd, of er nu socialisten of conservatieven aan de macht waren. Het heeft grote groepen vluchtelingen uit de Balkan, Irak en Somalië opgevangen en geïntegreerd – zonder dat dat tot grote protesten of politieke tegenstellingen leidde.

Het debat in Zweden staat in schril contrast met dat in de buurlanden of in België. Er wordt nauwelijks gedebatteerd over vluchtelingen en migratie. Of toch zeker niet over integratieproblemen – dat is taboe.

De enige partij die de problemen in de arme concentratiewijken rond de grote steden onder de aandacht brengt zijn de extreem-rechtse Zweden-Democraten. Zij lanceerden onlangs een petitie met een oproep om de grenzen sluiten. Lokale afdelingen van de partij speelden in op de branden in asielcentra door een lijst te publiceren van toekomstige opvangplaatsen. De partij schrikt niet terug van ruige taal.

Voorlopig slagen de Zweden-Democraten er echter niet in om het publieke debat te veranderen. De andere politieke partijen hebben een cordon sanitaire gesloten rond de partij. Ook de media schrijven opvallend weinig over integratieproblemen. De groeiende groep van ontevreden Zweden kan zijn grif alleen kwijt op sociale media, waar haatboodschappen floreren. Het blijft echter een relatief kleine groep. De rijke stedelingen of inwoners uit de landelijke gemeenten die niet direct met de vluchtelingen worden geconfronteerd, reageren door zich extra tolerant op te stellen. Vóór en tegen drijven steeds verder uiteen.

De vraag is of de rijke stedelingen even tolerant blijven als hun kinderen door de vluchtelingenstroom geen plaats krijgen op school of in de kinderopvang, of langer moeten wachten op een dokter.

Nu slaat de regering echter een nieuwe toon aan, geconfronteerd met een groeiende vluchtelingenstroom. Elke dag steken 1500 nieuwe vluchtelingen de Zweedse grens over. Tegen het einde van het jaar zal hun aantal oplopen tot 160.000 tot 190.000. Dat zijn enorme getallen voor een middelgroot land met bevolking ter grootte van de Belgische.

Er is een enorm opvangprobleem: de migratiedienst moest gisteren matrassen leggen in zijn kantoren. De dienst kan de toestroom niet meer aan. De regering heeft de asielvoorwaarden verstrengd. De premier vraagt zijn Europese collega’s om geld en om vluchtelingen over te nemen.  Het is een duidelijke boodschap aan de vluchtelingen die noordwaarts willen trekken: Zweden is niet langer het land waar iedereen welkom is.

Wellicht duurt het nog enkele maanden voordat ook de rijke stedelingen hun discours veranderen. De vraag is of zij even tolerant blijven als hun kinderen door de toestroom van vluchtelingen geen plaats krijgen op school of in de kinderopvang, of niet meteen bij een dokter terecht kunnen. De uitdaging waar de Zweedse samenleving voor staat is enorm en zonder open debat zal de polarisering blijven groeien.

Dit artikel verscheen als opiniebijdrage in De Morgen op 7 november 2015