Zijn de Noren onbeleefd?

Noorwegen is onlangs uitgeroepen tot het gelukkigste land ter wereld. Er is welstand, efficiënt bestuur, goede gezondheidszorg, gratis onderwijs, vertrouwen in elkaar, goede levenskwaliteit.

De Noren leven, zoals we vaak mogen lezen in de media, in “het beste land van de wereld”. Maar hoe zit het met de Noren zelf? Hoe gedragen die zich, in het algemeen?

Heel wat buitenlanders vinden de Noren nors en onbeleefd. Een aantal linguïsten gingen onlangs in debat in de media: zijn de Noren echt onbeleefd, en waarom dan wel?

Niet storen

Wat toeristen en inwijkelingen meteen opvalt is dat de Noren een zwijgzaam volk zijn. Men maakt hier geen praatjes met wildvreemden op straat en zegt geen goedendag als men naast iemand gaat zitten op de bus of metro. Integendeel, als er nog vrije plaatsen over zijn, wordt het zelfs als onbeleefd aanzien om je naast een ander neer te ploffen.

IMG_0431
In Noorwegen hoef je niet te praten met je buurman of -vrouw op de metro.

Een koffie bestellen op café verloopt ook behoorlijk anders dan elders in Europa. Hier sla je geen praatje met de barista, maar scrol je even op je smart phone terwijl je wacht op je koffie. Ook op de metro kijkt iedereen zwijgend op zijn eigen telefoon.

Volgens Kristin Rygg, die onderzoek doet naar beleefdheidsvormen in de taal, is dat echter geen teken van onbeleefdheid: Noren vinden het net onbeleefd om anderen te storen. Je vraagt niet om hulp tenzij je het écht nodig hebt.

Misschien is er ook een verband met een diep Noors verlangen om helemaal alleen te zijn in de natuur.

Sta je plaats op de bus niet af

Ook hoffelijkheid op het openbaar vervoer wordt niet op prijs gesteld. Als je voor iemand anders rechtstaat op de tram of metro, wordt je maar al te vaak koeltjes bedankt en blijft de vrijgemaakte plaats leeg staan. Zeker als een man denkt recht te staan voor een vrouw.

Reken er als vrouw ook niet op dat Noorse mannen je eerst door de deur zullen laten gaan, of de deur voor je zullen openhouden. Dat wordt door de feministische Noorse vrouwen immers als een affront beschouwd.

Wat me als Belg echter opvalt is dat de Noren erg hoffelijk zijn in het verkeer, en ook in de rij staan kunnen ze veel ordelijker dan veel andere Europeanen. Hoffelijkheid in het openbare leven, of je aan de regels houden, wordt wel erg op prijs gesteld.

Geen u, alstublieft of smakelijk

De Noorse taal is ook gestript van allerlei beleefdheidsvormen.

De U-vorm wordt alleen nog voor de koning gebruikt. Met alle anderen mag je jij-en en jou-en. Zelfs met de premier, die joviaal “Erna” wordt genoemd door de Noren.

Het woord alstublieft bestaat wel in het Noors, maar behoort wellicht tot de minst gebruikte woorden. Op restaurant zeg je “Ik neem graag een hamburger” of bij de bakker “Kan ik een brood krijgen?”. Zonder aub dus.

Er is ook geen woord voor smakelijk. Als het eten op tafel komt, begin je gewoon meteen te eten. Je hoeft niet te wachten tot iedereen is bediend. Reik gerust over tafel om de boter te pakken, liever dan je tafelgenoten te vragen om iets door te geven: je “Noorse arm gebruiken” is een populaire uitdrukking in het Noors.

Gebruik ook geen “would you mind helping me“, “could you possibly” of “je vous prie” als je iemand om een gunst wil vragen: vraag gewoon direct wat je nodig hebt, zonder verpakking. Vergeet echter niet om achteraf te bedanken.

Een dankwoord voor elke gelegenheid

De Noren hebben een uitgebreid repertoire aan dankwoorden: takk, takk for nå of takk for meg (bedankt, het was leuk erbij te zijn). Je mag er graag ook bij bukken – dat is erg hoffelijk.

Er wordt ook gul rondgestrooid met superlatieven bij het bedanken: tusen takk (1000 keer bedankt) of tusen hjertelig takk (1000 keer hartelijk bedankt). Maar let op met takk for alt – dat is alleen voor begrafenisspeeches! Mijn persoonlijke favoriet is takk for sist om te bedanken voor de laatste keer dat je elkaar hebt gezien.

Ikzelf ervaar de Noren echter niet als nors of onbeleefd. De directe omgangsvormen zijn bevrijdend en small talk hoeft voor mij zeker ook niet. Maar een zitplaats aangeboden krijgen of eerst door de deur mogen gaan, mis ik wel met mijn Latijnse inborst. En thuis hebben we het Nederlandse “smakelijk” ingevoerd – op zijn Brussels afgewisseld met het Franse “bon appetit“.

Luister ook naar mijn interview over de Noorse beleefdheidsnormen in Nieuwe Feiten op Radio 1: https://www.radio1.be/noren-moet-je-vooral-niet-storen.

 

Einde van FM-radio

2017 wordt een revolutionair jaar voor de radio. Noorwegen schakelt als eerste land ter wereld het nationale FM-net uit om over te stappen naar digitale radio.

Noord-Noorwegen was vorige maand als eerste aan de beurt, deze maand volgen Trøndelag, Møre en Romsdal. Oslo maakt de overgang in september. Tegen eind 2017 zullen de openbare omroep en de grote commerciële radiozenders in het hele land enkel nog via digitale radio of DAB+ te beluisteren zijn.

“We hebben DAB+ nodig om de toekomst van de radio veilig te stellen,” zegt directeur Ole Jørgen Torvmark van Digitalradio Norge, de organisatie die de overgang naar digitale radio in goede banen moet leiden. “Dankzij het DAB+-platform krijgen alle Noren een ruimer aanbod en kunnen we als medium relevant blijven voor jong en oud.”

Digitale luisteraars kunnen kiezen tussen een dertigtal zenders, waaronder heel wat nieuwe zenders bijvoorbeeld met uitsluitend nieuws, klassieke muziek, jazz of de laatste hits. “Meer dan de helft van de luisteraars zijn al overgestapt naar de nieuwe zenders,” zegt Torvmark.

Lokale radio’s blijven op FM

De lokale radiozenders mogen blijven uitzenden op het FM-net. Hun vergunningen zijn net vernieuwd voor vijf jaar. Het is voorlopig nog onduidelijk wat daarna gaat gebeuren: of het FM-net definitief wordt uitgezet of toch nog blijft bestaan. De lokale radiozenders hebben alvast protest aangetekend tegen een definitieve sluiting bij het toezichtorgaan in Brussel, dat over de toepassing van de Europese wetgeving in Noorwegen waakt.

“Het enige voordeel van DAB+ is dat wellicht meer Noren naar lokale radiozenders zullen luisteren,” zegt Svein Larsen van de Vereniging van lokale radio’s.

Verouderde technologie

Larsen is één van de uitgesproken tegenstanders van DAB+.

“In de jaren negentig, toen het DAB-platform werd ontwikkeld, geloofde ik in de technologie. Maar intussen zijn we ingehaald door het internet,” vindt Larsen.

Hij wordt bijgetreden door de sectorvereniging voor informatietechnologie, IKT Norge, die DAB ook een overbodig tussenstation vindt.

“Het probleem is dat de politici zes jaar geleden beslist hebben om het FM-net te vervangen door DAB+, onder druk van de grote omroepen. Nu worden we gedwongen om oude technologie te gebruiken,” voegt Larsen eraan toe. Hij vreest dat veel luisteraars de radio zullen inruilen voor Spotify of podcasts.

Ruim één miljoen auto’s zonder DAB

Zeven op de tien huishoudens hebben minstens één DAB-toestel. Maar hun buitenverblijven, zolders, boten of wagens zijn meestal nog niet uitgerust met een nieuwe ontvanger. Begin dit jaar hadden drie vierden van de Noorse wagens nog geen digitale radio of DAB-adaptor. Sommigen vrezen dan ook voor de veiligheid, wanneer de inwoners niet via de radio geïnformeerd kunnen worden over eventuele noodtoestanden of files.

Ole Jørgen Torvmark van Digitalradio verwacht nu echter een inhaalbeweging: “Veel auto-eigenaars hebben gewacht tot het laatste moment. We verwachten dat de meesten er nu werk van zullen maken.”

De vraag naar DAB-radio’s en -adaptors voor auto’s is op het ogenblik inderdaad zo groot dat er bij veel automerken wachttijden zijn. Ook electrowinkels melden een verdubbeling in de verkoop van radio’s sinds eind vorig jaar.

Toch is de digitalisering van de radio niet populair onder de bevolking. In een peiling voor de Noorse krant Dagbladet vorige zomer was 66% van de ondervraagden tegen het afsluiten van het nationale FM-net.

“De meesten zien de noodzaak en voordelen niet van de DAB-technologie, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de smarttelefoons, die de mensen wel snel omarmd hebben.” zegt radioman Svein Larsen.

Internationale voorloper

Nederland en heel wat andere Europese landen bieden ook DAB-radio aan, maar Noorwegen is voorlopig het enige land ter wereld dat het nationale FM-net effectief uitschakelt. Buurland Zweden heeft vorig jaar net het plan begraven om het nationale net over te brengen naar DAB. Daar blijft FM wel bestaan.

Volgens directeur Torvmark van Digitalradio is DAB wel degelijk de toekomst: “Ik ben heel trots dat Noorwegen nu het meest moderne radioland ter wereld wordt en dat iedereen in dit uitgestrekte land een beter radio-aanbod zullen krijgen. Andere landen zullen ons voorbeeld snel volgen.”

In Noord-Noorwegen had DAB+ met wat kinderziektes te kampen. Enkele dagen na de overgang lag het hele net plat. De komende maanden in Noorwegen zullen uitwijzen of DAB+ een goed alternatief is voor de oude vertrouwde FM-radio’s.

Dieselverbod in Oslo

De Noorse hoofdstad Oslo verbiedt vandaag en de komende dagen alle dieselwagens in en rond de stad omdat de luchtkwaliteit bijzonder slecht is.

Het was een rustige ochtendspits op de wegen rond Oslo vandaag. Dieselwagens, goed voor ongeveerd een derde van de auto’s, mogen vandaag niet op de gemeentelijke wegen rijden. Dat betekent zo goed als alle wegen in de hoofdstad en heel wat invalswegen.

Het stadsbestuur trekt aan de noodrem omdat er vandaag en de komende dagen erg slechte luchtkwaliteit wordt verwacht over de stad.

screen-shot-2017-01-17-at-10-57-06
Vanmiddag en morgen wordt erg slechte lucht verwacht in Oslo

Het is de eerste keer dat het stadsbestuur zo’n extreme maatregel neemt.

“We kunnen niet toelaten dat kinderen, ouderen en mensen met luchtwegproblemen in Oslo binnen moeten blijven omdat het voor hen te gevaarlijk is om te ademen,” zei de verantwoordelijke schepen aan de Noorse krant VG.

Het verbod geldt tussen 6u ’s morgens en 22u ’s avonds, todat de luchtkwaliteit verbetert. De hevige smog is te wijten aan wat metereologen een inversie noemen: de lagere luchtlagen zijn kouder dan de hogere. Daardoor blijft de vervuiling als een deksel over de laagste delen van de stad hangen. Meteorologen verwachten donderdag verandering in het weer.

De dienst wegen en verkeer en de politie zullen op het dieselverbod toezien. Wie gestopt wordt met een dieselwagen in de stad, moet een boete betalen van omgerekend 165 euro. Er worden echter geen extra controles ingelast; de overheid rekent op de verantwoordelijkheidszin van de dieselrijders.

Zure dieselrijders

De maatregel wordt echter niet goed onthaald door de meeste eigenaars van dieselwagens, die het niet rechtvaardig vinden dat zij alleen moeten opdraaien voor het smogprobleem. Vooral de pendelaars uit de rand rond Oslo worden getroffen door de maatregel. Er is geen extra openbaar vervoer ingezet vandaag.

Experts van het Noorse instituut voor luchtvervuilving NILU zeggen dat een dieselverbod de luchtkwaliteit meteen kan verbeten. Ze gaan de komende dagen metingen uitvoeren om het effect van de noodmaatregel in Oslo te evalueren. Maar ze verwachten geen groot effect, omdat er teveel uitzonderingen gelden en het verbod beperkt blijft tot de gemeentelijke wegen.

Heel wat dieselwagens ontsnappen aan het rijverbod: de bussen van het openbaar vervoer, hulpdiensten, gehandicaptenvervoer en vervoer van en naar de luchthaven, de ferryhaven en het centraal station zijn wel toegelaten. Ook wie voor het werk zijn wagen nodig heeft, mag rijden met een attest van de werkgever. Vrachtwagens die voldoen aan de strengste Euro VI-uitstootnormen zijn ook uitgezonderd.

Hele reeks maatregelen

Het acute dieselverbod maakt deel uit van een hele resem maatregelen die het roodgroene stadsbestuur in Oslo eind vorig jaar heeft ingevoerd om de luchtvervuiling in de stad terug te dringen.

We kunnen niet toelaten dat kinderen, ouderen en mensen met astma binnen moeten blijven omdat het te gevaarlijk is om te ademen – Lan Marie Berg, milieuschepen in Oslo.

Het stadsbestuur wil onder meer wegentol vervijfvoudigen op dagen met slechte luchtkwaliteit. Dan zouden dieselwagens maar liefst 18 euro moeten betalen om Oslo binnen te rijden; benzinewagens, hybride en elektrische wagens betalen iets minder. Maar de uitvoering van de maatregel heeft vertraging opgelopen. Daardoor zag het stadsbestuur zich genoodzaakt om alsnog een tijdelijk dieselverbod in te voeren.

Verder geldt er ook de hele winter een snelheidsbeperking van 60km/u op de grote ring rond Oslo, voor alle wagens. De komende jaren wil het stadsbestuur ook grote delen van de stad verkeersvrij maken, en indien mogelijk, zelfs het hele centrum binnen de kleine ring.

Terwijl de overheid tien jaar geleden nog alle autobestuurders aanspoorde om over te stappen op diesel omdat dat beter was voor het klimaat, willen Oslo en andere Noorse steden de dieselwagens nu zoveel mogelijk in de ban doen. De verkoop van dieselwagens in Noorwegen is op vijf jaar tijd gehalveerd. Vorig jaar waren één op de vijf nieuwe wagens elektrisch.

Lees ook mijn eerdere blog over het succes van elektrische wagens in Noorwegen.

Dit artikel verscheen eerst op De Redactie

Kan Noorwegen het klimaat redden?

Noorwegen wil het eerste Europese land worden dat broeikasgassen uit de atmosfeer kan halen en voorgoed opslaan. De afvalverbrandingsinstallatie van Oslo heeft bewezen dat het kan.

De schoorstenen van de afvalverbrandingsinstallatie in Klemetsrud, net buiten Oslo, braken dikke witte rook uit. Hier wordt afval verbrand van huishoudens en bedrijven uit de Noorse hoofdstad en omstreken.

Sinds dit voorjaar steekt er een extra dunne, zwarte pijp op uit de verbrandingsinstallatie. Hier hebben ingenieurs, met steun van de Noorse regering, de voorbije maanden testen gedaan om CO2 uit de rook van de afvalverbrandingsoven op te vangen. CO2 of koolstofdioxide is de hoofdoorzaak van de klimaatverandering.

“We spoelen de rook met een chemische stof, amine. De CO2 zet zich vast op de amine. Door vervolgens de amine te verhitten kunnen we de CO2 afzonderen en wegleiden naar een permanente opslagplaats onder de Noordzee.”

Technisch directeur Johnny Stuen leidt me rond in de afvalverbrandingsinstallatie. Vóór de zomer kwam een delegatie van het Internationaal Energie Agentschap uit Parijs op bezoek. Want Klemetsrud is de eerste afvalverbrandingsoven ter wereld die CO2 voorgoed uit de atmosfeer kan weghalen.

“Dankzij deze technologie hebben we geen enkel restproduct over nadat we de afval verbranden.”

“De as en metalen worden hergebruikt bij de aanleg van wegen en de energie gaat naar Oslo om woningen te verwarmen. Nu kunnen we ook de CO2 wegwerken,” zegt Stuen trots.

Het is een gat in de markt, aldus Stuen: “Met deze CCS-technologie kunnen we Europa’s schoonste afvaloven worden, nog beter dan de Nederlandse en Deense installaties, en zullen nog meer buitenlandse bedrijven hun afval hier willen verbranden.”

Een klimaatnoodzaak

CCS staat voor Carbon Capture and Storage of de afvang en opslag van koolstofdioxide. Volgens het klimaatrapport van de Verenigde Naties kunnen we zonder CCS de klimaatdoelstellingen die werden afgesproken in Parijs, niet halen.

“Meer dan 90% van de klimaatscenarios gaan ervan uit dat we CO2 uit de atmosfeer kunnen halen in de tweede helft van deze eeuw,” legt Asbjørn Torvanger, CCS-specialist bij het Center for International Climate and Environmental Research in Oslo uit.

De technologie staat echter nog in de kinderschoenen. Voorlopig zijn er nog maar drie landen in de wereld die CCS toepassen: de Verenigde Staten, Canada en Noorwegen. Het Noorse oliebedrijf Statoil pompt al tien jaar lang CO2 in de poreuze zandsteen van een leeg olieveld in de Noordzee.

“Geologen doen elk jaar metingen en de CO2 ontsnapt niet,” bevestigt Torvanger. “Maar dat betekent niet dat de CO2 voorgoed veilig is. We moeten het over langere tijd opvolgen. Bovendien zijn niet alle lege olievelden geschikt.” Volgens wetenschappers is er in de Noorse zee genoeg plaats om alle CO2 die Europese bedrijven deze eeuw nog zullen uitstoten, op te bergen.

Toch is CCS is geen toverformule om het klimaatprobleem op te lossen, aldus Torvanger: “De uitstoot van broeikasgassen verminderen is het belangrijkst. Maar wellicht kunnen we de uitstoot van fossiele brandstoffen en van de industrie niet helemaal tot nul terugbrengen. Met CCS kunnen we CO2 uit de atmosfeer halen en zo de klimaatopwarming rond de grens van twee graden houden.”

Noorse maanlanding

Noorwegen wil over vijf jaar de eerste installatie voor afvang en opslag van CO2 operationeel hebben. In haar begroting voor 2017 die donderdag werd voorgesteld, trekt de regering 130 miljoen euro uit voor voorbereidend onderzoek.

De uitbouw van Noorse CCS-technologie heeft vertraging opgelopen. Oorspronkelijk wou Noorwegen in 2014 al ‘s werelds eerste klimaatneutrale gascentrale realiseren in Mongstad. Dat zou, aldus de vorige eerste minister Jens Stoltenberg, “Noorwegens maanlanding” worden.

TCM flyfoto
Het CCS-technologiecentrum in Mongstad: één van ’s werelds grootste testinstallaties voor koolstofafvang en -opslag. Foto: TCM.

De maanlanding bleek echter te duur. In plaats van een klimaatneutrale gascentrale is Mongstad een testcentrum geworden voor CCS-technologie. Het testcentrum krijgt nu vers geld, evenals drie proefprojecten in industriële installaties. De afvalverbrandingsoven in Oslo is daar één van; de andere installaties zijn in een mest- en een cementfabriek.

Experts moeten de komende twee jaar berekenen hoeveel het gaat kosten om één van die drie installaties in gebruik te nemen. Ze moeten ook nog een oplossing zoeken om de CO2 uit de installaties per schip of door pijpleidingen naar de opslagplaatsen in de Noordzee over te brengen.

De maanlanding is dan wel vertraagd, maar de koers staat vast. CCS is voor Noorwegen de enige manier om door te kunnen gaan met olie- en gasproductie, aldus Sirin Engen van de milieuorganisatie Bellona:

“De olie- en gasexport is goed voor 500 miljoen ton CO2 per jaar, dat is tien keer meer dan onze eigen uitstoot. Het is onze plicht om mee te zoeken naar een oplossing voor het klimaatprobleem.”

 “Als Noorwegen erin slaagt om de enorme opslagcapaciteit voor CO2 in de Noordzee in gebruik te nemen, kunnen we hier veel geld mee verdienen.”

Dure technologie

Het proefproject in kostin CO2 afvangen, transporteren en opslaan is nu nog tien keer duurder dan de prijs van 1 ton CO2 op de Europese markt.

Sirin Engen verwacht dat de kost gaat dalen: “Nieuwe technologie is duur. We hebben meer installaties nodig om de kosten te doen dalen.” voorlopig

Ook het klimaateffect blijft voorlopig onzeker, aldus Torvanger:

Kan Noorwegen alsnog wereldleider worden in de opvang en opslag van broeikasgassen?

“Ja het kan, maar het duurt wellicht langer dan de politici verwachten,” besluit Torvanger.

32 Noorse wolven gered

Update van de vorige post over wolvenjacht in Noorwegen:

De Noorse milieuminister Vidar Helgesen besliste eind december dat vier wolvenroedels in de beschermde zone Hedmark dan toch niet geschoten mogen worden. Daarmee wordt het aantal wolven dat deze winter geschoten kan worden teruggebracht van 47 tot 15 wolven.

De milieubeweging jubelt:

Anderen zijn minder blij. “Werkelijkheidsvreemd, en arrogant ten opzichte van de jagers en de inwoners,” reageert de leider van de Senterpartiet op het afblazen van de grootste wolvenjacht ooit. Ook de diensten voor wildbeheer voelen zich in de kou gezet door de milieuminister.

Wolf of schaap

Noorwegen heeft zich in de internationale aandacht gewerkt met het nieuws dat deze winter 47 wolven gedood mogen worden. Dat is ongeveer zeventig procent van het totale aantal wolven in dit land. Noorse en internationale milieuorganisaties zeggen dat dat het einde van de wolvensoort kan betekenen in Noorwegen. Maar de overheid houdt voorlopig vast aan de jachtvergunning.

Van nul tot 68

Halverwege vorige eeuw hadden jagers de wolf bijna helemaal uitgeroeid in Noorwegen. In 1971 werd hij beschermd en negen jaar later keerde de eerste wolf terug uit Zweden. Onder meer dankzij kweekprogramma’s zijn er nu weer tussen 65 en 68 wolven in Noorwegen, en nog eens ongeveer 25 in het grensgebied met Zweden. Vorige winter werden er zeven puur Noorse roedels geteld en vier die in het grensgebied met Zweden leven.

Dat is méér dan de grens die het Noorse parlement eerder dit jaar vastgelegd heeft: volgens de politici is er slechts plaats voor maximum 4 tot 6 wolvenroedels per jaar. De wolven worden bovendien slechts getolereerd in een stuk van het land, de zogenaamde wolvenzone. Dat is een ruim gebied rond Oslo tot aan de Zweedse grens, met inbegrip van Akershus, Østfold, en delen van Hedmark. De wolvenzone is de afgelopen decennia drastisch verminderd, onder druk van de stadsuitbreiding en van de geiten- en schapenboeren, die de natuurlijke vijand liever weg houden bij hun vee.

Doodsvonnis

Daarom beslisten de diensten voor wildbeheer dat er deze winter maar liefst 47 wolven mogen worden geschoten in dit land – de helft binnen de wolvenzone en de helft daarbuiten. Volgens de milieubeweging zijn is het 105 jaar geleden dat er zoveel wolven tegelijk werden gedood in Noorwegen. De afgelopen tien jaar werden in totaal slechts 33 Noorse wolven geschoten.

Zestig versus twee miljoen

De hoofdreden voor de jacht is de schade die wolven aanrichten onder andere dieren. Cijfers van de regering tonen echter aan dat er nog nooit minder dieren werden gedood door wolven. Het afgelopen jaar 20.000 schadevergoedingen uitbetaald aan boeren voor schapen die gedood werden door wolven en andere roofdieren, waarbij de wolv de grootste boosdoener is. 20.000 dieren vertegenwoordigen minder dan 1% van het totale schapenbestand. Het aantal gedode schapen is de voorbije tien jaar gehalveerd.

Toch krijgen de boeren de overheid en de media aan hun kant. De beroepsvereniging voor boeren vindt overigens dat 47 wolven schieten helemaal geen probleem vormt: het totale wolvenbestand in Scandinavië telt bijna tienmaal zoveel dieren, dus de jacht van deze winter gaat de soort niet uitroeien, aldus de boeren. Het wolvenbestand is veel groter in Zweden dan in Noorwegen.

Ook mensen die in de bergen klagen over de wolven: ze durven hun honden niet meer loslaten en de wolven schrikken skiërs en wandelaars af. Ook de elandenjagers zijn boos, want de wolven pakken hun wild af. De wolven lijken veel vijanden te hebben in Noorwegen, vooral op het platteland. In de stedelijke gebieden is driekwart van de inwoners de wolven goed, of minstens neutraal, gezind.

Echte mannen schieten wolven

Jagen is populair in Noorwegen, en zeker op wolven. In Hedmark rijden jagers rond met bumperstickers met de slogan “Echte mannen jagen wolven”. Meer dan 15.000 jagers hebben zich geregistreerd om te mogen schieten op wolven. Dat zijn 325 jagers per wolf. De wolven zullen zich goed moeten verstoppen als ze aan het geweervuur willen ontkomen. De jacht is open van oktober tot maart buiten de wolvenzone en van januari tot half februari in de beschermde zone.

Tegenstanders van de wolvenjacht laten echter ook van zich horen. Enkele duizenden mensen betoogden bij de start van het jachtseizoen in Oslo tegen het doodsvonnis. Enkele organisaties dreigen er ook mee om de jacht te verhinderen in de bossen. Meer dan 67.000 Noren hebben een petitie ondertekend op het internet, tegen de wolvenjacht. Milieuverenigingen hebben ook beroep aangetekend bij de minister van leefmilieu. Voorlopig lijkt de minister en zijn diensten echter niet zinnens om de beslissing over de wolvenjacht terug te draaien. De wolven wezen gewaarschuwd!

 

Foto: Chris Muiden from nl, CC BY-SA 3.0.

Dit artikel verscheen eerst in Hollandse Nieuwe, het clubblad van Nederlandse Club Oslo.

Een zwarte vlek in het witte wonderland

Spitsbergen in het hoge Noorden werd onlangs genomineerd als één van 
’s werelds meest duurzame toeristische bestemmingen. Weinig toeristen 
weten echter dat dit witte wonderland op vervuilende steenkool draait.

Mr Longyear

Steenkool voorziet het eiland reeds meer dan honderd jaar van stroom en jobs. De Amerikaan John Munroe Longyear haalde de eerste steenkool boven, in 1905/6, uit Mijn 1. Hij gaf ook zijn naam aan het grootste mijndorp op Spitsbergen – Longyearbyen. Bij aankomst in Longyearbyen zie je nog altijd de houten kabelbanen waarmee Longyear de steenkool uit de mijn naar de haven bracht, vanwaar de steenkool werd uitgevoerd.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

 

 

In 1916 kwam de mijnactiviteit in Noorse handen. Het bedrijf Store Norske Spitsbergen Kullkompani viert dit jaar zijn honderdste verjaardag. Tot vandaag baat de Store Norske ’s werelds meest noordelijke mijngebied uit. Sinds de jaren 1970 is het bedrijf in handen van de Noorse staat.

Huizen en kinderopvang

De mijnen op Spitsbergen zijn niet alleen van strategisch belang voor de stroomvoorziening op het eiland. Store Norske is ook een sleutelpion in de Noorse politiek op Spitsbergen. Het bedrijf moet de Noorse aanwezigheid op het eiland verzekeren.

“Store Norske opheffen zou dramatisch zijn voor ons”

Noorwegen bestuurt de eilandengroep sinds 1920. Zo goed als alles op het eiland is in handen van Store Norske: de mijnen, een meerderheid van de huizen, infrastructuur en allerlei logistieke diensten. Het bedrijf is goed voor bijna de helft van alle meerwaardecreatie op het eiland;  één op de drie mensen werken voor Store Norske.

 

Decennialang leverde de mijnbouw flinke economische winst op aan de Noorse staat. De steenkool werd verkocht aan kolencentrales en cementindustrie in Duitsland, Nederland, België en Denemarken. De opbrengsten gingen naar scholen, kinderopvang, musea en wetenschappelijk onderzoek. Noorwegen zet veel middelen in om een duurzame samenleving met gezinnen te onderhouden op het eiland.

Opbrengst keldert

De laatste jaren bezorgt de mijnbouw op Spitsbergen de Noorse staat echter kopzorgen. De mijnen zijn één na één dichtgegaan. Longyears Mijn 1 is allang niet meer actief. Over de jaren heen werden ook Mijnen 2, 3, 4, 5 en 6 leeggehaald. Enkele dagen geleden werd ook productie in de Sveagroeve voorlopig stopgezet, totdat de wereldwijde koolprijs weer stijgt.

De laatste jaren hebben ruim honderd mensen hun job verloren. Alleen Mijn 7 is nog operationeel en kan in principe nog enkele jaren doordraaien. Maar ook die mijn draait met verlies. Zonder de leningen van de Noorse staat zou Store Norske failliet gaan.

Smet op het klimaatblazoen

Elders in Noorwegen gaan stemmen op om de dure mijnactiviteit op Spitsbergen op te doeken. Het is een smet op het groene blazoen van het land, aldus critici.

Het eiland is immers al meer dan vijftig jaar een belangrijk centrum voor wetenschappelijk onderzoek in het poolgebied. Na een dramatisch mijnongeval in 1962, werd Ny Ålesund omgevormd in een onderzoeksstation. Longyearbyen huisvest ’s werelds noordelijkste universiteit.

img_9192
Klimaatonderzoekscentrum in Ny Ålesund, Spitsbergen. Foto: Elisabeth Lannoo. All rights reserved.

Spitsbergen is hét symbool geworden van de internationale strijd tegen de klimaatverandering. Deze zomer was de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken John Kerry er nog op bezoek. “Hier zien we het bewijs van de klimaatopwarming,” zei Kerry bij zijn bezoek. Klimaatonderzoek en steenkoolmijnen – dat gaat toch niet samen?

Waarvan leven?

De lokale inwoners maken zich echter grote zorgen. “Store Norske opheffen zou dramatisch zijn voor ons,” zei de voorzitter van het gemeentebestuur van Longyearbyen onlangs nog in een interview.

Ook Rusland, dat reeds een nederzetting heeft op het eiland, lonkt naar Spitsbergen.

De Noorse regering maakte in het voorjaar zijn plannen voor Spitsbergen bekend. Ze wil een “meer divers economisch leven” uitbouwen en gaat op zoek naar stabiele, loonzame activiteiten die de ruim 2000 inwoners het hele jaar door van inkomsten kunnen voorzien.

De toeristische sector bloeit en zorgt intussen voor evenveel jobs als de mijnbouw. Maar het toerisme is seizoensgebonden. Store Norske wil nieuwe industriële activiteit ontwikkelen op het eiland. Er moet echter ook een oplossing worden gevonden voor de stroomvoorziening, want zonder steenkool gaan het licht en de verwarming uit.

img_9052
Cruiseschip in Longyearbyen. Kan toerisme Spitsbergen in leven houden? Foto: Elisabeth Lannoo. All rights reserved.

Strategisch belang

De plannen liggen nu op tafel van het parlement. Hoe kan Noorwegen zijn aanwezigheid op Spitsbergen blijven verzekeren?

Ook Rusland, dat reeds een nederzetting heeft op het eiland, lonkt naar Spitsbergen. Het strategische belang van de eilandengroep neemt alleen maar toe, nu ook de economische activiteit in het Noordpoolgebied groeit tengevolge van de klimaatopwarming.

Het wordt ongetwijfeld boeiend om te zien welke oplossing de Noorse regering en parlement uitdokteren in de komende maanden en jaren.

 

Dit artikel werd geschreven op bestelling van de Nederlandse Club Oslo.