32 Noorse wolven gered

Update van de vorige post over wolvenjacht in Noorwegen:

De Noorse milieuminister Vidar Helgesen besliste eind december dat vier wolvenroedels in de beschermde zone Hedmark dan toch niet geschoten mogen worden. Daarmee wordt het aantal wolven dat deze winter geschoten kan worden teruggebracht van 47 tot 15 wolven.

De milieubeweging jubelt:

Anderen zijn minder blij. “Werkelijkheidsvreemd, en arrogant ten opzichte van de jagers en de inwoners,” reageert de leider van de Senterpartiet op het afblazen van de grootste wolvenjacht ooit. Ook de diensten voor wildbeheer voelen zich in de kou gezet door de milieuminister.

Wolf of schaap

Noorwegen heeft zich in de internationale aandacht gewerkt met het nieuws dat deze winter 47 wolven gedood mogen worden. Dat is ongeveer zeventig procent van het totale aantal wolven in dit land. Noorse en internationale milieuorganisaties zeggen dat dat het einde van de wolvensoort kan betekenen in Noorwegen. Maar de overheid houdt voorlopig vast aan de jachtvergunning.

Van nul tot 68

Halverwege vorige eeuw hadden jagers de wolf bijna helemaal uitgeroeid in Noorwegen. In 1971 werd hij beschermd en negen jaar later keerde de eerste wolf terug uit Zweden. Onder meer dankzij kweekprogramma’s zijn er nu weer tussen 65 en 68 wolven in Noorwegen, en nog eens ongeveer 25 in het grensgebied met Zweden. Vorige winter werden er zeven puur Noorse roedels geteld en vier die in het grensgebied met Zweden leven.

Dat is méér dan de grens die het Noorse parlement eerder dit jaar vastgelegd heeft: volgens de politici is er slechts plaats voor maximum 4 tot 6 wolvenroedels per jaar. De wolven worden bovendien slechts getolereerd in een stuk van het land, de zogenaamde wolvenzone. Dat is een ruim gebied rond Oslo tot aan de Zweedse grens, met inbegrip van Akershus, Østfold, en delen van Hedmark. De wolvenzone is de afgelopen decennia drastisch verminderd, onder druk van de stadsuitbreiding en van de geiten- en schapenboeren, die de natuurlijke vijand liever weg houden bij hun vee.

Doodsvonnis

Daarom beslisten de diensten voor wildbeheer dat er deze winter maar liefst 47 wolven mogen worden geschoten in dit land – de helft binnen de wolvenzone en de helft daarbuiten. Volgens de milieubeweging zijn is het 105 jaar geleden dat er zoveel wolven tegelijk werden gedood in Noorwegen. De afgelopen tien jaar werden in totaal slechts 33 Noorse wolven geschoten.

Zestig versus twee miljoen

De hoofdreden voor de jacht is de schade die wolven aanrichten onder andere dieren. Cijfers van de regering tonen echter aan dat er nog nooit minder dieren werden gedood door wolven. Het afgelopen jaar 20.000 schadevergoedingen uitbetaald aan boeren voor schapen die gedood werden door wolven en andere roofdieren, waarbij de wolv de grootste boosdoener is. 20.000 dieren vertegenwoordigen minder dan 1% van het totale schapenbestand. Het aantal gedode schapen is de voorbije tien jaar gehalveerd.

Toch krijgen de boeren de overheid en de media aan hun kant. De beroepsvereniging voor boeren vindt overigens dat 47 wolven schieten helemaal geen probleem vormt: het totale wolvenbestand in Scandinavië telt bijna tienmaal zoveel dieren, dus de jacht van deze winter gaat de soort niet uitroeien, aldus de boeren. Het wolvenbestand is veel groter in Zweden dan in Noorwegen.

Ook mensen die in de bergen klagen over de wolven: ze durven hun honden niet meer loslaten en de wolven schrikken skiërs en wandelaars af. Ook de elandenjagers zijn boos, want de wolven pakken hun wild af. De wolven lijken veel vijanden te hebben in Noorwegen, vooral op het platteland. In de stedelijke gebieden is driekwart van de inwoners de wolven goed, of minstens neutraal, gezind.

Echte mannen schieten wolven

Jagen is populair in Noorwegen, en zeker op wolven. In Hedmark rijden jagers rond met bumperstickers met de slogan “Echte mannen jagen wolven”. Meer dan 15.000 jagers hebben zich geregistreerd om te mogen schieten op wolven. Dat zijn 325 jagers per wolf. De wolven zullen zich goed moeten verstoppen als ze aan het geweervuur willen ontkomen. De jacht is open van oktober tot maart buiten de wolvenzone en van januari tot half februari in de beschermde zone.

Tegenstanders van de wolvenjacht laten echter ook van zich horen. Enkele duizenden mensen betoogden bij de start van het jachtseizoen in Oslo tegen het doodsvonnis. Enkele organisaties dreigen er ook mee om de jacht te verhinderen in de bossen. Meer dan 67.000 Noren hebben een petitie ondertekend op het internet, tegen de wolvenjacht. Milieuverenigingen hebben ook beroep aangetekend bij de minister van leefmilieu. Voorlopig lijkt de minister en zijn diensten echter niet zinnens om de beslissing over de wolvenjacht terug te draaien. De wolven wezen gewaarschuwd!

 

Foto: Chris Muiden from nl, CC BY-SA 3.0.

Dit artikel verscheen eerst in Hollandse Nieuwe, het clubblad van Nederlandse Club Oslo.

Een zwarte vlek in het witte wonderland

Spitsbergen in het hoge Noorden werd onlangs genomineerd als één van 
’s werelds meest duurzame toeristische bestemmingen. Weinig toeristen 
weten echter dat dit witte wonderland op vervuilende steenkool draait.

Mr Longyear

Steenkool voorziet het eiland reeds meer dan honderd jaar van stroom en jobs. De Amerikaan John Munroe Longyear haalde de eerste steenkool boven, in 1905/6, uit Mijn 1. Hij gaf ook zijn naam aan het grootste mijndorp op Spitsbergen – Longyearbyen. Bij aankomst in Longyearbyen zie je nog altijd de houten kabelbanen waarmee Longyear de steenkool uit de mijn naar de haven bracht, vanwaar de steenkool werd uitgevoerd.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

 

 

In 1916 kwam de mijnactiviteit in Noorse handen. Het bedrijf Store Norske Spitsbergen Kullkompani viert dit jaar zijn honderdste verjaardag. Tot vandaag baat de Store Norske ’s werelds meest noordelijke mijngebied uit. Sinds de jaren 1970 is het bedrijf in handen van de Noorse staat.

Huizen en kinderopvang

De mijnen op Spitsbergen zijn niet alleen van strategisch belang voor de stroomvoorziening op het eiland. Store Norske is ook een sleutelpion in de Noorse politiek op Spitsbergen. Het bedrijf moet de Noorse aanwezigheid op het eiland verzekeren.

“Store Norske opheffen zou dramatisch zijn voor ons”

Noorwegen bestuurt de eilandengroep sinds 1920. Zo goed als alles op het eiland is in handen van Store Norske: de mijnen, een meerderheid van de huizen, infrastructuur en allerlei logistieke diensten. Het bedrijf is goed voor bijna de helft van alle meerwaardecreatie op het eiland;  één op de drie mensen werken voor Store Norske.

 

Decennialang leverde de mijnbouw flinke economische winst op aan de Noorse staat. De steenkool werd verkocht aan kolencentrales en cementindustrie in Duitsland, Nederland, België en Denemarken. De opbrengsten gingen naar scholen, kinderopvang, musea en wetenschappelijk onderzoek. Noorwegen zet veel middelen in om een duurzame samenleving met gezinnen te onderhouden op het eiland.

Opbrengst keldert

De laatste jaren bezorgt de mijnbouw op Spitsbergen de Noorse staat echter kopzorgen. De mijnen zijn één na één dichtgegaan. Longyears Mijn 1 is allang niet meer actief. Over de jaren heen werden ook Mijnen 2, 3, 4, 5 en 6 leeggehaald. Enkele dagen geleden werd ook productie in de Sveagroeve voorlopig stopgezet, totdat de wereldwijde koolprijs weer stijgt.

De laatste jaren hebben ruim honderd mensen hun job verloren. Alleen Mijn 7 is nog operationeel en kan in principe nog enkele jaren doordraaien. Maar ook die mijn draait met verlies. Zonder de leningen van de Noorse staat zou Store Norske failliet gaan.

Smet op het klimaatblazoen

Elders in Noorwegen gaan stemmen op om de dure mijnactiviteit op Spitsbergen op te doeken. Het is een smet op het groene blazoen van het land, aldus critici.

Het eiland is immers al meer dan vijftig jaar een belangrijk centrum voor wetenschappelijk onderzoek in het poolgebied. Na een dramatisch mijnongeval in 1962, werd Ny Ålesund omgevormd in een onderzoeksstation. Longyearbyen huisvest ’s werelds noordelijkste universiteit.

img_9192
Klimaatonderzoekscentrum in Ny Ålesund, Spitsbergen. Foto: Elisabeth Lannoo. All rights reserved.

Spitsbergen is hét symbool geworden van de internationale strijd tegen de klimaatverandering. Deze zomer was de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken John Kerry er nog op bezoek. “Hier zien we het bewijs van de klimaatopwarming,” zei Kerry bij zijn bezoek. Klimaatonderzoek en steenkoolmijnen – dat gaat toch niet samen?

Waarvan leven?

De lokale inwoners maken zich echter grote zorgen. “Store Norske opheffen zou dramatisch zijn voor ons,” zei de voorzitter van het gemeentebestuur van Longyearbyen onlangs nog in een interview.

Ook Rusland, dat reeds een nederzetting heeft op het eiland, lonkt naar Spitsbergen.

De Noorse regering maakte in het voorjaar zijn plannen voor Spitsbergen bekend. Ze wil een “meer divers economisch leven” uitbouwen en gaat op zoek naar stabiele, loonzame activiteiten die de ruim 2000 inwoners het hele jaar door van inkomsten kunnen voorzien.

De toeristische sector bloeit en zorgt intussen voor evenveel jobs als de mijnbouw. Maar het toerisme is seizoensgebonden. Store Norske wil nieuwe industriële activiteit ontwikkelen op het eiland. Er moet echter ook een oplossing worden gevonden voor de stroomvoorziening, want zonder steenkool gaan het licht en de verwarming uit.

img_9052
Cruiseschip in Longyearbyen. Kan toerisme Spitsbergen in leven houden? Foto: Elisabeth Lannoo. All rights reserved.

Strategisch belang

De plannen liggen nu op tafel van het parlement. Hoe kan Noorwegen zijn aanwezigheid op Spitsbergen blijven verzekeren?

Ook Rusland, dat reeds een nederzetting heeft op het eiland, lonkt naar Spitsbergen. Het strategische belang van de eilandengroep neemt alleen maar toe, nu ook de economische activiteit in het Noordpoolgebied groeit tengevolge van de klimaatopwarming.

Het wordt ongetwijfeld boeiend om te zien welke oplossing de Noorse regering en parlement uitdokteren in de komende maanden en jaren.

 

Dit artikel werd geschreven op bestelling van de Nederlandse Club Oslo.

Loslopende toeristen in de bergen

De Noorse regering wil nieuwe olievelden aanboren in Noord-Noorwegen. Die moeten voor extra inkomsten en arbeidsplaatsen zorgen, zegt de regering. Maar tegenstanders vinden dat Noorwegen andere bronnen van inkomsten moet ontwikkelen. Bijvoorbeeld toerisme.

Toerisme is de op één na grootste economische sector in Noorwegen. Ruim 3000 bedrijven verdienen hun brood met wandelingen in de Noorse bergen, Noorderlichttoerisme en boottochten op de spectaculaire bergen, schreef de openbare omroep NRK onlangs. Zeker nu het slecht gaat in de oliesector, starten heel wat Noren kleine nichebedrijfjes in de toeristische sector.

De oude postboot Hurtigruten, die de hele kust aandoet van Bergen tot Kirkenes in het Noorden, is wellicht het meest gekend in het buitenland. Vorig jaar vaarden maar liefst 765.000 passagiers mee op de Hurtigruten.

Wie liever iets exclusiefs meemaakt kan kiezen uit een heel aanbod van bergwandelingen met gids, elanden- og vogelsafari, historische sledentocht in het spoor van Amundsen, of walvissen spotten bij de Noordkaap. Of één van de vreemde toeristische trekpleisters bezoeken, zoals het gouden toilet van Senja, de reuzeslede in Tynset of de fietslift van Trondheim. (Bekijk deze en andere rariteiten op de website van NRK.)

Recordjaar

Noorwegen is in als toeristische bestemming. In de eerste helft van 2016, kwamen bijna 9% meer buitenlandse toeristen naar Noorwegen in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar. Er komen vooral meer Zuid-Europeanen en Noord-Amerikanen. 2016 wordt wellicht een recordjaar. De zwakke Noorse kroon zit er zeker voor iets tussen, maar Noorwegen voert ook aantrekkelijke reclamecampagnes om meer buitenlandse toeristen aan te trekken. De website visitnorway.nl geeft je zo zin om te vertrekken!

De groei in het toerisme is zo markant dat sommigen zich afvragen of het niet teveel wordt. Vooral in populaire bestemmingen zoals de Geirangerfjord, Besseggen, Trolltunga of Preikestolen is het over de koppen lopen in het zomerseizoen, zoals je ziet op de foto van Gert Van Boxel, vorige week bij Preikestolen, bovenaan deze blog.

Op vijf jaar tijd van 1000 naar 70.000 bezoekers op de Trolltunga.

Vijf jaar geleden waren er maar 1000 wandelaars per jaar op de Trolltunga; nu 70.000! Is het nog wel veilig met zovelen op een uitstekende rots? Moet er bijvoorbeeld geen afsluiting komen om te verhinderen dat onverhoede toeristen over de rand gaan? Toch lijkt het in de vakantiebrochures alsof je helemaal alleen bent met de Noorse natuur.

 

Screen Shot 2016-08-30 at 21.18.41
Zo prijst visitnorway.nl Preikestolen aan, maar in werkelijkheid is het veel drukker.

Keer op tijd om

Veel toeristen zijn ook slecht voorbereid om de Noorse bergen in te trekken. Noren krijgen van kindsbeen af de basisregels om in de bergen te trekken ingeprent: wees voorbereid op slecht weer en vorst, keer op tijd om, spaar energie, enzovoorts. Wandelen in de Noorse bergen is namelijk niet echt een “walk in the park”: er moet echt worden geklauterd, paden zijn ofwel onbestaande of slecht aangeduid en je loopt veel kans om in de regen of sneeuw terecht te komen.

Toen ik enkele jaren geleden zelf Preikestolen beklom, was ik verrast over de busladingen toeristen die mét paraplu (!) en goudkleurige ballerina’s (!) de tocht naar de top dachten te maken.

Het is begrijpelijk, als je lang hebt gereisd naar Noorwegen, dat je je niet wil laten tegenhouden door een beetje regen. Maar soms is het ronduit gevaarlijk weer en beginnen de toeristen toch aan de beklimming. Deze zomer zijn de vrijwilligers van het Rode Kruis al 21 keer moeten uitrukken om verdwaalde of uitgeputte toeristen te redden bij Trolltunga.

De lokale authoriteiten maken zich zorgen, maar ze kunnen de bergen niet afsluiten. De Noorse wet zegt immers dat iedereen vrij in de natuur mag wandelen. Die wet dateert echter van lang vóór het massatoerisme.

Doe dit zelf niet

Screen Shot 2016-08-30 at 22.16.36
Bergbeklimmer Magnus Midtbø laat zijn benen even rusten bij de beklimming van Trolltunga.

De lokale authoriteiten zijn ook bezorgd dat spectaculaire videos en foto’s van waaghalzen toeristen op domme ideeën zullen brengen. De foto van de Noorse bergbeklimmer Magnus Midtbø hierboven ging de wereld rond. In een interview probeerde hij de schade te beperken: “Ik hoop dat de mensen zullen begrijpen dat ik een beroepsbergbeklimmer ben en dat ze dit zelf niet zullen proberen.”

Laat je intussen vooral niet afschrikken om naar Noorwegen te komen. Het ís en blijft een prachtig vakantieland, met adembenemende natuur. En als je buiten de gebaande paden gaat, kan je nog altijd alleen zijn met de Noorse natuur. Maar denk er dan wel aan om de Noorse bergregels vooraf even door te nemen.

Waarom vangen de Noren nog altijd walvissen?

 

Het blijft me vreemd zicht, dat walvisvlees in de Noorse supermarkten en viswinkels. Waarom blijven de Noren walvissen vangen en eten, ondanks het internationale moratorium op commerciële walvisvangst?

Ik groeide op in de tijd van de grote antiwalvisjachtcampagnes, in de jaren negentientachtig en -negentig. Was walvissen vangen dan niet verboden, wegens met uitroeiing bedreigd en onmenselijke slachtmethodes?

Lange walvistraditie

De Noren zien dat anders. Samen met Japan en IJsland leggen ze het internationale vangstverbod voor walvissen dat al dertig jaar geldt, naast zich neer. Onder grote internationale druk hielden ze even een pauze in de commerciële walvisvangst, van 1988 tot 1993, maar daarna kondigde de premier aan dat Noorwegen weer op dwergvinvissen zou jagen.

Je moet een onderscheid maken tussen verschillende soorten walvissen: niet alle soorten zijn bedreigd. In 2004 zwommen er meer dan 100.000 dwergvinvissen in de Atlantische oceaan – genoeg om op een duurzame manier te kunnen vissen, aldus de Noorse regering.

“Niet de walvissen, maar de walvisvaarders zijn een uitstervend ras.”

IMG_1990
De Noorse walvisharpoen voor het museum over de walvisvangst in Fredrikstad. Foto: A Belgian Up North. All rights reserved.

De regering wijst er ook op dat het om een eeuwenoude traditie gaat, die belangrijk is voor de kustbewoners in Noord-Noorwegen. Al in 800 na Christus gingen vissers voor de Noorse kust walvissen te lijf met harpoenen. Noorwegen was echter een laatbloeier in de commerciële walvisvangst. Terwijl de Nederlandse walvisvaarders al in de jaren 1600 naar de Zuidelijke IJszee trokken, kwam de industriële walvisvangt hier pas na 1860 tot bloei. Maar toen ging het heel snel. De Noren vonden de explosieve harpoenen uit, waarmee walvissen meer trefzeker konden wordne uitgeschakeld. In 1930 doodden Noorse vissers meer dan 25.000 walvissen in het Zuidpoolgebied – goed voor 60% van de wereldwijde vangst.

Nieuwe recordvangst

Daarna plooiden de Noorse walvisvaarders terug op de Noorse wateren en daalde de vangst pijlsnel. Het laatste decennium werden er jaarlijks rond 500 walvissen gedood. Maar de laatste jaren stegen de quota en vangstcijfers weer. 2014 was een recordjaar: toen jaagden Noorse vissers 729 walvissen – méér dan Japan en IJsland samen.

Het is dan ook geen toeval dat de milieubeweging Sea Shepherd vorig jaar zijn schepen naar de Noorse wateren stuurde en dat de dierenrechtenorganisatie Animal Welfare International recentelijk de Noorse walvisvaart aanklaagt in een nieuw rapport. Noorwegen is voor hen één van de grote boosdoeners. Maar de acties zorgen nauwelijks voor deining in Noorwegen. Ook dit jaar gaat het walvisvangstseizoen gewoon door, nog tot 31 augustus.

Niemand wil nog walvisvlees

De walvisvangst is echter al lang niet meer winstgevend. De prijzen van het walvisvlees zijn gekelderd en de afzetmarkt wordt steeds kleiner. De meeste Noorse walvisvaarders zijn boven de vijftig en er zijn nog slechts een twintigtal schepen actief. De walvisvangst staat voor minder dan  één procent van de Noorse visserijsector. “Niet de walvissen, maar de walvisvaarders zijn een uitstervend ras,” schreef een Noorse commentator vorige zomer.

“Waarom blijft Noorwegen toch walvissen vangen, terwijl de Noren walvisvlees haten?” vraagt de Huffington Post zich af.

Mijn Noorse echtgenoot en collega’s beschrijven met afschuw het goedkope walvisvlees dat ze als kind kregen voorgeschoteld in de jaren zeventig. Als je walvisvlees iets te lang laat bakken, wordt het taai en gaat het naar levertraan smaken. De meeste Noren laten walvisvlees daarom liever aan zich voorbijgaan. Uit opiniepeilingen blijkt dat minder dan 5% van de Noren nog walvisvlees eet. Gemiddeld wordt er jaarlijks nog slechts 250 gram walvisvlees per hoofd gegeten. Eén biefstuk.

m-rnet-biff-120516-c8i3949
Walvisbiefstuk in de supermarkt. Aantrekkelijk verpakt, maar het verkoopt niet. Foto: hvalprodukter.no

Noorwegen zit dus met een groot overschot aan walvisvlees. Het meeste daarvan wordt uitgevoerd naar Japan en IJsland, of dient als voeder voor de pelsdierenkwekerijen. Desondanks worden jaarlijks nog grote hoeveelheden gedumpt in zee. Alleen de royale subsidies houden de industrie in leven. Niet alleen de export van walvissenvlees wordt gesubsidieerd, ook de schepen en wetenschappelijk onderzoek naar nieuwe toepassingen van walvisproducten. De walvisvangst kost de Noorse belastingsbetalers meer dan ze opbrengt.

Kritiek niet welkom

Niettemin reageren de meeste Noren erg gevoelig op internationale kritiek op de walvisvangst. Ze begrijpen niet waarom buitenlanders zo emotioneel doen over de walvisjacht: een walvis of een koe doden – zij zien geen verschil. Het is eten. Punt uit.

Tegenstanders van de walvisvangst wijzen er echter op dat de vangsttechnieken helemaal niet zo humaan zijn als de overheid en de visserijsector beweren. De explosieve harpoenen waarmee de walvissen worden gedood, leiden niet altijd tot een onmiddellijke dood. Vaak zien de getroffen dieren nog minutenlang af.

Daarenboven zijn wetenschappers het oneens over de grootte van het walvissenbestand. Volgens het CITES-verdrag zijn ook de Noorse dwergvinvissen met uitsterven bedreigd, maar de Noorse overheid betwist dat. Ze geeft echter al jarenlang geen gegevens meer door aan de Internationale Walviscommissie over de walvissen die de Noorse walvisvaarders vangen. Toch lijkt Noorwegen te ontsnappen aan diplomatieke kritiek, in tegenstelling tot IJsland en Japan.

Is walvistoerisme de toekomst?

De kritiek van milieujongens lijkt de Noorse overheid en walvisvaarders dus nauwelijks te raken. Maar misschien wordt de walvissenjacht geleidelijk aan uit de markt gedwongen door een nieuwe bron van inkomsten: het walvissentoerisme. Ik heb vorige zomer zelf het voorrecht gehad om walvissen in actie te zien in Noord-Noorwegen: hoe ze met hun machtige staarten op het water slaan en uit hun rug water in de lucht sproeien. Steeds meer toeristen tekenen voor natuurtoerisme in Noorwegen. Zou dat op termijn het einde kunnen betekenen van de verlieslatende walvisjacht? Wordt vervolgd…

Ik schreef dit artikel voor het ledenblad van de Nederlandse Club Oslo.

Seksuele opvoeding voor asielzoekers

Vorige maand had ik de kans om een cursus over seksueel geweld bij te wonen in Hå asielcentrum in de buurt van de Noorse stad Stavanger, samen met 14 mannen uit Syrië en Soedan die enkele maanden geleden zijn aangekomen in Noorwegen en wachten op behandeling van hun asielaanvraag. Een kortere versie van deze blog is gepubliceerd in De Standaard.

Noorse vrouwen zien er anders uit

“Welkom,” zegt cursusleidster Linda Hagen vriendelijk. “Ik wil jullie vertellen hoe Noorse samenleving denkt over geweld en verkrachting. We hebben jullie hulp nodig om samen risicosituaties te identificeren.”

IMG_9401
Cursusleidster Linda Hagen en tolk praten met asielzoekers over seksueel geweld.

Linda toont de deelnemers eerst een paar foto’s van vrouwen, mét en zonder sluier. En dan een vrouw in een kort, zwart kleedje en hoge hakken, die uitdagend op het hoekje een rode sofa zit. Wat denken de cursusdeelnemers: wat wil die vrouw? De deelnemers worden in kleine groepjes verdeeld om de foto’s te bespreken. Het gesprek komt moeilijk op gang. De groep deelnemers is erg divers: jongens en familievaders, moslims en niet-gelovigen, jongemannen vanop het Afrikaanse platteland en oudere mannen uit de grote Syrische steden Damascus en Lataka. Enkele deelnemers nemen voorzichtig het woord: de houding van de vrouw op de sofa kan verkeerd worden geïnterpreteerd: in sommige religieuze milieus kan dit als een uitnodiging tot sex worden opgevat. “Voor sommigen gewoon om een vrouw zo te zien, maar voor anderen is het de eerste keer dat ze zoiets zien,” reageert een ander.

“Jullie zullen veel Noorse meisjes ontmoeten die eruitzien als popsterren maar eigenlijk onschuldig zijn”

“Wat als het over jullie eigen dochters zou gaan?” Linda vertelt dat haar eigen dochters van 9 en 10 jaar oud er graag uit willen zien zoals popsterren op het internet: met korte rokjes, lange, blote benen en grote borsten. “Jullie zullen veel Noorse meisjes ontmoeten die eruitzien als popsterren maar eigenlijk onschuldig zijn,” waarschuwt ze. “Ik wil niet dat mijn dochter zo zou rondlopen,” reageert Adil uit Syrië, “als vader zou ik dat haar ook vertellen, maar ik zou haar niet straffen of zo.”

 

De deelnemers hebben nog geen Noors geleerd. Een tolk vertaalt wat cursusleidster Linda zegt naar het Arabisch. Maar er hangt spanning in het lokaal. Enkele deelnemers verstoppen zich onder een muts of achter hun jas, of liggen ongeïnteresseerd met hun hoofd op de tafel voor hen. Achteraan zitten een twintigtal journalisten van verschillende Europese media; de camera’s draaien en flitsen. De deelnemers voelen zich echter ongemakkelijk bij het gevoelige onderwerp en de media-aandacht. Ze willen niet in beeld komen.

De cursus wordt onderbroken. De leiding van het asielcentrum laat pizza aanrukken. Na een korte pauze is het ijs tussen de cursusleiding, journalisten en deelnemers gebroken. “Mijn zussen, vriendin en moeder zijn nog veel sexier dan de vrouw op de foto daarnet,” zegt Michael uit Syrië me met een knipoog. Waar hij vandaan komt, zijn de vrouwen ook vrij om hun eigen leven te leiden. Maar hij vindt het wel nuttig om over seksuele relaties te spreken: “Deze cursus helpt asielzoekers om de regels en normen te leren kennen, hoe je moet reageren op vrouwen. Velen hier zitten al lang in asielcentrum; dan hopen de frustraties zich op. De cursus beschermt zowel vrouwen als mannen.”

Ook een groep Soedanese deelnemers, die zich daarnet nog verstopten voor de camera’s, willen nu wel met me spreken op voorwaarde dat ze anoniem kunnen blijven. We zijn niet gegeneerd om over vrouwen en sex te praten, benadrukken ze. “We leren ook in Soedan op school dat we ons niet mogen vergrijpen aan vrouwen.” Maar de verschillen zijn groot: “Noorse vrouwen zien er helemaal anders uit. En mannen hebben macht over vrouwen in Somalië, dat is hier anders.”

Hoe zie ik aan een dronken meisje of ze sex wil?

Daarna gaat de cursus verder, deze keer zonder camera’s. Linda snijdt meteen het moeilijkste onderwerp aan: verkrachting en seksueel geweld. De deelnemers krijgen informatie over de Noorse wetgeving over verkrachting: iemand tot sex dwingen of meewerken aan verkrachting is verboden. Daders kunnen levenslange celstraf krijgen. De regering overweegt ook om asielzoekers die verkrachtingen of zware misdaden plegen, terug te sturen.

IMG_9409
Vluchtelingen uit Syrië bespreken hoe je ziet of een vrouw sex wil.

De deelnemers worden opnieuw in groepjes verdeeld en moeten bespreken hoe seksueel geweld in Syrië en Soedan wordt bestraft. Wie zijn de daders en slachtoffers en hoe worden ze behandeld? De deelnemers komen uit conflictgebieden waar verkrachting helaas veel voorkomt. Vooral vrouwen en kinderen worden het slachtoffer; over mannelijke slachtoffers wordt in hun landen maar zelden gesproken. De daders die worden gevat worden streng bestraft: ze worden verstoten of zelfs terechtgesteld. Helaas gaan velen vrijuit, vertellen de deelnemers. Of verkrachtte meisjes worden uitgehuwelijkt aan de daders. De deelnemers betreuren dat slachtoffers niet beter worden geholpen in hun thuisland. In Noorwegen, legt Linda uit, is het belangrijk om aangifte te doen van verkrachting bij de politie. Meisjes verliezen niet hun eer; het is belangrijk dat de daders worden gevat.

Maar soms is het niet is het niet zo eenvoudig. Een deelnemer uit Somalië vraagt zich af: “Hoe kan ik zien aan een dronken meisje of ze sex wil of niet?” Een ander twijfelt: “Als iemand met me meekomt naar huis, is ze het toch eens om sex te hebben?” Het gesprek verloopt nu veel gemakkelijker dan daarnet. Zo gaat het meestal, de deelnemers zijn verbazend open, vertrouwt Linda me toe.

Boos over misbruik in Keulen

Ze is voorzichtig om de deelnemers niet te stigmatiseren. “Ik denk niet dat jij, jij of jij verkrachters zijn,” zegt ze tegen enkele deelnemers op de eerste rij. “Maar jullie moeten voorzichtig zijn en aan jullie eigen reputatie denken. Het is oneerlijk, maar vreemdelingen krijgen nu eenmaal eerst de schuld. Samen moeten we ervoor zorgen dat we geen mogelijkheden scheppen voor verkrachters.” Het is zoals in een klas: één of twee pestkoppen kunnen de sfeer voor allen verpesten.

“Wat er in Keulen gebeurd is, is respectloos. Ik ben bang dat dit afstraalt op alle asielzoekers.”

De recente incidenten in Keulen en Stockholm, waar tientallen vrouwen werden aangerand tijdens publieke evenementen, lokken sterke reacties uit bij de deelnemers: “Dat is volstrekt onaanvaardbaar in gelijk welke cultuur,” zegt Michael. “Wat er daar gebeurd is, is respectloos voor de Europese bevolking, die ons verwelkomt. Ik ben bang dat dit afstraalt op alle asielzoekers.”

IMG_9410
Michael uit Syrië is bang dat het seksueel geweld in Keulen negatief afstraalt op alle asielzoekers

 

Golf van verkrachtingen

De Noorse cursussen over seksueel geweld voor asielzoekers startten na een golf van verkrachtingen in Stavanger, in 2009. De daders waren meestal buitenlanders. Net zoals in Keulen en Stockholm werd ook toen met een beschuldigende vinger naar de asielcentra in de buurt van Stavanger gewezen. De gemeente, politie, kerk en asielcentra in Stavanger sloegen daarop de handen in elkaar en ontwikkelden de cursus “Samen voor veiligheid”, waarin asielzoekers en werknemers van het asielcentrum in kleine groepjes praatten over seksueel geweld. De dialooggroepen gingen over verkrachtingen, maar ook huiselijk geweld en culturele normen.

Sindsdien worden de cursussen in asielcentra in het hele land aangeboden. Hier in Hå is het Hero, een privaat bedrijf dat meer dan zeventig asielcentra beheert in Noorwegen, dat de cursus organiseert. Alle inwoners van Hero’s asielcentra krijgen zo’n cursus aangeboden, zowel mannen als vrouwen, maar de asielzoekers zijn niet verplicht om deel te nemen. De interesse onder asielzoekers is echter groot. Tijdens de pauze komen enkele jongeren uit Somalië nieuwsgierig kijken aan ons lokaal. De leidster van het asielcentrum verzekert hen dat zij binnenkort aan de beurt zijn. Deze cursus is alleen in het Arabisch.

Verplicht maar duur

De Noorse dienst vreemdelingenzaken experimenteerde in 2013 en 2014 ook met verplichte cursussen. In elk asielcentrum werden twee mensen opgeleid om dialooggroepen over geweld te begeleiden. De cursussen werden georganiseerd door de verening Alternatief voor geweld. De overheid betaalde voor de tolken die de cursussen begeleidden. Begin vorig jaar, dus vóór de grote vluchtelingenstroom naar Noorwegen op gang kwam, besliste de regering echter dat ze niet langer voor de tolken zou betalen.

In een interview met de Noorse krant Dagbladet betreurde Alternatief voor geweld onlangs dat veel asielcentra de cursussen niet verderzetten. Een tolk gebruiken kost aldus de organisatie tussen 19.000 og 25.000 Noorse kroon per cursus, omgerekend tussen de 2000 en 2500 euro. Dat is een grote kost voor asielcentra. De private asielcentra van Hero zetten de cursussen wél voort,op eigen kosten.

Dat is niet goedkoop, geeft de leider van Hero Tor Brekke toe in een interview, maar hij vindt de cursussen noodzakelijk: “Het is een belangrijk deel van onze taak om bruggen te bouwen tussen onze samenleving en de nieuwkomers. Werken met een onderwerp dat mogelijk problemen kan opleveren, zoals verschillende culturele codes – hoe vrouwen zich kleden en gedragen en seksueel geweld, is erg nuttig.”

Overrompeld over interesse uit het buitenland

Tor Brekke, Hero, Admin. Dir
Tor Brekke van Hero: praten over seksueel geweld helpt om problemen te voorkomen. Foto: Hero Norge.

De interesse van buitenlandse media voor de Noorse ervaringen met cursussen over seksueel geweld is overweldigend sinds de incidenten in Keulen en Stockholm. Hero heeft een van de grote communicatiebedrijven uit Noorwegen onder de arm genomen om hen bij te staan met de stroom aan interviewaanvragen uit het buitenland. Brekke is trots maar ook een beetje verrast door de grote aandacht uit het buitenland voor de cursus: “Het is geen toverformule. Wat we doen is een arena bieden om in een veilige omgeving gesprekken te voeren over deze moeilijke thema’s.”

De Noorse regering bekijkt op dit ogenblik nieuwe mogelijkheden om de cursussen te financieren en ook verplicht te maken. De nieuwe minister voor asiel en integratie vindt het erg belangrijk om asielzoekers Noorse waarden bij te brengen. Brekke hoopt dat de Noorse regering de cursussen zal blijven ondersteunen en raadt ook België en andere landen aan om gelijkaardige cursussen te organiseren: “Ik weet niet of de cursussen incidenten zoals in Keulen of Stockholm kunnen voorkomen. Het is in elk geval een stap in de goede richting en veel beter dan de problemen te verzwijgen.”