Zijn de Noren onbeleefd?

Noorwegen is onlangs uitgeroepen tot het gelukkigste land ter wereld. Er is welstand, efficiënt bestuur, goede gezondheidszorg, gratis onderwijs, vertrouwen in elkaar, goede levenskwaliteit.

De Noren leven, zoals we vaak mogen lezen in de media, in “het beste land van de wereld”. Maar hoe zit het met de Noren zelf? Hoe gedragen die zich, in het algemeen?

Heel wat buitenlanders vinden de Noren nors en onbeleefd. Een aantal linguïsten gingen onlangs in debat in de media: zijn de Noren echt onbeleefd, en waarom dan wel?

Niet storen

Wat toeristen en inwijkelingen meteen opvalt is dat de Noren een zwijgzaam volk zijn. Men maakt hier geen praatjes met wildvreemden op straat en zegt geen goedendag als men naast iemand gaat zitten op de bus of metro. Integendeel, als er nog vrije plaatsen over zijn, wordt het zelfs als onbeleefd aanzien om je naast een ander neer te ploffen.

IMG_0431
In Noorwegen hoef je niet te praten met je buurman of -vrouw op de metro.

Een koffie bestellen op café verloopt ook behoorlijk anders dan elders in Europa. Hier sla je geen praatje met de barista, maar scrol je even op je smart phone terwijl je wacht op je koffie. Ook op de metro kijkt iedereen zwijgend op zijn eigen telefoon.

Volgens Kristin Rygg, die onderzoek doet naar beleefdheidsvormen in de taal, is dat echter geen teken van onbeleefdheid: Noren vinden het net onbeleefd om anderen te storen. Je vraagt niet om hulp tenzij je het écht nodig hebt.

Misschien is er ook een verband met een diep Noors verlangen om helemaal alleen te zijn in de natuur.

Sta je plaats op de bus niet af

Ook hoffelijkheid op het openbaar vervoer wordt niet op prijs gesteld. Als je voor iemand anders rechtstaat op de tram of metro, wordt je maar al te vaak koeltjes bedankt en blijft de vrijgemaakte plaats leeg staan. Zeker als een man denkt recht te staan voor een vrouw.

Reken er als vrouw ook niet op dat Noorse mannen je eerst door de deur zullen laten gaan, of de deur voor je zullen openhouden. Dat wordt door de feministische Noorse vrouwen immers als een affront beschouwd.

Wat me als Belg echter opvalt is dat de Noren erg hoffelijk zijn in het verkeer, en ook in de rij staan kunnen ze veel ordelijker dan veel andere Europeanen. Hoffelijkheid in het openbare leven, of je aan de regels houden, wordt wel erg op prijs gesteld.

Geen u, alstublieft of smakelijk

De Noorse taal is ook gestript van allerlei beleefdheidsvormen.

De U-vorm wordt alleen nog voor de koning gebruikt. Met alle anderen mag je jij-en en jou-en. Zelfs met de premier, die joviaal “Erna” wordt genoemd door de Noren.

Het woord alstublieft bestaat wel in het Noors, maar behoort wellicht tot de minst gebruikte woorden. Op restaurant zeg je “Ik neem graag een hamburger” of bij de bakker “Kan ik een brood krijgen?”. Zonder aub dus.

Er is ook geen woord voor smakelijk. Als het eten op tafel komt, begin je gewoon meteen te eten. Je hoeft niet te wachten tot iedereen is bediend. Reik gerust over tafel om de boter te pakken, liever dan je tafelgenoten te vragen om iets door te geven: je “Noorse arm gebruiken” is een populaire uitdrukking in het Noors.

Gebruik ook geen “would you mind helping me“, “could you possibly” of “je vous prie” als je iemand om een gunst wil vragen: vraag gewoon direct wat je nodig hebt, zonder verpakking. Vergeet echter niet om achteraf te bedanken.

Een dankwoord voor elke gelegenheid

De Noren hebben een uitgebreid repertoire aan dankwoorden: takk, takk for nå of takk for meg (bedankt, het was leuk erbij te zijn). Je mag er graag ook bij bukken – dat is erg hoffelijk.

Er wordt ook gul rondgestrooid met superlatieven bij het bedanken: tusen takk (1000 keer bedankt) of tusen hjertelig takk (1000 keer hartelijk bedankt). Maar let op met takk for alt – dat is alleen voor begrafenisspeeches! Mijn persoonlijke favoriet is takk for sist om te bedanken voor de laatste keer dat je elkaar hebt gezien.

Ikzelf ervaar de Noren echter niet als nors of onbeleefd. De directe omgangsvormen zijn bevrijdend en small talk hoeft voor mij zeker ook niet. Maar een zitplaats aangeboden krijgen of eerst door de deur mogen gaan, mis ik wel met mijn Latijnse inborst. En thuis hebben we het Nederlandse “smakelijk” ingevoerd – op zijn Brussels afgewisseld met het Franse “bon appetit“.

Luister ook naar mijn interview over de Noorse beleefdheidsnormen in Nieuwe Feiten op Radio 1: https://www.radio1.be/noren-moet-je-vooral-niet-storen.

 

Einde van FM-radio

2017 wordt een revolutionair jaar voor de radio. Noorwegen schakelt als eerste land ter wereld het nationale FM-net uit om over te stappen naar digitale radio.

Noord-Noorwegen was vorige maand als eerste aan de beurt, deze maand volgen Trøndelag, Møre en Romsdal. Oslo maakt de overgang in september. Tegen eind 2017 zullen de openbare omroep en de grote commerciële radiozenders in het hele land enkel nog via digitale radio of DAB+ te beluisteren zijn.

“We hebben DAB+ nodig om de toekomst van de radio veilig te stellen,” zegt directeur Ole Jørgen Torvmark van Digitalradio Norge, de organisatie die de overgang naar digitale radio in goede banen moet leiden. “Dankzij het DAB+-platform krijgen alle Noren een ruimer aanbod en kunnen we als medium relevant blijven voor jong en oud.”

Digitale luisteraars kunnen kiezen tussen een dertigtal zenders, waaronder heel wat nieuwe zenders bijvoorbeeld met uitsluitend nieuws, klassieke muziek, jazz of de laatste hits. “Meer dan de helft van de luisteraars zijn al overgestapt naar de nieuwe zenders,” zegt Torvmark.

Lokale radio’s blijven op FM

De lokale radiozenders mogen blijven uitzenden op het FM-net. Hun vergunningen zijn net vernieuwd voor vijf jaar. Het is voorlopig nog onduidelijk wat daarna gaat gebeuren: of het FM-net definitief wordt uitgezet of toch nog blijft bestaan. De lokale radiozenders hebben alvast protest aangetekend tegen een definitieve sluiting bij het toezichtorgaan in Brussel, dat over de toepassing van de Europese wetgeving in Noorwegen waakt.

“Het enige voordeel van DAB+ is dat wellicht meer Noren naar lokale radiozenders zullen luisteren,” zegt Svein Larsen van de Vereniging van lokale radio’s.

Verouderde technologie

Larsen is één van de uitgesproken tegenstanders van DAB+.

“In de jaren negentig, toen het DAB-platform werd ontwikkeld, geloofde ik in de technologie. Maar intussen zijn we ingehaald door het internet,” vindt Larsen.

Hij wordt bijgetreden door de sectorvereniging voor informatietechnologie, IKT Norge, die DAB ook een overbodig tussenstation vindt.

“Het probleem is dat de politici zes jaar geleden beslist hebben om het FM-net te vervangen door DAB+, onder druk van de grote omroepen. Nu worden we gedwongen om oude technologie te gebruiken,” voegt Larsen eraan toe. Hij vreest dat veel luisteraars de radio zullen inruilen voor Spotify of podcasts.

Ruim één miljoen auto’s zonder DAB

Zeven op de tien huishoudens hebben minstens één DAB-toestel. Maar hun buitenverblijven, zolders, boten of wagens zijn meestal nog niet uitgerust met een nieuwe ontvanger. Begin dit jaar hadden drie vierden van de Noorse wagens nog geen digitale radio of DAB-adaptor. Sommigen vrezen dan ook voor de veiligheid, wanneer de inwoners niet via de radio geïnformeerd kunnen worden over eventuele noodtoestanden of files.

Ole Jørgen Torvmark van Digitalradio verwacht nu echter een inhaalbeweging: “Veel auto-eigenaars hebben gewacht tot het laatste moment. We verwachten dat de meesten er nu werk van zullen maken.”

De vraag naar DAB-radio’s en -adaptors voor auto’s is op het ogenblik inderdaad zo groot dat er bij veel automerken wachttijden zijn. Ook electrowinkels melden een verdubbeling in de verkoop van radio’s sinds eind vorig jaar.

Toch is de digitalisering van de radio niet populair onder de bevolking. In een peiling voor de Noorse krant Dagbladet vorige zomer was 66% van de ondervraagden tegen het afsluiten van het nationale FM-net.

“De meesten zien de noodzaak en voordelen niet van de DAB-technologie, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de smarttelefoons, die de mensen wel snel omarmd hebben.” zegt radioman Svein Larsen.

Internationale voorloper

Nederland en heel wat andere Europese landen bieden ook DAB-radio aan, maar Noorwegen is voorlopig het enige land ter wereld dat het nationale FM-net effectief uitschakelt. Buurland Zweden heeft vorig jaar net het plan begraven om het nationale net over te brengen naar DAB. Daar blijft FM wel bestaan.

Volgens directeur Torvmark van Digitalradio is DAB wel degelijk de toekomst: “Ik ben heel trots dat Noorwegen nu het meest moderne radioland ter wereld wordt en dat iedereen in dit uitgestrekte land een beter radio-aanbod zullen krijgen. Andere landen zullen ons voorbeeld snel volgen.”

In Noord-Noorwegen had DAB+ met wat kinderziektes te kampen. Enkele dagen na de overgang lag het hele net plat. De komende maanden in Noorwegen zullen uitwijzen of DAB+ een goed alternatief is voor de oude vertrouwde FM-radio’s.

Dieselverbod in Oslo

De Noorse hoofdstad Oslo verbiedt vandaag en de komende dagen alle dieselwagens in en rond de stad omdat de luchtkwaliteit bijzonder slecht is.

Het was een rustige ochtendspits op de wegen rond Oslo vandaag. Dieselwagens, goed voor ongeveerd een derde van de auto’s, mogen vandaag niet op de gemeentelijke wegen rijden. Dat betekent zo goed als alle wegen in de hoofdstad en heel wat invalswegen.

Het stadsbestuur trekt aan de noodrem omdat er vandaag en de komende dagen erg slechte luchtkwaliteit wordt verwacht over de stad.

screen-shot-2017-01-17-at-10-57-06
Vanmiddag en morgen wordt erg slechte lucht verwacht in Oslo

Het is de eerste keer dat het stadsbestuur zo’n extreme maatregel neemt.

“We kunnen niet toelaten dat kinderen, ouderen en mensen met luchtwegproblemen in Oslo binnen moeten blijven omdat het voor hen te gevaarlijk is om te ademen,” zei de verantwoordelijke schepen aan de Noorse krant VG.

Het verbod geldt tussen 6u ’s morgens en 22u ’s avonds, todat de luchtkwaliteit verbetert. De hevige smog is te wijten aan wat metereologen een inversie noemen: de lagere luchtlagen zijn kouder dan de hogere. Daardoor blijft de vervuiling als een deksel over de laagste delen van de stad hangen. Meteorologen verwachten donderdag verandering in het weer.

De dienst wegen en verkeer en de politie zullen op het dieselverbod toezien. Wie gestopt wordt met een dieselwagen in de stad, moet een boete betalen van omgerekend 165 euro. Er worden echter geen extra controles ingelast; de overheid rekent op de verantwoordelijkheidszin van de dieselrijders.

Zure dieselrijders

De maatregel wordt echter niet goed onthaald door de meeste eigenaars van dieselwagens, die het niet rechtvaardig vinden dat zij alleen moeten opdraaien voor het smogprobleem. Vooral de pendelaars uit de rand rond Oslo worden getroffen door de maatregel. Er is geen extra openbaar vervoer ingezet vandaag.

Experts van het Noorse instituut voor luchtvervuilving NILU zeggen dat een dieselverbod de luchtkwaliteit meteen kan verbeten. Ze gaan de komende dagen metingen uitvoeren om het effect van de noodmaatregel in Oslo te evalueren. Maar ze verwachten geen groot effect, omdat er teveel uitzonderingen gelden en het verbod beperkt blijft tot de gemeentelijke wegen.

Heel wat dieselwagens ontsnappen aan het rijverbod: de bussen van het openbaar vervoer, hulpdiensten, gehandicaptenvervoer en vervoer van en naar de luchthaven, de ferryhaven en het centraal station zijn wel toegelaten. Ook wie voor het werk zijn wagen nodig heeft, mag rijden met een attest van de werkgever. Vrachtwagens die voldoen aan de strengste Euro VI-uitstootnormen zijn ook uitgezonderd.

Hele reeks maatregelen

Het acute dieselverbod maakt deel uit van een hele resem maatregelen die het roodgroene stadsbestuur in Oslo eind vorig jaar heeft ingevoerd om de luchtvervuiling in de stad terug te dringen.

We kunnen niet toelaten dat kinderen, ouderen en mensen met astma binnen moeten blijven omdat het te gevaarlijk is om te ademen – Lan Marie Berg, milieuschepen in Oslo.

Het stadsbestuur wil onder meer wegentol vervijfvoudigen op dagen met slechte luchtkwaliteit. Dan zouden dieselwagens maar liefst 18 euro moeten betalen om Oslo binnen te rijden; benzinewagens, hybride en elektrische wagens betalen iets minder. Maar de uitvoering van de maatregel heeft vertraging opgelopen. Daardoor zag het stadsbestuur zich genoodzaakt om alsnog een tijdelijk dieselverbod in te voeren.

Verder geldt er ook de hele winter een snelheidsbeperking van 60km/u op de grote ring rond Oslo, voor alle wagens. De komende jaren wil het stadsbestuur ook grote delen van de stad verkeersvrij maken, en indien mogelijk, zelfs het hele centrum binnen de kleine ring.

Terwijl de overheid tien jaar geleden nog alle autobestuurders aanspoorde om over te stappen op diesel omdat dat beter was voor het klimaat, willen Oslo en andere Noorse steden de dieselwagens nu zoveel mogelijk in de ban doen. De verkoop van dieselwagens in Noorwegen is op vijf jaar tijd gehalveerd. Vorig jaar waren één op de vijf nieuwe wagens elektrisch.

Lees ook mijn eerdere blog over het succes van elektrische wagens in Noorwegen.

Dit artikel verscheen eerst op De Redactie

Kan Noorwegen het klimaat redden?

Noorwegen wil het eerste Europese land worden dat broeikasgassen uit de atmosfeer kan halen en voorgoed opslaan. De afvalverbrandingsinstallatie van Oslo heeft bewezen dat het kan.

De schoorstenen van de afvalverbrandingsinstallatie in Klemetsrud, net buiten Oslo, braken dikke witte rook uit. Hier wordt afval verbrand van huishoudens en bedrijven uit de Noorse hoofdstad en omstreken.

Sinds dit voorjaar steekt er een extra dunne, zwarte pijp op uit de verbrandingsinstallatie. Hier hebben ingenieurs, met steun van de Noorse regering, de voorbije maanden testen gedaan om CO2 uit de rook van de afvalverbrandingsoven op te vangen. CO2 of koolstofdioxide is de hoofdoorzaak van de klimaatverandering.

“We spoelen de rook met een chemische stof, amine. De CO2 zet zich vast op de amine. Door vervolgens de amine te verhitten kunnen we de CO2 afzonderen en wegleiden naar een permanente opslagplaats onder de Noordzee.”

Technisch directeur Johnny Stuen leidt me rond in de afvalverbrandingsinstallatie. Vóór de zomer kwam een delegatie van het Internationaal Energie Agentschap uit Parijs op bezoek. Want Klemetsrud is de eerste afvalverbrandingsoven ter wereld die CO2 voorgoed uit de atmosfeer kan weghalen.

“Dankzij deze technologie hebben we geen enkel restproduct over nadat we de afval verbranden.”

“De as en metalen worden hergebruikt bij de aanleg van wegen en de energie gaat naar Oslo om woningen te verwarmen. Nu kunnen we ook de CO2 wegwerken,” zegt Stuen trots.

Het is een gat in de markt, aldus Stuen: “Met deze CCS-technologie kunnen we Europa’s schoonste afvaloven worden, nog beter dan de Nederlandse en Deense installaties, en zullen nog meer buitenlandse bedrijven hun afval hier willen verbranden.”

Een klimaatnoodzaak

CCS staat voor Carbon Capture and Storage of de afvang en opslag van koolstofdioxide. Volgens het klimaatrapport van de Verenigde Naties kunnen we zonder CCS de klimaatdoelstellingen die werden afgesproken in Parijs, niet halen.

“Meer dan 90% van de klimaatscenarios gaan ervan uit dat we CO2 uit de atmosfeer kunnen halen in de tweede helft van deze eeuw,” legt Asbjørn Torvanger, CCS-specialist bij het Center for International Climate and Environmental Research in Oslo uit.

De technologie staat echter nog in de kinderschoenen. Voorlopig zijn er nog maar drie landen in de wereld die CCS toepassen: de Verenigde Staten, Canada en Noorwegen. Het Noorse oliebedrijf Statoil pompt al tien jaar lang CO2 in de poreuze zandsteen van een leeg olieveld in de Noordzee.

“Geologen doen elk jaar metingen en de CO2 ontsnapt niet,” bevestigt Torvanger. “Maar dat betekent niet dat de CO2 voorgoed veilig is. We moeten het over langere tijd opvolgen. Bovendien zijn niet alle lege olievelden geschikt.” Volgens wetenschappers is er in de Noorse zee genoeg plaats om alle CO2 die Europese bedrijven deze eeuw nog zullen uitstoten, op te bergen.

Toch is CCS is geen toverformule om het klimaatprobleem op te lossen, aldus Torvanger: “De uitstoot van broeikasgassen verminderen is het belangrijkst. Maar wellicht kunnen we de uitstoot van fossiele brandstoffen en van de industrie niet helemaal tot nul terugbrengen. Met CCS kunnen we CO2 uit de atmosfeer halen en zo de klimaatopwarming rond de grens van twee graden houden.”

Noorse maanlanding

Noorwegen wil over vijf jaar de eerste installatie voor afvang en opslag van CO2 operationeel hebben. In haar begroting voor 2017 die donderdag werd voorgesteld, trekt de regering 130 miljoen euro uit voor voorbereidend onderzoek.

De uitbouw van Noorse CCS-technologie heeft vertraging opgelopen. Oorspronkelijk wou Noorwegen in 2014 al ‘s werelds eerste klimaatneutrale gascentrale realiseren in Mongstad. Dat zou, aldus de vorige eerste minister Jens Stoltenberg, “Noorwegens maanlanding” worden.

TCM flyfoto
Het CCS-technologiecentrum in Mongstad: één van ’s werelds grootste testinstallaties voor koolstofafvang en -opslag. Foto: TCM.

De maanlanding bleek echter te duur. In plaats van een klimaatneutrale gascentrale is Mongstad een testcentrum geworden voor CCS-technologie. Het testcentrum krijgt nu vers geld, evenals drie proefprojecten in industriële installaties. De afvalverbrandingsoven in Oslo is daar één van; de andere installaties zijn in een mest- en een cementfabriek.

Experts moeten de komende twee jaar berekenen hoeveel het gaat kosten om één van die drie installaties in gebruik te nemen. Ze moeten ook nog een oplossing zoeken om de CO2 uit de installaties per schip of door pijpleidingen naar de opslagplaatsen in de Noordzee over te brengen.

De maanlanding is dan wel vertraagd, maar de koers staat vast. CCS is voor Noorwegen de enige manier om door te kunnen gaan met olie- en gasproductie, aldus Sirin Engen van de milieuorganisatie Bellona:

“De olie- en gasexport is goed voor 500 miljoen ton CO2 per jaar, dat is tien keer meer dan onze eigen uitstoot. Het is onze plicht om mee te zoeken naar een oplossing voor het klimaatprobleem.”

 “Als Noorwegen erin slaagt om de enorme opslagcapaciteit voor CO2 in de Noordzee in gebruik te nemen, kunnen we hier veel geld mee verdienen.”

Dure technologie

Het proefproject in kostin CO2 afvangen, transporteren en opslaan is nu nog tien keer duurder dan de prijs van 1 ton CO2 op de Europese markt.

Sirin Engen verwacht dat de kost gaat dalen: “Nieuwe technologie is duur. We hebben meer installaties nodig om de kosten te doen dalen.” voorlopig

Ook het klimaateffect blijft voorlopig onzeker, aldus Torvanger:

Kan Noorwegen alsnog wereldleider worden in de opvang en opslag van broeikasgassen?

“Ja het kan, maar het duurt wellicht langer dan de politici verwachten,” besluit Torvanger.

32 Noorse wolven gered

Update van de vorige post over wolvenjacht in Noorwegen:

De Noorse milieuminister Vidar Helgesen besliste eind december dat vier wolvenroedels in de beschermde zone Hedmark dan toch niet geschoten mogen worden. Daarmee wordt het aantal wolven dat deze winter geschoten kan worden teruggebracht van 47 tot 15 wolven.

De milieubeweging jubelt:

Anderen zijn minder blij. “Werkelijkheidsvreemd, en arrogant ten opzichte van de jagers en de inwoners,” reageert de leider van de Senterpartiet op het afblazen van de grootste wolvenjacht ooit. Ook de diensten voor wildbeheer voelen zich in de kou gezet door de milieuminister.

Seksuele opvoeding voor asielzoekers

Vorige maand had ik de kans om een cursus over seksueel geweld bij te wonen in Hå asielcentrum in de buurt van de Noorse stad Stavanger, samen met 14 mannen uit Syrië en Soedan die enkele maanden geleden zijn aangekomen in Noorwegen en wachten op behandeling van hun asielaanvraag. Een kortere versie van deze blog is gepubliceerd in De Standaard.

Noorse vrouwen zien er anders uit

“Welkom,” zegt cursusleidster Linda Hagen vriendelijk. “Ik wil jullie vertellen hoe Noorse samenleving denkt over geweld en verkrachting. We hebben jullie hulp nodig om samen risicosituaties te identificeren.”

IMG_9401
Cursusleidster Linda Hagen en tolk praten met asielzoekers over seksueel geweld.

Linda toont de deelnemers eerst een paar foto’s van vrouwen, mét en zonder sluier. En dan een vrouw in een kort, zwart kleedje en hoge hakken, die uitdagend op het hoekje een rode sofa zit. Wat denken de cursusdeelnemers: wat wil die vrouw? De deelnemers worden in kleine groepjes verdeeld om de foto’s te bespreken. Het gesprek komt moeilijk op gang. De groep deelnemers is erg divers: jongens en familievaders, moslims en niet-gelovigen, jongemannen vanop het Afrikaanse platteland en oudere mannen uit de grote Syrische steden Damascus en Lataka. Enkele deelnemers nemen voorzichtig het woord: de houding van de vrouw op de sofa kan verkeerd worden geïnterpreteerd: in sommige religieuze milieus kan dit als een uitnodiging tot sex worden opgevat. “Voor sommigen gewoon om een vrouw zo te zien, maar voor anderen is het de eerste keer dat ze zoiets zien,” reageert een ander.

“Jullie zullen veel Noorse meisjes ontmoeten die eruitzien als popsterren maar eigenlijk onschuldig zijn”

“Wat als het over jullie eigen dochters zou gaan?” Linda vertelt dat haar eigen dochters van 9 en 10 jaar oud er graag uit willen zien zoals popsterren op het internet: met korte rokjes, lange, blote benen en grote borsten. “Jullie zullen veel Noorse meisjes ontmoeten die eruitzien als popsterren maar eigenlijk onschuldig zijn,” waarschuwt ze. “Ik wil niet dat mijn dochter zo zou rondlopen,” reageert Adil uit Syrië, “als vader zou ik dat haar ook vertellen, maar ik zou haar niet straffen of zo.”

 

De deelnemers hebben nog geen Noors geleerd. Een tolk vertaalt wat cursusleidster Linda zegt naar het Arabisch. Maar er hangt spanning in het lokaal. Enkele deelnemers verstoppen zich onder een muts of achter hun jas, of liggen ongeïnteresseerd met hun hoofd op de tafel voor hen. Achteraan zitten een twintigtal journalisten van verschillende Europese media; de camera’s draaien en flitsen. De deelnemers voelen zich echter ongemakkelijk bij het gevoelige onderwerp en de media-aandacht. Ze willen niet in beeld komen.

De cursus wordt onderbroken. De leiding van het asielcentrum laat pizza aanrukken. Na een korte pauze is het ijs tussen de cursusleiding, journalisten en deelnemers gebroken. “Mijn zussen, vriendin en moeder zijn nog veel sexier dan de vrouw op de foto daarnet,” zegt Michael uit Syrië me met een knipoog. Waar hij vandaan komt, zijn de vrouwen ook vrij om hun eigen leven te leiden. Maar hij vindt het wel nuttig om over seksuele relaties te spreken: “Deze cursus helpt asielzoekers om de regels en normen te leren kennen, hoe je moet reageren op vrouwen. Velen hier zitten al lang in asielcentrum; dan hopen de frustraties zich op. De cursus beschermt zowel vrouwen als mannen.”

Ook een groep Soedanese deelnemers, die zich daarnet nog verstopten voor de camera’s, willen nu wel met me spreken op voorwaarde dat ze anoniem kunnen blijven. We zijn niet gegeneerd om over vrouwen en sex te praten, benadrukken ze. “We leren ook in Soedan op school dat we ons niet mogen vergrijpen aan vrouwen.” Maar de verschillen zijn groot: “Noorse vrouwen zien er helemaal anders uit. En mannen hebben macht over vrouwen in Somalië, dat is hier anders.”

Hoe zie ik aan een dronken meisje of ze sex wil?

Daarna gaat de cursus verder, deze keer zonder camera’s. Linda snijdt meteen het moeilijkste onderwerp aan: verkrachting en seksueel geweld. De deelnemers krijgen informatie over de Noorse wetgeving over verkrachting: iemand tot sex dwingen of meewerken aan verkrachting is verboden. Daders kunnen levenslange celstraf krijgen. De regering overweegt ook om asielzoekers die verkrachtingen of zware misdaden plegen, terug te sturen.

IMG_9409
Vluchtelingen uit Syrië bespreken hoe je ziet of een vrouw sex wil.

De deelnemers worden opnieuw in groepjes verdeeld en moeten bespreken hoe seksueel geweld in Syrië en Soedan wordt bestraft. Wie zijn de daders en slachtoffers en hoe worden ze behandeld? De deelnemers komen uit conflictgebieden waar verkrachting helaas veel voorkomt. Vooral vrouwen en kinderen worden het slachtoffer; over mannelijke slachtoffers wordt in hun landen maar zelden gesproken. De daders die worden gevat worden streng bestraft: ze worden verstoten of zelfs terechtgesteld. Helaas gaan velen vrijuit, vertellen de deelnemers. Of verkrachtte meisjes worden uitgehuwelijkt aan de daders. De deelnemers betreuren dat slachtoffers niet beter worden geholpen in hun thuisland. In Noorwegen, legt Linda uit, is het belangrijk om aangifte te doen van verkrachting bij de politie. Meisjes verliezen niet hun eer; het is belangrijk dat de daders worden gevat.

Maar soms is het niet is het niet zo eenvoudig. Een deelnemer uit Somalië vraagt zich af: “Hoe kan ik zien aan een dronken meisje of ze sex wil of niet?” Een ander twijfelt: “Als iemand met me meekomt naar huis, is ze het toch eens om sex te hebben?” Het gesprek verloopt nu veel gemakkelijker dan daarnet. Zo gaat het meestal, de deelnemers zijn verbazend open, vertrouwt Linda me toe.

Boos over misbruik in Keulen

Ze is voorzichtig om de deelnemers niet te stigmatiseren. “Ik denk niet dat jij, jij of jij verkrachters zijn,” zegt ze tegen enkele deelnemers op de eerste rij. “Maar jullie moeten voorzichtig zijn en aan jullie eigen reputatie denken. Het is oneerlijk, maar vreemdelingen krijgen nu eenmaal eerst de schuld. Samen moeten we ervoor zorgen dat we geen mogelijkheden scheppen voor verkrachters.” Het is zoals in een klas: één of twee pestkoppen kunnen de sfeer voor allen verpesten.

“Wat er in Keulen gebeurd is, is respectloos. Ik ben bang dat dit afstraalt op alle asielzoekers.”

De recente incidenten in Keulen en Stockholm, waar tientallen vrouwen werden aangerand tijdens publieke evenementen, lokken sterke reacties uit bij de deelnemers: “Dat is volstrekt onaanvaardbaar in gelijk welke cultuur,” zegt Michael. “Wat er daar gebeurd is, is respectloos voor de Europese bevolking, die ons verwelkomt. Ik ben bang dat dit afstraalt op alle asielzoekers.”

IMG_9410
Michael uit Syrië is bang dat het seksueel geweld in Keulen negatief afstraalt op alle asielzoekers

 

Golf van verkrachtingen

De Noorse cursussen over seksueel geweld voor asielzoekers startten na een golf van verkrachtingen in Stavanger, in 2009. De daders waren meestal buitenlanders. Net zoals in Keulen en Stockholm werd ook toen met een beschuldigende vinger naar de asielcentra in de buurt van Stavanger gewezen. De gemeente, politie, kerk en asielcentra in Stavanger sloegen daarop de handen in elkaar en ontwikkelden de cursus “Samen voor veiligheid”, waarin asielzoekers en werknemers van het asielcentrum in kleine groepjes praatten over seksueel geweld. De dialooggroepen gingen over verkrachtingen, maar ook huiselijk geweld en culturele normen.

Sindsdien worden de cursussen in asielcentra in het hele land aangeboden. Hier in Hå is het Hero, een privaat bedrijf dat meer dan zeventig asielcentra beheert in Noorwegen, dat de cursus organiseert. Alle inwoners van Hero’s asielcentra krijgen zo’n cursus aangeboden, zowel mannen als vrouwen, maar de asielzoekers zijn niet verplicht om deel te nemen. De interesse onder asielzoekers is echter groot. Tijdens de pauze komen enkele jongeren uit Somalië nieuwsgierig kijken aan ons lokaal. De leidster van het asielcentrum verzekert hen dat zij binnenkort aan de beurt zijn. Deze cursus is alleen in het Arabisch.

Verplicht maar duur

De Noorse dienst vreemdelingenzaken experimenteerde in 2013 en 2014 ook met verplichte cursussen. In elk asielcentrum werden twee mensen opgeleid om dialooggroepen over geweld te begeleiden. De cursussen werden georganiseerd door de verening Alternatief voor geweld. De overheid betaalde voor de tolken die de cursussen begeleidden. Begin vorig jaar, dus vóór de grote vluchtelingenstroom naar Noorwegen op gang kwam, besliste de regering echter dat ze niet langer voor de tolken zou betalen.

In een interview met de Noorse krant Dagbladet betreurde Alternatief voor geweld onlangs dat veel asielcentra de cursussen niet verderzetten. Een tolk gebruiken kost aldus de organisatie tussen 19.000 og 25.000 Noorse kroon per cursus, omgerekend tussen de 2000 en 2500 euro. Dat is een grote kost voor asielcentra. De private asielcentra van Hero zetten de cursussen wél voort,op eigen kosten.

Dat is niet goedkoop, geeft de leider van Hero Tor Brekke toe in een interview, maar hij vindt de cursussen noodzakelijk: “Het is een belangrijk deel van onze taak om bruggen te bouwen tussen onze samenleving en de nieuwkomers. Werken met een onderwerp dat mogelijk problemen kan opleveren, zoals verschillende culturele codes – hoe vrouwen zich kleden en gedragen en seksueel geweld, is erg nuttig.”

Overrompeld over interesse uit het buitenland

Tor Brekke, Hero, Admin. Dir
Tor Brekke van Hero: praten over seksueel geweld helpt om problemen te voorkomen. Foto: Hero Norge.

De interesse van buitenlandse media voor de Noorse ervaringen met cursussen over seksueel geweld is overweldigend sinds de incidenten in Keulen en Stockholm. Hero heeft een van de grote communicatiebedrijven uit Noorwegen onder de arm genomen om hen bij te staan met de stroom aan interviewaanvragen uit het buitenland. Brekke is trots maar ook een beetje verrast door de grote aandacht uit het buitenland voor de cursus: “Het is geen toverformule. Wat we doen is een arena bieden om in een veilige omgeving gesprekken te voeren over deze moeilijke thema’s.”

De Noorse regering bekijkt op dit ogenblik nieuwe mogelijkheden om de cursussen te financieren en ook verplicht te maken. De nieuwe minister voor asiel en integratie vindt het erg belangrijk om asielzoekers Noorse waarden bij te brengen. Brekke hoopt dat de Noorse regering de cursussen zal blijven ondersteunen en raadt ook België en andere landen aan om gelijkaardige cursussen te organiseren: “Ik weet niet of de cursussen incidenten zoals in Keulen of Stockholm kunnen voorkomen. Het is in elk geval een stap in de goede richting en veel beter dan de problemen te verzwijgen.”