Wolf of schaap

Noorwegen heeft zich in de internationale aandacht gewerkt met het nieuws dat deze winter 47 wolven gedood mogen worden. Dat is ongeveer zeventig procent van het totale aantal wolven in dit land. Noorse en internationale milieuorganisaties zeggen dat dat het einde van de wolvensoort kan betekenen in Noorwegen. Maar de overheid houdt voorlopig vast aan de jachtvergunning.

Van nul tot 68

Halverwege vorige eeuw hadden jagers de wolf bijna helemaal uitgeroeid in Noorwegen. In 1971 werd hij beschermd en negen jaar later keerde de eerste wolf terug uit Zweden. Onder meer dankzij kweekprogramma’s zijn er nu weer tussen 65 en 68 wolven in Noorwegen, en nog eens ongeveer 25 in het grensgebied met Zweden. Vorige winter werden er zeven puur Noorse roedels geteld en vier die in het grensgebied met Zweden leven.

Dat is méér dan de grens die het Noorse parlement eerder dit jaar vastgelegd heeft: volgens de politici is er slechts plaats voor maximum 4 tot 6 wolvenroedels per jaar. De wolven worden bovendien slechts getolereerd in een stuk van het land, de zogenaamde wolvenzone. Dat is een ruim gebied rond Oslo tot aan de Zweedse grens, met inbegrip van Akershus, Østfold, en delen van Hedmark. De wolvenzone is de afgelopen decennia drastisch verminderd, onder druk van de stadsuitbreiding en van de geiten- en schapenboeren, die de natuurlijke vijand liever weg houden bij hun vee.

Doodsvonnis

Daarom beslisten de diensten voor wildbeheer dat er deze winter maar liefst 47 wolven mogen worden geschoten in dit land – de helft binnen de wolvenzone en de helft daarbuiten. Volgens de milieubeweging zijn is het 105 jaar geleden dat er zoveel wolven tegelijk werden gedood in Noorwegen. De afgelopen tien jaar werden in totaal slechts 33 Noorse wolven geschoten.

Zestig versus twee miljoen

De hoofdreden voor de jacht is de schade die wolven aanrichten onder andere dieren. Cijfers van de regering tonen echter aan dat er nog nooit minder dieren werden gedood door wolven. Het afgelopen jaar 20.000 schadevergoedingen uitbetaald aan boeren voor schapen die gedood werden door wolven en andere roofdieren, waarbij de wolv de grootste boosdoener is. 20.000 dieren vertegenwoordigen minder dan 1% van het totale schapenbestand. Het aantal gedode schapen is de voorbije tien jaar gehalveerd.

Toch krijgen de boeren de overheid en de media aan hun kant. De beroepsvereniging voor boeren vindt overigens dat 47 wolven schieten helemaal geen probleem vormt: het totale wolvenbestand in Scandinavië telt bijna tienmaal zoveel dieren, dus de jacht van deze winter gaat de soort niet uitroeien, aldus de boeren. Het wolvenbestand is veel groter in Zweden dan in Noorwegen.

Ook mensen die in de bergen klagen over de wolven: ze durven hun honden niet meer loslaten en de wolven schrikken skiërs en wandelaars af. Ook de elandenjagers zijn boos, want de wolven pakken hun wild af. De wolven lijken veel vijanden te hebben in Noorwegen, vooral op het platteland. In de stedelijke gebieden is driekwart van de inwoners de wolven goed, of minstens neutraal, gezind.

Echte mannen schieten wolven

Jagen is populair in Noorwegen, en zeker op wolven. In Hedmark rijden jagers rond met bumperstickers met de slogan “Echte mannen jagen wolven”. Meer dan 15.000 jagers hebben zich geregistreerd om te mogen schieten op wolven. Dat zijn 325 jagers per wolf. De wolven zullen zich goed moeten verstoppen als ze aan het geweervuur willen ontkomen. De jacht is open van oktober tot maart buiten de wolvenzone en van januari tot half februari in de beschermde zone.

Tegenstanders van de wolvenjacht laten echter ook van zich horen. Enkele duizenden mensen betoogden bij de start van het jachtseizoen in Oslo tegen het doodsvonnis. Enkele organisaties dreigen er ook mee om de jacht te verhinderen in de bossen. Meer dan 67.000 Noren hebben een petitie ondertekend op het internet, tegen de wolvenjacht. Milieuverenigingen hebben ook beroep aangetekend bij de minister van leefmilieu. Voorlopig lijkt de minister en zijn diensten echter niet zinnens om de beslissing over de wolvenjacht terug te draaien. De wolven wezen gewaarschuwd!

 

Foto: Chris Muiden from nl, CC BY-SA 3.0.

Dit artikel verscheen eerst in Hollandse Nieuwe, het clubblad van Nederlandse Club Oslo.

Een zwarte vlek in het witte wonderland

Spitsbergen in het hoge Noorden werd onlangs genomineerd als één van 
’s werelds meest duurzame toeristische bestemmingen. Weinig toeristen 
weten echter dat dit witte wonderland op vervuilende steenkool draait.

Mr Longyear

Steenkool voorziet het eiland reeds meer dan honderd jaar van stroom en jobs. De Amerikaan John Munroe Longyear haalde de eerste steenkool boven, in 1905/6, uit Mijn 1. Hij gaf ook zijn naam aan het grootste mijndorp op Spitsbergen – Longyearbyen. Bij aankomst in Longyearbyen zie je nog altijd de houten kabelbanen waarmee Longyear de steenkool uit de mijn naar de haven bracht, vanwaar de steenkool werd uitgevoerd.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

 

 

In 1916 kwam de mijnactiviteit in Noorse handen. Het bedrijf Store Norske Spitsbergen Kullkompani viert dit jaar zijn honderdste verjaardag. Tot vandaag baat de Store Norske ’s werelds meest noordelijke mijngebied uit. Sinds de jaren 1970 is het bedrijf in handen van de Noorse staat.

Huizen en kinderopvang

De mijnen op Spitsbergen zijn niet alleen van strategisch belang voor de stroomvoorziening op het eiland. Store Norske is ook een sleutelpion in de Noorse politiek op Spitsbergen. Het bedrijf moet de Noorse aanwezigheid op het eiland verzekeren.

“Store Norske opheffen zou dramatisch zijn voor ons”

Noorwegen bestuurt de eilandengroep sinds 1920. Zo goed als alles op het eiland is in handen van Store Norske: de mijnen, een meerderheid van de huizen, infrastructuur en allerlei logistieke diensten. Het bedrijf is goed voor bijna de helft van alle meerwaardecreatie op het eiland;  één op de drie mensen werken voor Store Norske.

 

Decennialang leverde de mijnbouw flinke economische winst op aan de Noorse staat. De steenkool werd verkocht aan kolencentrales en cementindustrie in Duitsland, Nederland, België en Denemarken. De opbrengsten gingen naar scholen, kinderopvang, musea en wetenschappelijk onderzoek. Noorwegen zet veel middelen in om een duurzame samenleving met gezinnen te onderhouden op het eiland.

Opbrengst keldert

De laatste jaren bezorgt de mijnbouw op Spitsbergen de Noorse staat echter kopzorgen. De mijnen zijn één na één dichtgegaan. Longyears Mijn 1 is allang niet meer actief. Over de jaren heen werden ook Mijnen 2, 3, 4, 5 en 6 leeggehaald. Enkele dagen geleden werd ook productie in de Sveagroeve voorlopig stopgezet, totdat de wereldwijde koolprijs weer stijgt.

De laatste jaren hebben ruim honderd mensen hun job verloren. Alleen Mijn 7 is nog operationeel en kan in principe nog enkele jaren doordraaien. Maar ook die mijn draait met verlies. Zonder de leningen van de Noorse staat zou Store Norske failliet gaan.

Smet op het klimaatblazoen

Elders in Noorwegen gaan stemmen op om de dure mijnactiviteit op Spitsbergen op te doeken. Het is een smet op het groene blazoen van het land, aldus critici.

Het eiland is immers al meer dan vijftig jaar een belangrijk centrum voor wetenschappelijk onderzoek in het poolgebied. Na een dramatisch mijnongeval in 1962, werd Ny Ålesund omgevormd in een onderzoeksstation. Longyearbyen huisvest ’s werelds noordelijkste universiteit.

img_9192
Klimaatonderzoekscentrum in Ny Ålesund, Spitsbergen. Foto: Elisabeth Lannoo. All rights reserved.

Spitsbergen is hét symbool geworden van de internationale strijd tegen de klimaatverandering. Deze zomer was de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken John Kerry er nog op bezoek. “Hier zien we het bewijs van de klimaatopwarming,” zei Kerry bij zijn bezoek. Klimaatonderzoek en steenkoolmijnen – dat gaat toch niet samen?

Waarvan leven?

De lokale inwoners maken zich echter grote zorgen. “Store Norske opheffen zou dramatisch zijn voor ons,” zei de voorzitter van het gemeentebestuur van Longyearbyen onlangs nog in een interview.

Ook Rusland, dat reeds een nederzetting heeft op het eiland, lonkt naar Spitsbergen.

De Noorse regering maakte in het voorjaar zijn plannen voor Spitsbergen bekend. Ze wil een “meer divers economisch leven” uitbouwen en gaat op zoek naar stabiele, loonzame activiteiten die de ruim 2000 inwoners het hele jaar door van inkomsten kunnen voorzien.

De toeristische sector bloeit en zorgt intussen voor evenveel jobs als de mijnbouw. Maar het toerisme is seizoensgebonden. Store Norske wil nieuwe industriële activiteit ontwikkelen op het eiland. Er moet echter ook een oplossing worden gevonden voor de stroomvoorziening, want zonder steenkool gaan het licht en de verwarming uit.

img_9052
Cruiseschip in Longyearbyen. Kan toerisme Spitsbergen in leven houden? Foto: Elisabeth Lannoo. All rights reserved.

Strategisch belang

De plannen liggen nu op tafel van het parlement. Hoe kan Noorwegen zijn aanwezigheid op Spitsbergen blijven verzekeren?

Ook Rusland, dat reeds een nederzetting heeft op het eiland, lonkt naar Spitsbergen. Het strategische belang van de eilandengroep neemt alleen maar toe, nu ook de economische activiteit in het Noordpoolgebied groeit tengevolge van de klimaatopwarming.

Het wordt ongetwijfeld boeiend om te zien welke oplossing de Noorse regering en parlement uitdokteren in de komende maanden en jaren.

 

Dit artikel werd geschreven op bestelling van de Nederlandse Club Oslo.

Loslopende toeristen in de bergen

De Noorse regering wil nieuwe olievelden aanboren in Noord-Noorwegen. Die moeten voor extra inkomsten en arbeidsplaatsen zorgen, zegt de regering. Maar tegenstanders vinden dat Noorwegen andere bronnen van inkomsten moet ontwikkelen. Bijvoorbeeld toerisme.

Toerisme is de op één na grootste economische sector in Noorwegen. Ruim 3000 bedrijven verdienen hun brood met wandelingen in de Noorse bergen, Noorderlichttoerisme en boottochten op de spectaculaire bergen, schreef de openbare omroep NRK onlangs. Zeker nu het slecht gaat in de oliesector, starten heel wat Noren kleine nichebedrijfjes in de toeristische sector.

De oude postboot Hurtigruten, die de hele kust aandoet van Bergen tot Kirkenes in het Noorden, is wellicht het meest gekend in het buitenland. Vorig jaar vaarden maar liefst 765.000 passagiers mee op de Hurtigruten.

Wie liever iets exclusiefs meemaakt kan kiezen uit een heel aanbod van bergwandelingen met gids, elanden- og vogelsafari, historische sledentocht in het spoor van Amundsen, of walvissen spotten bij de Noordkaap. Of één van de vreemde toeristische trekpleisters bezoeken, zoals het gouden toilet van Senja, de reuzeslede in Tynset of de fietslift van Trondheim. (Bekijk deze en andere rariteiten op de website van NRK.)

Recordjaar

Noorwegen is in als toeristische bestemming. In de eerste helft van 2016, kwamen bijna 9% meer buitenlandse toeristen naar Noorwegen in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar. Er komen vooral meer Zuid-Europeanen en Noord-Amerikanen. 2016 wordt wellicht een recordjaar. De zwakke Noorse kroon zit er zeker voor iets tussen, maar Noorwegen voert ook aantrekkelijke reclamecampagnes om meer buitenlandse toeristen aan te trekken. De website visitnorway.nl geeft je zo zin om te vertrekken!

De groei in het toerisme is zo markant dat sommigen zich afvragen of het niet teveel wordt. Vooral in populaire bestemmingen zoals de Geirangerfjord, Besseggen, Trolltunga of Preikestolen is het over de koppen lopen in het zomerseizoen, zoals je ziet op de foto van Gert Van Boxel, vorige week bij Preikestolen, bovenaan deze blog.

Op vijf jaar tijd van 1000 naar 70.000 bezoekers op de Trolltunga.

Vijf jaar geleden waren er maar 1000 wandelaars per jaar op de Trolltunga; nu 70.000! Is het nog wel veilig met zovelen op een uitstekende rots? Moet er bijvoorbeeld geen afsluiting komen om te verhinderen dat onverhoede toeristen over de rand gaan? Toch lijkt het in de vakantiebrochures alsof je helemaal alleen bent met de Noorse natuur.

 

Screen Shot 2016-08-30 at 21.18.41
Zo prijst visitnorway.nl Preikestolen aan, maar in werkelijkheid is het veel drukker.

Keer op tijd om

Veel toeristen zijn ook slecht voorbereid om de Noorse bergen in te trekken. Noren krijgen van kindsbeen af de basisregels om in de bergen te trekken ingeprent: wees voorbereid op slecht weer en vorst, keer op tijd om, spaar energie, enzovoorts. Wandelen in de Noorse bergen is namelijk niet echt een “walk in the park”: er moet echt worden geklauterd, paden zijn ofwel onbestaande of slecht aangeduid en je loopt veel kans om in de regen of sneeuw terecht te komen.

Toen ik enkele jaren geleden zelf Preikestolen beklom, was ik verrast over de busladingen toeristen die mét paraplu (!) en goudkleurige ballerina’s (!) de tocht naar de top dachten te maken.

Het is begrijpelijk, als je lang hebt gereisd naar Noorwegen, dat je je niet wil laten tegenhouden door een beetje regen. Maar soms is het ronduit gevaarlijk weer en beginnen de toeristen toch aan de beklimming. Deze zomer zijn de vrijwilligers van het Rode Kruis al 21 keer moeten uitrukken om verdwaalde of uitgeputte toeristen te redden bij Trolltunga.

De lokale authoriteiten maken zich zorgen, maar ze kunnen de bergen niet afsluiten. De Noorse wet zegt immers dat iedereen vrij in de natuur mag wandelen. Die wet dateert echter van lang vóór het massatoerisme.

Doe dit zelf niet

Screen Shot 2016-08-30 at 22.16.36
Bergbeklimmer Magnus Midtbø laat zijn benen even rusten bij de beklimming van Trolltunga.

De lokale authoriteiten zijn ook bezorgd dat spectaculaire videos en foto’s van waaghalzen toeristen op domme ideeën zullen brengen. De foto van de Noorse bergbeklimmer Magnus Midtbø hierboven ging de wereld rond. In een interview probeerde hij de schade te beperken: “Ik hoop dat de mensen zullen begrijpen dat ik een beroepsbergbeklimmer ben en dat ze dit zelf niet zullen proberen.”

Laat je intussen vooral niet afschrikken om naar Noorwegen te komen. Het ís en blijft een prachtig vakantieland, met adembenemende natuur. En als je buiten de gebaande paden gaat, kan je nog altijd alleen zijn met de Noorse natuur. Maar denk er dan wel aan om de Noorse bergregels vooraf even door te nemen.