Noorwegen wil eerste land zonder contanten worden

Je hoeft geen geld af te halen, zeg ik altijd als één van de eerste dingen tegen buitenlandse bezoekers. Het lijkt normaal voor wie in Noorwegen woont, maar bezoekers verbazen zich er vaak over dat je hier zelfs een koffie of ijsje met kaart of met je mobieltje kunt betalen.

Dit artikel is oorspronkelijk besteld door de Nederlandse Club Oslo en verscheen eerst in De Hollandse Nieuwe.

Over drie jaar zullen winkels niet langer munten en bankbiljetten moeten aannemen, als het van de Noorse premier Erna Solberg afhangt. Tegen 2030 wil ze dat het land volledig contantloos is. Noorwegen en Zweden zijn goed op weg om de eerste contantloze landen ter wereld worden.

Volgens Zweedse en Deense onderzoekers hoeft het zelfs niet meer zo lang te duren: zij hebben uitgerekend dat er over vijf jaar, om precies te zijn op 24 maart 2023, in de praktijk geen contanten meer zullen worden gebruikt.

De babysit betalen, lotjes kopen van de buurkinderen of een stukje taart op het schoolfeest, tot zelfs de offergang in de kerk – het kan allemaal met de smartphone.

Slechts 1 op 4 betaalt nog cash

Cash verliest immers razendsnel terrein. Contanten staan nog slechts voor 2% van de totale geldsomloop in Noorwegen, of één op de vier transacties. 85% van de Noren betaalt met kaart in de supermarkt, aldus een recent onderzoek.

Niet alleen de regering, ook de winkels en banken willen graag van het baar geld af: ze verliezen immers veel tijd met die biljetten en munten. Bovendien is het goed tegen fraude en misdaad: wat je met kaart betaalt, wordt immers automatisch geregistreerd.

Ook mobiel betalen zit in de lift. Eén op de twee Noren gebruikt reeds de app Vipps om kleinere bedragen over te maken aan vrienden of bekenden. De babysit betalen, lotjes kopen van de buurkinderen of een stukje taart op het schoolfeest, tot zelfs de offergang in de kerk – het kan allemaal met de smartphone.

Noorwegen en Zweden lopen voor op de andere Europese landen als het op elektronisch betalen aankomt. De Noren betalen dubbel zo vaak met kaart als de Nederlanders, en drie keer zoveel als de Belgen. Gemiddeld gebeuren nog 80% van de aankopen in de eurozone met cash volgens een studie van de Europese Centrale Bank, vooral de kleinere aankopen onder de 15 euro.

Toch nog nieuwe bankbiljetten

Toch verwacht de Noorse centrale bank verwacht dat we nog een tijd biljetten en munten in onze portefeuilles zullen houden. Ze heeft net mooie, nieuwe Noorse bankbiljetten in omloop gebracht.

_globalassets_upload_images_sedler_mynter_nyseddelserie_pressebilder_100_200_3_2
De nationale bank verwacht dat de Noren deze nieuwe bankbiljetten nog een eindje zullen gebruiken. Foto: Norges bank.

Niet alle Noren zijn even enthousiast over elektronisch betalen. Vele duizenden tegenstanders hebben zich verzameld in Facebook-groepen zoals Ja aan contanten! en Nei aan de contantvrije samenleving!

Wat met de privacy, vragen ze zich af? Willen we dat de banken informatie hebben over alles wat we aankopen? En wat met de veiligheid? Waarmee moeten we betalen in geval van een hacking of een stroompanne? Kunnen de banken dan nog voldoende kontanten verschaffen?

Slecht nieuws voor bedelaars en kinderen

Bovendien sluit de contantloze samenleving bepaalde groepen uit, vinden de critici. Wat met ouderen die niet meer meekunnen met al die nieuwe technologische oplossingen, of mensen met een verstandelijke of lichamelijke beperking? Zonder contanten wordt het voor sommigen ook moeilijker om hun budget onder controle te houden.

Hoe betaal je bedelaars en straatmuzikanten als je geen geld meer op zak hebt? Ook mijn kinderen vinden het maar niks dat we geen muntjes of briefjes meer in hun spaarpot kunnen stoppen.

Het debat over de contantloze samenleving is dus nog niet afgelopen. Maar ikzelf heb geen nieuwe bankbiljetten in mijn portefeuille zitten: ik zweer bij het gemak van elektronisch of mobiel betalen.

Hoe overleven in de sneeuw

Mijn bezoek uit België, gepland voor deze week, geraakt niet in Oslo omdat het heeft gesneeuwd in Brussel. Honderden vluchten vanop Zaventem waren gisteren geannuleerd en ook het openbaar vervoer en andere verkeer draaide in de soep. Ook in Oslo heeft het gisteren vijf centimeter gesneeuwd. Maar hier gaat het leven gewoon door. Hoe doen die Scandinaviërs dat dan?

De Noren hebben natuurlijk méér en betere uitrusting om sneeuw te ruimen. Zelf heb ik ’s winters twee verschillende sneeuwschoppen en een hele resem aan ijskrabbers bij de hand.

De luchthaven van Oslo heeft maar liefst zeventig sneeuwschuifmachines en 250 personeelsleden om de luchthaven operationeel te houden tijdens de winter. Eén daarvan is een monstersneeuwruimer, die per seconde een volume sneeuw ter grootte van een personenwagen wegblaast.

Als het sneeuwt, rijden de sneeuwruimers in een treintje uit en een kwartier later is de landingsbaan sneeuwvrij en gestrooid. Zo rijden ze urenlang rond, tussen de vliegtuigen, en zorgen ervoor dat er altijd één landingsbaan vrij is. Er worden hier maar zelden vluchten afgeschaft bij sneeuwval en de vertragingen blijven meestal beperkt. De aanpak van de luchthaven van Oslo oogst internationale bewondering: buitenlandse delegaties komen hier op bezoek om te leren van de ervaring van Oslo.

Op kleine luchthavens is de capaciteit natuurlijk minder groot. Maar ook daar blijft het vliegverkeer meestal doorgaan. Ik herinner me een kerstvakantie, enkele jaren geleden, toen het ook enkele centimeters had gesneeuwd in Brussel. Wij hadden in België de grootste moeite om op de luchthaven te raken en ook ons vliegtuig vertrok met uren vertraging. De weinige sneeuwschuivers en dooimachines op de luchthaven van Brussel draaiden overuren.

Toen ik twee uur later vanuit het vliegtuigraampje de landingsbaan in Noorwegen zag liggen, helemaal wit gesneeuwd, vreesde ik dan ook dat het vliegtuig rechtsomkeer zou maken. Maar de piloot landde zonder gedoe op de sneeuw en een halfuurtje later stonden we mét onze bagage aan de uitgang van de luchthaven.

Frogner_Lovenskiolds-gate_vinter_foto_Anna Pavlyuc
Sneeuw in Oslo. Foto: Anna Palyuchkova, via VisitOslo.com.

Noorwegen heeft namelijk tonnen plannen en routines uitgewerkt om de sneeuw te baas te kunnen. Aan het begin van de winter gaat het altijd met horten en stoten, maar zo gauw iedereen beseft dat Koning Winter weer in het land is, loopt het verbazend gesmeerd ondanks al die sneeuw die we hier te verwerken krijgen.

Het wegennet in dit langgestrekte land is bijzonder groot. Het nationale wegenagentschap is verantwoordelijk voor de hoofdwegen (57000 km); de gemeenten voor de secundaire wegen, fietspaden en voetpaden. Er zijn verschillende regels voor de verschillende wegen.

Enkel de drukke hoofdwegen worden volledig sneeuwvrij gemaakt.  Daarvoor zijn ruim honderd firma’s aangesteld, die sneeuw ruimen en zout strooien. Vorige winters hebben sneeuwruimers 21 miljoen km afgelegd, 231000 ton zout gestrooid en 943000 ton zand.

Enkel de drukke hoofdwegen worden helemaal sneeuwvrij gemaakt. In mijn residentiële straat wordt er nooit zout gestrooid en slechts af en toe sneeuw geruimd (als er meer dan 5 cm ligt). Soms wordt er zand of kiezeltjes gestrooid, als het te glad wordt. In veel gemeenten is dat een taak voor de boeren, die ’s winters niet op het land kunnen werken.

Voet- en fietspaden worden ook sneeuwvrij gemaakt, vaak eerder dan de hoofdwegen. In mijn gemeente zegt het reglement dat er ten alle tijde slechts 2 tot 3 cm sneeuw op het voetpad mag liggen en dat voet- en fietspaden minimaal elke 3 uur moeten worden geruimd.

In Zweden was er vorig jaar heel wat ophef over het zogenaamde gender-neutrale sneeuwschuiven, na grote sneeuwchaos in Stockholm. In plaats van grote wegen en bouwplaatsen als eerste te vegen, krijgen stoepen, fietspaden en de gebieden rondom ziekenhuizen meer prioriteit. Ouders brengen vaak eerst hun kinderen naar school of de crèche, dus daar wordt als eerste geveegd, waarna de wegen en werkplekken vrij gemaakt worden.

Dat zou de vrouwen die vaker te voet gaan dan mannen alsook de typisch vrouwelijke arbeidsplekken zoals ziekenhuizen en scholen bevoordelingen, vandaar de naam gender-neutraal of feministisch sneeuwschuiven. Dat nieuwe beleid is de afgelopen jaren in steeds meer Zweedse steden ingevoerd, ook in Stockholm. Maar volgens critici zorgde die aanpak net voor de grote sneeuwchaos vorig jaar in de hoofdstad.

Het blijft natuurlijk eerst en vooral de verantwoordelijkheid van de chauffeurs om hun rijstijl aan te passen. Hier moet je een slipcursus en een cursus rijden in het donker volgen om je rijbewijs te halen. Ikzelf vond de slipcursus bijzonder nuttig! En alle wagens hebben winter- of spijkerbanden. Die zijn overigens ook hier niet verplicht, maar zonder winterbanden geraak je nergens.

Dus reizen en werken bij sneeuwval is een combinatie van voorzichtig zijn, plannen en goede uitrusting. Wellicht zijn dat  punten waar men in Scandinavië over het algemeen sterker op scoort dan in België 🙂