Zijn de Noren onbeleefd?

Noorwegen is onlangs uitgeroepen tot het gelukkigste land ter wereld. Er is welstand, efficiënt bestuur, goede gezondheidszorg, gratis onderwijs, vertrouwen in elkaar, goede levenskwaliteit.

De Noren leven, zoals we vaak mogen lezen in de media, in “het beste land van de wereld”. Maar hoe zit het met de Noren zelf? Hoe gedragen die zich, in het algemeen?

Heel wat buitenlanders vinden de Noren nors en onbeleefd. Een aantal linguïsten gingen onlangs in debat in de media: zijn de Noren echt onbeleefd, en waarom dan wel?

Niet storen

Wat toeristen en inwijkelingen meteen opvalt is dat de Noren een zwijgzaam volk zijn. Men maakt hier geen praatjes met wildvreemden op straat en zegt geen goedendag als men naast iemand gaat zitten op de bus of metro. Integendeel, als er nog vrije plaatsen over zijn, wordt het zelfs als onbeleefd aanzien om je naast een ander neer te ploffen.

IMG_0431
In Noorwegen hoef je niet te praten met je buurman of -vrouw op de metro.

Een koffie bestellen op café verloopt ook behoorlijk anders dan elders in Europa. Hier sla je geen praatje met de barista, maar scrol je even op je smart phone terwijl je wacht op je koffie. Ook op de metro kijkt iedereen zwijgend op zijn eigen telefoon.

Volgens Kristin Rygg, die onderzoek doet naar beleefdheidsvormen in de taal, is dat echter geen teken van onbeleefdheid: Noren vinden het net onbeleefd om anderen te storen. Je vraagt niet om hulp tenzij je het écht nodig hebt.

Misschien is er ook een verband met een diep Noors verlangen om helemaal alleen te zijn in de natuur.

Sta je plaats op de bus niet af

Ook hoffelijkheid op het openbaar vervoer wordt niet op prijs gesteld. Als je voor iemand anders rechtstaat op de tram of metro, wordt je maar al te vaak koeltjes bedankt en blijft de vrijgemaakte plaats leeg staan. Zeker als een man denkt recht te staan voor een vrouw.

Reken er als vrouw ook niet op dat Noorse mannen je eerst door de deur zullen laten gaan, of de deur voor je zullen openhouden. Dat wordt door de feministische Noorse vrouwen immers als een affront beschouwd.

Wat me als Belg echter opvalt is dat de Noren erg hoffelijk zijn in het verkeer, en ook in de rij staan kunnen ze veel ordelijker dan veel andere Europeanen. Hoffelijkheid in het openbare leven, of je aan de regels houden, wordt wel erg op prijs gesteld.

Geen u, alstublieft of smakelijk

De Noorse taal is ook gestript van allerlei beleefdheidsvormen.

De U-vorm wordt alleen nog voor de koning gebruikt. Met alle anderen mag je jij-en en jou-en. Zelfs met de premier, die joviaal “Erna” wordt genoemd door de Noren.

Het woord alstublieft bestaat wel in het Noors, maar behoort wellicht tot de minst gebruikte woorden. Op restaurant zeg je “Ik neem graag een hamburger” of bij de bakker “Kan ik een brood krijgen?”. Zonder aub dus.

Er is ook geen woord voor smakelijk. Als het eten op tafel komt, begin je gewoon meteen te eten. Je hoeft niet te wachten tot iedereen is bediend. Reik gerust over tafel om de boter te pakken, liever dan je tafelgenoten te vragen om iets door te geven: je “Noorse arm gebruiken” is een populaire uitdrukking in het Noors.

Gebruik ook geen “would you mind helping me“, “could you possibly” of “je vous prie” als je iemand om een gunst wil vragen: vraag gewoon direct wat je nodig hebt, zonder verpakking. Vergeet echter niet om achteraf te bedanken.

Een dankwoord voor elke gelegenheid

De Noren hebben een uitgebreid repertoire aan dankwoorden: takk, takk for nå of takk for meg (bedankt, het was leuk erbij te zijn). Je mag er graag ook bij bukken – dat is erg hoffelijk.

Er wordt ook gul rondgestrooid met superlatieven bij het bedanken: tusen takk (1000 keer bedankt) of tusen hjertelig takk (1000 keer hartelijk bedankt). Maar let op met takk for alt – dat is alleen voor begrafenisspeeches! Mijn persoonlijke favoriet is takk for sist om te bedanken voor de laatste keer dat je elkaar hebt gezien.

Ikzelf ervaar de Noren echter niet als nors of onbeleefd. De directe omgangsvormen zijn bevrijdend en small talk hoeft voor mij zeker ook niet. Maar een zitplaats aangeboden krijgen of eerst door de deur mogen gaan, mis ik wel met mijn Latijnse inborst. En thuis hebben we het Nederlandse “smakelijk” ingevoerd – op zijn Brussels afgewisseld met het Franse “bon appetit“.

Luister ook naar mijn interview over de Noorse beleefdheidsnormen in Nieuwe Feiten op Radio 1: https://www.radio1.be/noren-moet-je-vooral-niet-storen.