Loslopende toeristen in de bergen

De Noorse regering wil nieuwe olievelden aanboren in Noord-Noorwegen. Die moeten voor extra inkomsten en arbeidsplaatsen zorgen, zegt de regering. Maar tegenstanders vinden dat Noorwegen andere bronnen van inkomsten moet ontwikkelen. Bijvoorbeeld toerisme.

Toerisme is de op één na grootste economische sector in Noorwegen. Ruim 3000 bedrijven verdienen hun brood met wandelingen in de Noorse bergen, Noorderlichttoerisme en boottochten op de spectaculaire bergen, schreef de openbare omroep NRK onlangs. Zeker nu het slecht gaat in de oliesector, starten heel wat Noren kleine nichebedrijfjes in de toeristische sector.

De oude postboot Hurtigruten, die de hele kust aandoet van Bergen tot Kirkenes in het Noorden, is wellicht het meest gekend in het buitenland. Vorig jaar vaarden maar liefst 765.000 passagiers mee op de Hurtigruten.

Wie liever iets exclusiefs meemaakt kan kiezen uit een heel aanbod van bergwandelingen met gids, elanden- og vogelsafari, historische sledentocht in het spoor van Amundsen, of walvissen spotten bij de Noordkaap. Of één van de vreemde toeristische trekpleisters bezoeken, zoals het gouden toilet van Senja, de reuzeslede in Tynset of de fietslift van Trondheim. (Bekijk deze en andere rariteiten op de website van NRK.)

Recordjaar

Noorwegen is in als toeristische bestemming. In de eerste helft van 2016, kwamen bijna 9% meer buitenlandse toeristen naar Noorwegen in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar. Er komen vooral meer Zuid-Europeanen en Noord-Amerikanen. 2016 wordt wellicht een recordjaar. De zwakke Noorse kroon zit er zeker voor iets tussen, maar Noorwegen voert ook aantrekkelijke reclamecampagnes om meer buitenlandse toeristen aan te trekken. De website visitnorway.nl geeft je zo zin om te vertrekken!

De groei in het toerisme is zo markant dat sommigen zich afvragen of het niet teveel wordt. Vooral in populaire bestemmingen zoals de Geirangerfjord, Besseggen, Trolltunga of Preikestolen is het over de koppen lopen in het zomerseizoen, zoals je ziet op de foto van Gert Van Boxel, vorige week bij Preikestolen, bovenaan deze blog.

Op vijf jaar tijd van 1000 naar 70.000 bezoekers op de Trolltunga.

Vijf jaar geleden waren er maar 1000 wandelaars per jaar op de Trolltunga; nu 70.000! Is het nog wel veilig met zovelen op een uitstekende rots? Moet er bijvoorbeeld geen afsluiting komen om te verhinderen dat onverhoede toeristen over de rand gaan? Toch lijkt het in de vakantiebrochures alsof je helemaal alleen bent met de Noorse natuur.

 

Screen Shot 2016-08-30 at 21.18.41
Zo prijst visitnorway.nl Preikestolen aan, maar in werkelijkheid is het veel drukker.

Keer op tijd om

Veel toeristen zijn ook slecht voorbereid om de Noorse bergen in te trekken. Noren krijgen van kindsbeen af de basisregels om in de bergen te trekken ingeprent: wees voorbereid op slecht weer en vorst, keer op tijd om, spaar energie, enzovoorts. Wandelen in de Noorse bergen is namelijk niet echt een “walk in the park”: er moet echt worden geklauterd, paden zijn ofwel onbestaande of slecht aangeduid en je loopt veel kans om in de regen of sneeuw terecht te komen.

Toen ik enkele jaren geleden zelf Preikestolen beklom, was ik verrast over de busladingen toeristen die mét paraplu (!) en goudkleurige ballerina’s (!) de tocht naar de top dachten te maken.

Het is begrijpelijk, als je lang hebt gereisd naar Noorwegen, dat je je niet wil laten tegenhouden door een beetje regen. Maar soms is het ronduit gevaarlijk weer en beginnen de toeristen toch aan de beklimming. Deze zomer zijn de vrijwilligers van het Rode Kruis al 21 keer moeten uitrukken om verdwaalde of uitgeputte toeristen te redden bij Trolltunga.

De lokale authoriteiten maken zich zorgen, maar ze kunnen de bergen niet afsluiten. De Noorse wet zegt immers dat iedereen vrij in de natuur mag wandelen. Die wet dateert echter van lang vóór het massatoerisme.

Doe dit zelf niet

Screen Shot 2016-08-30 at 22.16.36
Bergbeklimmer Magnus Midtbø laat zijn benen even rusten bij de beklimming van Trolltunga.

De lokale authoriteiten zijn ook bezorgd dat spectaculaire videos en foto’s van waaghalzen toeristen op domme ideeën zullen brengen. De foto van de Noorse bergbeklimmer Magnus Midtbø hierboven ging de wereld rond. In een interview probeerde hij de schade te beperken: “Ik hoop dat de mensen zullen begrijpen dat ik een beroepsbergbeklimmer ben en dat ze dit zelf niet zullen proberen.”

Laat je intussen vooral niet afschrikken om naar Noorwegen te komen. Het ís en blijft een prachtig vakantieland, met adembenemende natuur. En als je buiten de gebaande paden gaat, kan je nog altijd alleen zijn met de Noorse natuur. Maar denk er dan wel aan om de Noorse bergregels vooraf even door te nemen.

Waarom vangen de Noren nog altijd walvissen?

 

Het blijft me vreemd zicht, dat walvisvlees in de Noorse supermarkten en viswinkels. Waarom blijven de Noren walvissen vangen en eten, ondanks het internationale moratorium op commerciële walvisvangst?

Ik groeide op in de tijd van de grote antiwalvisjachtcampagnes, in de jaren negentientachtig en -negentig. Was walvissen vangen dan niet verboden, wegens met uitroeiing bedreigd en onmenselijke slachtmethodes?

Lange walvistraditie

De Noren zien dat anders. Samen met Japan en IJsland leggen ze het internationale vangstverbod voor walvissen dat al dertig jaar geldt, naast zich neer. Onder grote internationale druk hielden ze even een pauze in de commerciële walvisvangst, van 1988 tot 1993, maar daarna kondigde de premier aan dat Noorwegen weer op dwergvinvissen zou jagen.

Je moet een onderscheid maken tussen verschillende soorten walvissen: niet alle soorten zijn bedreigd. In 2004 zwommen er meer dan 100.000 dwergvinvissen in de Atlantische oceaan – genoeg om op een duurzame manier te kunnen vissen, aldus de Noorse regering.

“Niet de walvissen, maar de walvisvaarders zijn een uitstervend ras.”

IMG_1990
De Noorse walvisharpoen voor het museum over de walvisvangst in Fredrikstad. Foto: A Belgian Up North. All rights reserved.

De regering wijst er ook op dat het om een eeuwenoude traditie gaat, die belangrijk is voor de kustbewoners in Noord-Noorwegen. Al in 800 na Christus gingen vissers voor de Noorse kust walvissen te lijf met harpoenen. Noorwegen was echter een laatbloeier in de commerciële walvisvangst. Terwijl de Nederlandse walvisvaarders al in de jaren 1600 naar de Zuidelijke IJszee trokken, kwam de industriële walvisvangt hier pas na 1860 tot bloei. Maar toen ging het heel snel. De Noren vonden de explosieve harpoenen uit, waarmee walvissen meer trefzeker konden wordne uitgeschakeld. In 1930 doodden Noorse vissers meer dan 25.000 walvissen in het Zuidpoolgebied – goed voor 60% van de wereldwijde vangst.

Nieuwe recordvangst

Daarna plooiden de Noorse walvisvaarders terug op de Noorse wateren en daalde de vangst pijlsnel. Het laatste decennium werden er jaarlijks rond 500 walvissen gedood. Maar de laatste jaren stegen de quota en vangstcijfers weer. 2014 was een recordjaar: toen jaagden Noorse vissers 729 walvissen – méér dan Japan en IJsland samen.

Het is dan ook geen toeval dat de milieubeweging Sea Shepherd vorig jaar zijn schepen naar de Noorse wateren stuurde en dat de dierenrechtenorganisatie Animal Welfare International recentelijk de Noorse walvisvaart aanklaagt in een nieuw rapport. Noorwegen is voor hen één van de grote boosdoeners. Maar de acties zorgen nauwelijks voor deining in Noorwegen. Ook dit jaar gaat het walvisvangstseizoen gewoon door, nog tot 31 augustus.

Niemand wil nog walvisvlees

De walvisvangst is echter al lang niet meer winstgevend. De prijzen van het walvisvlees zijn gekelderd en de afzetmarkt wordt steeds kleiner. De meeste Noorse walvisvaarders zijn boven de vijftig en er zijn nog slechts een twintigtal schepen actief. De walvisvangst staat voor minder dan  één procent van de Noorse visserijsector. “Niet de walvissen, maar de walvisvaarders zijn een uitstervend ras,” schreef een Noorse commentator vorige zomer.

“Waarom blijft Noorwegen toch walvissen vangen, terwijl de Noren walvisvlees haten?” vraagt de Huffington Post zich af.

Mijn Noorse echtgenoot en collega’s beschrijven met afschuw het goedkope walvisvlees dat ze als kind kregen voorgeschoteld in de jaren zeventig. Als je walvisvlees iets te lang laat bakken, wordt het taai en gaat het naar levertraan smaken. De meeste Noren laten walvisvlees daarom liever aan zich voorbijgaan. Uit opiniepeilingen blijkt dat minder dan 5% van de Noren nog walvisvlees eet. Gemiddeld wordt er jaarlijks nog slechts 250 gram walvisvlees per hoofd gegeten. Eén biefstuk.

m-rnet-biff-120516-c8i3949
Walvisbiefstuk in de supermarkt. Aantrekkelijk verpakt, maar het verkoopt niet. Foto: hvalprodukter.no

Noorwegen zit dus met een groot overschot aan walvisvlees. Het meeste daarvan wordt uitgevoerd naar Japan en IJsland, of dient als voeder voor de pelsdierenkwekerijen. Desondanks worden jaarlijks nog grote hoeveelheden gedumpt in zee. Alleen de royale subsidies houden de industrie in leven. Niet alleen de export van walvissenvlees wordt gesubsidieerd, ook de schepen en wetenschappelijk onderzoek naar nieuwe toepassingen van walvisproducten. De walvisvangst kost de Noorse belastingsbetalers meer dan ze opbrengt.

Kritiek niet welkom

Niettemin reageren de meeste Noren erg gevoelig op internationale kritiek op de walvisvangst. Ze begrijpen niet waarom buitenlanders zo emotioneel doen over de walvisjacht: een walvis of een koe doden – zij zien geen verschil. Het is eten. Punt uit.

Tegenstanders van de walvisvangst wijzen er echter op dat de vangsttechnieken helemaal niet zo humaan zijn als de overheid en de visserijsector beweren. De explosieve harpoenen waarmee de walvissen worden gedood, leiden niet altijd tot een onmiddellijke dood. Vaak zien de getroffen dieren nog minutenlang af.

Daarenboven zijn wetenschappers het oneens over de grootte van het walvissenbestand. Volgens het CITES-verdrag zijn ook de Noorse dwergvinvissen met uitsterven bedreigd, maar de Noorse overheid betwist dat. Ze geeft echter al jarenlang geen gegevens meer door aan de Internationale Walviscommissie over de walvissen die de Noorse walvisvaarders vangen. Toch lijkt Noorwegen te ontsnappen aan diplomatieke kritiek, in tegenstelling tot IJsland en Japan.

Is walvistoerisme de toekomst?

De kritiek van milieujongens lijkt de Noorse overheid en walvisvaarders dus nauwelijks te raken. Maar misschien wordt de walvissenjacht geleidelijk aan uit de markt gedwongen door een nieuwe bron van inkomsten: het walvissentoerisme. Ik heb vorige zomer zelf het voorrecht gehad om walvissen in actie te zien in Noord-Noorwegen: hoe ze met hun machtige staarten op het water slaan en uit hun rug water in de lucht sproeien. Steeds meer toeristen tekenen voor natuurtoerisme in Noorwegen. Zou dat op termijn het einde kunnen betekenen van de verlieslatende walvisjacht? Wordt vervolgd…

Ik schreef dit artikel voor het ledenblad van de Nederlandse Club Oslo.