Seksuele opvoeding voor asielzoekers

Vorige maand had ik de kans om een cursus over seksueel geweld bij te wonen in Hå asielcentrum in de buurt van de Noorse stad Stavanger, samen met 14 mannen uit Syrië en Soedan die enkele maanden geleden zijn aangekomen in Noorwegen en wachten op behandeling van hun asielaanvraag. Een kortere versie van deze blog is gepubliceerd in De Standaard.

Noorse vrouwen zien er anders uit

“Welkom,” zegt cursusleidster Linda Hagen vriendelijk. “Ik wil jullie vertellen hoe Noorse samenleving denkt over geweld en verkrachting. We hebben jullie hulp nodig om samen risicosituaties te identificeren.”

IMG_9401
Cursusleidster Linda Hagen en tolk praten met asielzoekers over seksueel geweld.

Linda toont de deelnemers eerst een paar foto’s van vrouwen, mét en zonder sluier. En dan een vrouw in een kort, zwart kleedje en hoge hakken, die uitdagend op het hoekje een rode sofa zit. Wat denken de cursusdeelnemers: wat wil die vrouw? De deelnemers worden in kleine groepjes verdeeld om de foto’s te bespreken. Het gesprek komt moeilijk op gang. De groep deelnemers is erg divers: jongens en familievaders, moslims en niet-gelovigen, jongemannen vanop het Afrikaanse platteland en oudere mannen uit de grote Syrische steden Damascus en Lataka. Enkele deelnemers nemen voorzichtig het woord: de houding van de vrouw op de sofa kan verkeerd worden geïnterpreteerd: in sommige religieuze milieus kan dit als een uitnodiging tot sex worden opgevat. “Voor sommigen gewoon om een vrouw zo te zien, maar voor anderen is het de eerste keer dat ze zoiets zien,” reageert een ander.

“Jullie zullen veel Noorse meisjes ontmoeten die eruitzien als popsterren maar eigenlijk onschuldig zijn”

“Wat als het over jullie eigen dochters zou gaan?” Linda vertelt dat haar eigen dochters van 9 en 10 jaar oud er graag uit willen zien zoals popsterren op het internet: met korte rokjes, lange, blote benen en grote borsten. “Jullie zullen veel Noorse meisjes ontmoeten die eruitzien als popsterren maar eigenlijk onschuldig zijn,” waarschuwt ze. “Ik wil niet dat mijn dochter zo zou rondlopen,” reageert Adil uit Syrië, “als vader zou ik dat haar ook vertellen, maar ik zou haar niet straffen of zo.”

 

De deelnemers hebben nog geen Noors geleerd. Een tolk vertaalt wat cursusleidster Linda zegt naar het Arabisch. Maar er hangt spanning in het lokaal. Enkele deelnemers verstoppen zich onder een muts of achter hun jas, of liggen ongeïnteresseerd met hun hoofd op de tafel voor hen. Achteraan zitten een twintigtal journalisten van verschillende Europese media; de camera’s draaien en flitsen. De deelnemers voelen zich echter ongemakkelijk bij het gevoelige onderwerp en de media-aandacht. Ze willen niet in beeld komen.

De cursus wordt onderbroken. De leiding van het asielcentrum laat pizza aanrukken. Na een korte pauze is het ijs tussen de cursusleiding, journalisten en deelnemers gebroken. “Mijn zussen, vriendin en moeder zijn nog veel sexier dan de vrouw op de foto daarnet,” zegt Michael uit Syrië me met een knipoog. Waar hij vandaan komt, zijn de vrouwen ook vrij om hun eigen leven te leiden. Maar hij vindt het wel nuttig om over seksuele relaties te spreken: “Deze cursus helpt asielzoekers om de regels en normen te leren kennen, hoe je moet reageren op vrouwen. Velen hier zitten al lang in asielcentrum; dan hopen de frustraties zich op. De cursus beschermt zowel vrouwen als mannen.”

Ook een groep Soedanese deelnemers, die zich daarnet nog verstopten voor de camera’s, willen nu wel met me spreken op voorwaarde dat ze anoniem kunnen blijven. We zijn niet gegeneerd om over vrouwen en sex te praten, benadrukken ze. “We leren ook in Soedan op school dat we ons niet mogen vergrijpen aan vrouwen.” Maar de verschillen zijn groot: “Noorse vrouwen zien er helemaal anders uit. En mannen hebben macht over vrouwen in Somalië, dat is hier anders.”

Hoe zie ik aan een dronken meisje of ze sex wil?

Daarna gaat de cursus verder, deze keer zonder camera’s. Linda snijdt meteen het moeilijkste onderwerp aan: verkrachting en seksueel geweld. De deelnemers krijgen informatie over de Noorse wetgeving over verkrachting: iemand tot sex dwingen of meewerken aan verkrachting is verboden. Daders kunnen levenslange celstraf krijgen. De regering overweegt ook om asielzoekers die verkrachtingen of zware misdaden plegen, terug te sturen.

IMG_9409
Vluchtelingen uit Syrië bespreken hoe je ziet of een vrouw sex wil.

De deelnemers worden opnieuw in groepjes verdeeld en moeten bespreken hoe seksueel geweld in Syrië en Soedan wordt bestraft. Wie zijn de daders en slachtoffers en hoe worden ze behandeld? De deelnemers komen uit conflictgebieden waar verkrachting helaas veel voorkomt. Vooral vrouwen en kinderen worden het slachtoffer; over mannelijke slachtoffers wordt in hun landen maar zelden gesproken. De daders die worden gevat worden streng bestraft: ze worden verstoten of zelfs terechtgesteld. Helaas gaan velen vrijuit, vertellen de deelnemers. Of verkrachtte meisjes worden uitgehuwelijkt aan de daders. De deelnemers betreuren dat slachtoffers niet beter worden geholpen in hun thuisland. In Noorwegen, legt Linda uit, is het belangrijk om aangifte te doen van verkrachting bij de politie. Meisjes verliezen niet hun eer; het is belangrijk dat de daders worden gevat.

Maar soms is het niet is het niet zo eenvoudig. Een deelnemer uit Somalië vraagt zich af: “Hoe kan ik zien aan een dronken meisje of ze sex wil of niet?” Een ander twijfelt: “Als iemand met me meekomt naar huis, is ze het toch eens om sex te hebben?” Het gesprek verloopt nu veel gemakkelijker dan daarnet. Zo gaat het meestal, de deelnemers zijn verbazend open, vertrouwt Linda me toe.

Boos over misbruik in Keulen

Ze is voorzichtig om de deelnemers niet te stigmatiseren. “Ik denk niet dat jij, jij of jij verkrachters zijn,” zegt ze tegen enkele deelnemers op de eerste rij. “Maar jullie moeten voorzichtig zijn en aan jullie eigen reputatie denken. Het is oneerlijk, maar vreemdelingen krijgen nu eenmaal eerst de schuld. Samen moeten we ervoor zorgen dat we geen mogelijkheden scheppen voor verkrachters.” Het is zoals in een klas: één of twee pestkoppen kunnen de sfeer voor allen verpesten.

“Wat er in Keulen gebeurd is, is respectloos. Ik ben bang dat dit afstraalt op alle asielzoekers.”

De recente incidenten in Keulen en Stockholm, waar tientallen vrouwen werden aangerand tijdens publieke evenementen, lokken sterke reacties uit bij de deelnemers: “Dat is volstrekt onaanvaardbaar in gelijk welke cultuur,” zegt Michael. “Wat er daar gebeurd is, is respectloos voor de Europese bevolking, die ons verwelkomt. Ik ben bang dat dit afstraalt op alle asielzoekers.”

IMG_9410
Michael uit Syrië is bang dat het seksueel geweld in Keulen negatief afstraalt op alle asielzoekers

 

Golf van verkrachtingen

De Noorse cursussen over seksueel geweld voor asielzoekers startten na een golf van verkrachtingen in Stavanger, in 2009. De daders waren meestal buitenlanders. Net zoals in Keulen en Stockholm werd ook toen met een beschuldigende vinger naar de asielcentra in de buurt van Stavanger gewezen. De gemeente, politie, kerk en asielcentra in Stavanger sloegen daarop de handen in elkaar en ontwikkelden de cursus “Samen voor veiligheid”, waarin asielzoekers en werknemers van het asielcentrum in kleine groepjes praatten over seksueel geweld. De dialooggroepen gingen over verkrachtingen, maar ook huiselijk geweld en culturele normen.

Sindsdien worden de cursussen in asielcentra in het hele land aangeboden. Hier in Hå is het Hero, een privaat bedrijf dat meer dan zeventig asielcentra beheert in Noorwegen, dat de cursus organiseert. Alle inwoners van Hero’s asielcentra krijgen zo’n cursus aangeboden, zowel mannen als vrouwen, maar de asielzoekers zijn niet verplicht om deel te nemen. De interesse onder asielzoekers is echter groot. Tijdens de pauze komen enkele jongeren uit Somalië nieuwsgierig kijken aan ons lokaal. De leidster van het asielcentrum verzekert hen dat zij binnenkort aan de beurt zijn. Deze cursus is alleen in het Arabisch.

Verplicht maar duur

De Noorse dienst vreemdelingenzaken experimenteerde in 2013 en 2014 ook met verplichte cursussen. In elk asielcentrum werden twee mensen opgeleid om dialooggroepen over geweld te begeleiden. De cursussen werden georganiseerd door de verening Alternatief voor geweld. De overheid betaalde voor de tolken die de cursussen begeleidden. Begin vorig jaar, dus vóór de grote vluchtelingenstroom naar Noorwegen op gang kwam, besliste de regering echter dat ze niet langer voor de tolken zou betalen.

In een interview met de Noorse krant Dagbladet betreurde Alternatief voor geweld onlangs dat veel asielcentra de cursussen niet verderzetten. Een tolk gebruiken kost aldus de organisatie tussen 19.000 og 25.000 Noorse kroon per cursus, omgerekend tussen de 2000 en 2500 euro. Dat is een grote kost voor asielcentra. De private asielcentra van Hero zetten de cursussen wél voort,op eigen kosten.

Dat is niet goedkoop, geeft de leider van Hero Tor Brekke toe in een interview, maar hij vindt de cursussen noodzakelijk: “Het is een belangrijk deel van onze taak om bruggen te bouwen tussen onze samenleving en de nieuwkomers. Werken met een onderwerp dat mogelijk problemen kan opleveren, zoals verschillende culturele codes – hoe vrouwen zich kleden en gedragen en seksueel geweld, is erg nuttig.”

Overrompeld over interesse uit het buitenland

Tor Brekke, Hero, Admin. Dir
Tor Brekke van Hero: praten over seksueel geweld helpt om problemen te voorkomen. Foto: Hero Norge.

De interesse van buitenlandse media voor de Noorse ervaringen met cursussen over seksueel geweld is overweldigend sinds de incidenten in Keulen en Stockholm. Hero heeft een van de grote communicatiebedrijven uit Noorwegen onder de arm genomen om hen bij te staan met de stroom aan interviewaanvragen uit het buitenland. Brekke is trots maar ook een beetje verrast door de grote aandacht uit het buitenland voor de cursus: “Het is geen toverformule. Wat we doen is een arena bieden om in een veilige omgeving gesprekken te voeren over deze moeilijke thema’s.”

De Noorse regering bekijkt op dit ogenblik nieuwe mogelijkheden om de cursussen te financieren en ook verplicht te maken. De nieuwe minister voor asiel en integratie vindt het erg belangrijk om asielzoekers Noorse waarden bij te brengen. Brekke hoopt dat de Noorse regering de cursussen zal blijven ondersteunen en raadt ook België en andere landen aan om gelijkaardige cursussen te organiseren: “Ik weet niet of de cursussen incidenten zoals in Keulen of Stockholm kunnen voorkomen. Het is in elk geval een stap in de goede richting en veel beter dan de problemen te verzwijgen.”

Noorwegen – model voor de Britten na de Brexit?

Veel Britten die liever uit de Europese Unie willen stappen, verwijzen naar de Noorse samenwerking met de EU als een goed model. Wat is dat model?

Noorwegen zit in de Europese Economische Zone, waardoor het producten kan in- en uitvoeren naar en vanuit Europa, alsof het een lid zou zijn van de Unie. Noorse wetenschappers kunnen ook meedingen naar Europese subsidies voor wetenschappelijk onderzoek en de Noren kunnen als lid van de Schengenzone vrij naar Europa reizen.

Vanuit Brits perspectief kan dat een aanlokkelijk model lijken: de Noren genieten mee van de voordelen van samenwerking, zonder lid te moeten zijn van de EU. Lidmaatschap is immers niet aan de orde: in peilingen zeggen drie kwart van de Noren NEE tegen nauwere samenwerking tegen de EU en het NEE-kamp is de afgelopen jaren alleen maar gegroeid. (Lees meer daarover in een eerdere blog van mij.)

Noorse regering op campagne tegen Brexit

De meeste Noorse politici vinden die samenwerking echter niet optimaal. De Noorse regering is de afgelopen maanden zelfs meerdere malen naar Londen gereisd om daar Britse JA-kamp te gaan ondersteunen. De Noorse premier legde onder meer in het BBC-programma Hardtalk uit waarom dat Noorse samenwerkingsmodel geen goed alternatief is voor de Britten: Noorwegen moet grote delen van de Europese wetgeving overnemen om toegang te krijgen tot de Europese markt, maar het zit niet mee aan tafel als over die regels wordt gestemd. Over drie vierden van zijn wetgeving beslist Noorwegen dus niet zelf.

Dat is geen goed model, gaf ook de Britse premier Cameron toe op een persconferentie na de Europese top over de Brits-Europese samenwerking, gisterenavond in Brussel: “We moeten in de EU blijven; we willen niet zoals Noorwegen worden.”

Het kan gek lijken dat een land dat zelf geen lid wil worden van de EU, campagne voert om het Verenigd Koninkrijk in de Unie te houden. De verklaring is dat Noorwegen erg afhankelijk is van de Europese Unie – het is hun grootste afzetmarkt, dus ze zijn bekommerd over welke richting de Unie uitgaat. De Britse lijn – pro vrijhandel, tegen Europese regelneverij – sluit nauw aan bij hoe de Noren de EU graag zien.

Het Noorse NEI til EU, de tegenstanders van de Noors-Europese samenwerking, zijn overigens ook campagne gaan voeren in Londen – VOOR een Brexit. Zij wijzen erop dat je ook van buitenuit goed handel kan drijven met de EU, zonder je onafhankelijkheid op te geven.

Concurrentieel nadeel

Ik was benieuwd naar hoe de Noorse exporteurs dat zelf inschatten en ben gaan praten met twee visexporteurs: Lofoten fisk, dat op beperkte schaal gerookte zalm en visburgers uitvoert, en Norway Seafoods, dat drie vierden van zijn waren uitvoert naar de EU (onder meer naar het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en de Benelux).

IMG_1250
’s Morgens vroeg in de vismijn van Oslo wordt de vis van Lofoten fisk verpakt voor de verkoop aan restaurants en groothandelaars

Vis is Noorwegens belangrijkste exportproduct, na olie en gas. Noorse visbedrijven voeren elk jaar meer dan twee miljoen ton vis uit naar de EU, ter waarde van bijna vijf miljard euro in 2015.

Het probleem is echter dat vis niet onder de vrijhandel valt: Noorwegen moet tol betalen op de vis die het uitvoert naar Europa. Voor verwerkte vis is de tol 13%; voor onverwerkte vis 2%. Tel daar ook nog de administratieve kosten bij: de Noorse exporteurs moeten allerlei documenten voorleggen aan de douane.

Die kostenposten zijn een belangrijk concurrentieel nadeel voor de Noorse visexporteurs, want hun Europese collega’s kunnen wel tolvrij vis invoeren in Noorwegen. Het gevolg is dat Noorwegen vooral onverwerkte vis uitvoert, die op grote schaal wordt verwerkt in bedrijven in de EU. Heel wat Noorse bedrijven hebben hun verwerkende activiteiten dan ook verplaatst naar bijzetels binnen de grenzen van de EU. Dat betekent echter een verlies aan Noorse jobs en meerwaardecreatie. En dat is, aldus de visexporteurs, ook nadelig voor de consumenten: vis wordt best zo vers mogelijk verwerkt, als ze net uit de zee komt en niet honderden of duizenden kilometers verder.

De handel met Europa is ook onvoorspelbaar, klagen de exporteurs, want er moet iedere paar jaar weer onderhandeld worden met de EU over de quota en toltarieven.

Gemengde gevoelens voor de EU

Zou het dan beter zijn voor de Noorse visexporteurs om lid te zijn van de EU? Het zou het zeker makkelijker maken om handel te drijven, menen de visexporteurs. Maar het is geen eensgezind en volmondig JA. Vis is net één van de hoofdredenen waarom de Noren NIET willen aansluiten bij de EU: ze willen de controle over hun natuurlijke rijkdommen, zoals vis, olie en gas, niet aan Brussel overlaten. De visindustrie heeft dus, net als de rest van de Noorse bevolking, gemengde gevoelens over de Europese Unie. Net zo gemengd wellicht als de Britten.