Noorwegen wil eerste land zonder contanten worden

Je hoeft geen geld af te halen, zeg ik altijd als één van de eerste dingen tegen buitenlandse bezoekers. Het lijkt normaal voor wie in Noorwegen woont, maar bezoekers verbazen zich er vaak over dat je hier zelfs een koffie of ijsje met kaart of met je mobieltje kunt betalen.

Dit artikel is oorspronkelijk besteld door de Nederlandse Club Oslo en verscheen eerst in De Hollandse Nieuwe.

Over drie jaar zullen winkels niet langer munten en bankbiljetten moeten aannemen, als het van de Noorse premier Erna Solberg afhangt. Tegen 2030 wil ze dat het land volledig contantloos is. Noorwegen en Zweden zijn goed op weg om de eerste contantloze landen ter wereld worden.

Volgens Zweedse en Deense onderzoekers hoeft het zelfs niet meer zo lang te duren: zij hebben uitgerekend dat er over vijf jaar, om precies te zijn op 24 maart 2023, in de praktijk geen contanten meer zullen worden gebruikt.

De babysit betalen, lotjes kopen van de buurkinderen of een stukje taart op het schoolfeest, tot zelfs de offergang in de kerk – het kan allemaal met de smartphone.

Slechts 1 op 4 betaalt nog cash

Cash verliest immers razendsnel terrein. Contanten staan nog slechts voor 2% van de totale geldsomloop in Noorwegen, of één op de vier transacties. 85% van de Noren betaalt met kaart in de supermarkt, aldus een recent onderzoek.

Niet alleen de regering, ook de winkels en banken willen graag van het baar geld af: ze verliezen immers veel tijd met die biljetten en munten. Bovendien is het goed tegen fraude en misdaad: wat je met kaart betaalt, wordt immers automatisch geregistreerd.

Ook mobiel betalen zit in de lift. Eén op de twee Noren gebruikt reeds de app Vipps om kleinere bedragen over te maken aan vrienden of bekenden. De babysit betalen, lotjes kopen van de buurkinderen of een stukje taart op het schoolfeest, tot zelfs de offergang in de kerk – het kan allemaal met de smartphone.

Noorwegen en Zweden lopen voor op de andere Europese landen als het op elektronisch betalen aankomt. De Noren betalen dubbel zo vaak met kaart als de Nederlanders, en drie keer zoveel als de Belgen. Gemiddeld gebeuren nog 80% van de aankopen in de eurozone met cash volgens een studie van de Europese Centrale Bank, vooral de kleinere aankopen onder de 15 euro.

Toch nog nieuwe bankbiljetten

Toch verwacht de Noorse centrale bank verwacht dat we nog een tijd biljetten en munten in onze portefeuilles zullen houden. Ze heeft net mooie, nieuwe Noorse bankbiljetten in omloop gebracht.

_globalassets_upload_images_sedler_mynter_nyseddelserie_pressebilder_100_200_3_2
De nationale bank verwacht dat de Noren deze nieuwe bankbiljetten nog een eindje zullen gebruiken. Foto: Norges bank.

Niet alle Noren zijn even enthousiast over elektronisch betalen. Vele duizenden tegenstanders hebben zich verzameld in Facebook-groepen zoals Ja aan contanten! en Nei aan de contantvrije samenleving!

Wat met de privacy, vragen ze zich af? Willen we dat de banken informatie hebben over alles wat we aankopen? En wat met de veiligheid? Waarmee moeten we betalen in geval van een hacking of een stroompanne? Kunnen de banken dan nog voldoende kontanten verschaffen?

Slecht nieuws voor bedelaars en kinderen

Bovendien sluit de contantloze samenleving bepaalde groepen uit, vinden de critici. Wat met ouderen die niet meer meekunnen met al die nieuwe technologische oplossingen, of mensen met een verstandelijke of lichamelijke beperking? Zonder contanten wordt het voor sommigen ook moeilijker om hun budget onder controle te houden.

Hoe betaal je bedelaars en straatmuzikanten als je geen geld meer op zak hebt? Ook mijn kinderen vinden het maar niks dat we geen muntjes of briefjes meer in hun spaarpot kunnen stoppen.

Het debat over de contantloze samenleving is dus nog niet afgelopen. Maar ikzelf heb geen nieuwe bankbiljetten in mijn portefeuille zitten: ik zweer bij het gemak van elektronisch of mobiel betalen.

Hoe overleven in de sneeuw

Mijn bezoek uit België, gepland voor deze week, geraakt niet in Oslo omdat het heeft gesneeuwd in Brussel. Honderden vluchten vanop Zaventem waren gisteren geannuleerd en ook het openbaar vervoer en andere verkeer draaide in de soep. Ook in Oslo heeft het gisteren vijf centimeter gesneeuwd. Maar hier gaat het leven gewoon door. Hoe doen die Scandinaviërs dat dan?

De Noren hebben natuurlijk méér en betere uitrusting om sneeuw te ruimen. Zelf heb ik ’s winters twee verschillende sneeuwschoppen en een hele resem aan ijskrabbers bij de hand.

De luchthaven van Oslo heeft maar liefst zeventig sneeuwschuifmachines en 250 personeelsleden om de luchthaven operationeel te houden tijdens de winter. Eén daarvan is een monstersneeuwruimer, die per seconde een volume sneeuw ter grootte van een personenwagen wegblaast.

Als het sneeuwt, rijden de sneeuwruimers in een treintje uit en een kwartier later is de landingsbaan sneeuwvrij en gestrooid. Zo rijden ze urenlang rond, tussen de vliegtuigen, en zorgen ervoor dat er altijd één landingsbaan vrij is. Er worden hier maar zelden vluchten afgeschaft bij sneeuwval en de vertragingen blijven meestal beperkt. De aanpak van de luchthaven van Oslo oogst internationale bewondering: buitenlandse delegaties komen hier op bezoek om te leren van de ervaring van Oslo.

Op kleine luchthavens is de capaciteit natuurlijk minder groot. Maar ook daar blijft het vliegverkeer meestal doorgaan. Ik herinner me een kerstvakantie, enkele jaren geleden, toen het ook enkele centimeters had gesneeuwd in Brussel. Wij hadden in België de grootste moeite om op de luchthaven te raken en ook ons vliegtuig vertrok met uren vertraging. De weinige sneeuwschuivers en dooimachines op de luchthaven van Brussel draaiden overuren.

Toen ik twee uur later vanuit het vliegtuigraampje de landingsbaan in Noorwegen zag liggen, helemaal wit gesneeuwd, vreesde ik dan ook dat het vliegtuig rechtsomkeer zou maken. Maar de piloot landde zonder gedoe op de sneeuw en een halfuurtje later stonden we mét onze bagage aan de uitgang van de luchthaven.

Frogner_Lovenskiolds-gate_vinter_foto_Anna Pavlyuc
Sneeuw in Oslo. Foto: Anna Palyuchkova, via VisitOslo.com.

Noorwegen heeft namelijk tonnen plannen en routines uitgewerkt om de sneeuw te baas te kunnen. Aan het begin van de winter gaat het altijd met horten en stoten, maar zo gauw iedereen beseft dat Koning Winter weer in het land is, loopt het verbazend gesmeerd ondanks al die sneeuw die we hier te verwerken krijgen.

Het wegennet in dit langgestrekte land is bijzonder groot. Het nationale wegenagentschap is verantwoordelijk voor de hoofdwegen (57000 km); de gemeenten voor de secundaire wegen, fietspaden en voetpaden. Er zijn verschillende regels voor de verschillende wegen.

Enkel de drukke hoofdwegen worden volledig sneeuwvrij gemaakt.  Daarvoor zijn ruim honderd firma’s aangesteld, die sneeuw ruimen en zout strooien. Vorige winters hebben sneeuwruimers 21 miljoen km afgelegd, 231000 ton zout gestrooid en 943000 ton zand.

Enkel de drukke hoofdwegen worden helemaal sneeuwvrij gemaakt. In mijn residentiële straat wordt er nooit zout gestrooid en slechts af en toe sneeuw geruimd (als er meer dan 5 cm ligt). Soms wordt er zand of kiezeltjes gestrooid, als het te glad wordt. In veel gemeenten is dat een taak voor de boeren, die ’s winters niet op het land kunnen werken.

Voet- en fietspaden worden ook sneeuwvrij gemaakt, vaak eerder dan de hoofdwegen. In mijn gemeente zegt het reglement dat er ten alle tijde slechts 2 tot 3 cm sneeuw op het voetpad mag liggen en dat voet- en fietspaden minimaal elke 3 uur moeten worden geruimd.

In Zweden was er vorig jaar heel wat ophef over het zogenaamde gender-neutrale sneeuwschuiven, na grote sneeuwchaos in Stockholm. In plaats van grote wegen en bouwplaatsen als eerste te vegen, krijgen stoepen, fietspaden en de gebieden rondom ziekenhuizen meer prioriteit. Ouders brengen vaak eerst hun kinderen naar school of de crèche, dus daar wordt als eerste geveegd, waarna de wegen en werkplekken vrij gemaakt worden.

Dat zou de vrouwen die vaker te voet gaan dan mannen alsook de typisch vrouwelijke arbeidsplekken zoals ziekenhuizen en scholen bevoordelingen, vandaar de naam gender-neutraal of feministisch sneeuwschuiven. Dat nieuwe beleid is de afgelopen jaren in steeds meer Zweedse steden ingevoerd, ook in Stockholm. Maar volgens critici zorgde die aanpak net voor de grote sneeuwchaos vorig jaar in de hoofdstad.

Het blijft natuurlijk eerst en vooral de verantwoordelijkheid van de chauffeurs om hun rijstijl aan te passen. Hier moet je een slipcursus en een cursus rijden in het donker volgen om je rijbewijs te halen. Ikzelf vond de slipcursus bijzonder nuttig! En alle wagens hebben winter- of spijkerbanden. Die zijn overigens ook hier niet verplicht, maar zonder winterbanden geraak je nergens.

Dus reizen en werken bij sneeuwval is een combinatie van voorzichtig zijn, plannen en goede uitrusting. Wellicht zijn dat  punten waar men in Scandinavië over het algemeen sterker op scoort dan in België 🙂

 

Naar de rechtbank tegen olieboringen

Terwijl in Duitsland alle landen samen waren voor internationale klimaatonderhandelingen, kwam in de rechtbank van Oslo een opmerkelijke zaak voor: twee milieubewegingen hebben de Noorse staat voor het gerecht gedaagd om nieuwe olie- en gasboringen in het noordpoolgebied te stoppen.

Dit artikel verscheen eerst op vrtNWS.

“Noorwegen heeft het Klimaatakkoord van Parijs ondertekend dat ons verplicht om de opwarming van de aarde onder de twee graden te houden. Maar een half jaar later reikt de regering toch 10 nieuwe licenties uit om naar olie en gas te boren in het Noordpoolgebied. Wij stellen die hypocrysie aan de kaak,” zegt Truls Gulowsen van Greenpeace Noorwegen – één van de twee milieuorganisaties die de rechtszaak hebben aangespannen.

Tweehonderd schrijvers en acteurs steunen de rechtszaak, onder hen bekende namen zoals Karl Ove Knausgaard, Jostein Gaarder en Emma Thompson.

De rechtszaak gaat over de zogenaamde 23ste licentieronde – de beslissing van de Noorse regering in 2016 om nieuwe exploitatievergunningen toe te kennen in een vooralsnog ongeroerd deel van de Barentszzee.

Lees ook: Noorwegen – oliebaron of groene ridder?

Het is de eerste keer dat een nationale rechtbank moet oordelen of olieboringen in strijd zijn met klimaatbescherming. Internationale media, juristen en milieubeweging volgen de zaak met grote interesse.

Over de hele wereld stappen almaar meer milieuorganisaties naar het gerecht om hun overheden tot actie te dwingen, geïnspireerd door het succes van de Urgenda-zaak in Nederland. Ook in België loopt een gerechtelijke procedure van de Klimaatzaak tegen vier Belgische overheden. (Lees ook interessant artikel hierover in The Economist)

Ongrondwettelijk

De milieubewegingen baseren hun klacht op een artikel uit de Noorse grondwet (artikel 112), dat zegt dat elke Noor recht heeft op een gezond leefmilieu en dat de natuurrijkdommen beschermd moet worden voor de toekomstige generaties. Het artikel verplicht de overheid om maatregelen te nemen om die grondrechten te vrijwaren.

“Politici hebben milieuparagraaf niet voor niets in de grondwet gezet en onlangs nog versterkt. Dat geeft ons het recht om via het gerecht domme beslissingen van de politici te stoppen,” aldus Gulowsen van Greenpeace.

Laat politici beslissen

Volgens de tegenpartij, de Noorse staat, maakt de milieubeweging weinig kans om te winnen.

Fredrik Sejersted, regeringsadvocaat, meent dat de klagers het milieuartikel in de grondwet te ruim interpreteren: “De grondwet verbiedt geen activiteiten die schade kunnen berokkenen aan het milieu of het klimaat. Er staat alleen dat de staat maatregelen moet nemen om eventuele schade te voorkomen.” Dat heeft de overheid gedaan bij de toekenning van de boorvergunningen, aldus de regeringsadvocaat.

De zaak krijgt voorlopig ook weinig aandacht in de Noorse media. Veel commentatoren vinden, net als de regeringsadvocaat, dat de beslissing om al dan niet naar olie te boren bij de politici moet liggen, en niet bij het gerecht.

“De beslissing om naar olie te zoeken in de Barentszee wordt gesteund door een brede politieke meerderheid. Het parlement heeft zowel in 2010 als in 2013 voor de uitbreiding van onze olieactiviteiten gestemd. De wetsvoorstellen van twee groene partijen om de olieactiviteiten in de Barentszee te stoppen, werden tweemaal door een grote meerderheid weggestemd. De politieke context is nu niet anders,” schrijft de regeringsadvocaat in zijn uiteenzetting over de zaak.

Schuldig bevonden door een volksjury

Volgens de milieubeweging is echter er iets veranderd na het Klimaatakkoord van Parijs. In een opiniepeiling die deze zomer verscheen in de Noorse krant Dagbladet, zei  voor het eerst een (kleine) meerderheid van de ondervraagden dat ze olie willen laten liggen om het klimaat te beschermen.

Trial of the Century photo by Ole-Gunnar Rasmussen-7
Het publiek van de theatervoorstelling “De zaak van de eeuw” oordeelt of de Noorse staat naar olie mag boren in het noordpoolgebied. Foto credit: Barentsspektakel.no.

In februari werd reeds een oefensessie van de rechtszaak gehouden in een spectaculaire theatervoorstelling in Kirkenes, in het Noordpoolgebied. “De zaak van de eeuw” bracht beide partijen en getuigen samen in een rechtszaal gehouwen uit 190 ton ijs.

De volksjury oordeelde, in tegenstelling tot de regering en parlement, dat Noorwegen de olie moest laten liggen. Het valt af te wachten of de milieubeweging ook de professionele rechters aan zijn kant kan krijgen in de echte klimaatrechtszaak. De uitspraak volgt over enkele weken.

Noorse olieactiviteiten in de Barentszzee

De Barentszzee ligt in het Noordpoolgebied, tussen de noordelijke 
grens van Noorwegen, Rusland en de eilandengroep Spitsbergen. Er 
wordt al bijna 40 jaar naar olie gezocht. Volgens schattingen van 
de Noorse overheid liggen er 18 miljard vaten olie onder het Noorse
stuk van de Barentszzee. Twee olievelden (Snøhvit en Goliat) pompen 
reeds olie op en er zijn verschillende andere oliebronnen ontdekt. 

1980 - Eerste prospectiebron
1981 - Eerste olie ontdekt
2000 - Ontdekking van het Goliat-veld
2002 - Snøhvit-veld krijgt een exploitatievergunning
2007 - Snøhvit start productie
2011-12 - Statoil vindt twee nieuwe bronnen (Johan Castberg)
2013 - Nog twee bronnen ontdekt door Lundin en OMV
2014 - Regering opent nieuw gebied voor prospectie (licentieronde 23)
2016 - Goliat-veld start productie
2016 - Regering kent 10 nieuwe licenties toe (licentieronde 23)
2016 - Milieuverenigingen dagen de Noorse staat voor het gerecht
2017 - Regering opent 93 blokken voor prospectie (licentieronde 24)
2024-34 - Verwachte exploitatiestart voor licentieronde 23

Bron: Teknisk Ukeblad & Financial Times

 

Minder auto’s in vijf stappen

Enkele weken geleden was ik terug in Brussel en werd overrompeld door het verkeer. Het aantal auto’s in de stad en de files lijken alleen maar te groeien. De bus stond vast en toen ik te voet verder ging, pakte de slechte lucht pakte meteen op mijn longen.

In de Noorse hoofdstad rijden er opvallend minder auto’s. Tegen 2030 wil Oslo het autoverkeer met een derde verminderen en het stadsbestuur neemt daartoe drastische maatregelen.

Hier volgen vijf ideeën die als inspiratie kunnen dienen voor andere steden.

Stadstol

Op zo goed als alle invalswegen naar Oslo moet je tol betalen. Je betaalt 49 Noorse kroon, ruim 5 euro, om de stad binnen te rijden met een dieselwagen tijdens de spits. Wie via het Westen de stad binnenrijdt moet zelfs tweemaal betalen en telt in totaal 78 kroon of 8,5 euro neer.

Buiten de spits is het wat goedkoper en benzinewagens betalen 1 euro minder dan dieselwagens omdat ze minder vervuilend zijn. Elektrische wagens kunnen voorlopig nog gratis de stad in, maar vanaf 2019 moeten ook die een beperkte stadstol betalen.

VMS uten pris.png (optimized_original)
Op zo goed als alle invalswegen naar Oslo wordt tol geheven – méér in de spits en méér voor dieselwagens. Foto: Fjelllinjen.

De stadstol werd net drastisch verhoogd en er werden ook verschillende tarieven ingevoerd tijdens en buiten de spits, en voor verschillende soorten auto’s.

Eén week na de invoering van de nieuwe tarieven reden er ruim 4000 minder dieselwagens dan voordien de stad binnen op een normale werkdag. Sommige chauffeurs vertrekken vroeger om de piektarieven te vermijden, maar over het algemeen was er minder verkeer en file. Het effect van het rekeningrijden was dus meteen te voelen.

Lees meer over de dieselvrije dag in Oslo in 2016

Bergen, de tweede grootste stad in Noorwegen, verhoogde anderhalf jaar geleden ook de stadstol tijdens de spits. Daar is de filetijd op één jaar tijd maar liefst gehalveerd en is het verkeer in het algemeen met ruim 5% verminderd. Het effect was veel groter dan verwacht, geven experts toe.

Ban het sluipverkeer

Tijdens de spits worden sluipwegen naar Oslo afgesloten met een slagboom. Zo eenvoudig, maar zo effectief. Bussen en fietsen kunnen wel door, maar personenwagens worden afgeleid naar de hoofdwegen, waar de file staat en waar ze tol moeten betalen. Dat maakt de secundaire wegen meteen ook een pak veiliger voor schoolkinderen en fietsers.

IMG_2158

Investeer in openbaar vervoer

Vier op de tien mensen in Oslo gaan met het openbaar vervoer naar het werk. De Noorse hoofdstad heeft een uitgebreid aanbod van metro’s, bussen, trams, ferry’s en voorstadstreinen en het net wordt de komende jaren nog uitgebreid.

Wij wonen op 15 km van het centrum, een stuk buiten de gemeentegrenzen van Oslo. Toch hebben we, op wandelafstand van ons huis, elk kwartier een metro naar de stad. Er zijn ook elk kwartier bussen en treinen. Wie niet naar de halte wil stappen, kan zijn wagen gratis of voor een habbekrats parkeren op de ruime parkeerplaatsen bij metro- en treinstations.

img_2304.jpg
Sinds de invoering van de verhoogde toltarieven laten opvallend meer mensen hun dieselwagen staan en reizen met de metro naar de stad.

Het openbaar vervoer is net, meestal stipt en je kunt betalen via gebruiksvriendelijke apps. Het net wordt (gedeeltelijk) gefinancierd met de opbrengsten van de stadstol.

De bussen en trams hebben overigens eigen rijbanen op de invalswegen en hoofdassen in de stad, zodat ze niet vastzitten in het verkeer. De pendelaars op de treinen hebben gratis internet, dus je hebt de hoofdpunten van het nieuws en je e-mails gelezen voordat je aankomt op het werk.

Stimuleer elektrische wagens

Elektrische wagens rijden (vooralsnog) gratis de stad binnen en kunnen gratis parkeren en laden in Oslo.

10036914164_22ab1feb8c_z
Elektrische wagens kunnen gratis parkeren en laden in Oslo. Foto: Elbilforeningen via Flickr.

Die voordelen, in combinatie met een resem belastingsvoordelen, maken elektrische wagens goedkoper dan benzine- en dieselwagens – zowel in aankoop als gebruik.

Dat leidde tot een boom in de verkoop van elektrische wagens. Eén op de twee inwoners van Oslo die een nieuwe wagen kopen, kiezen voor een elektrisch wagen of laadbare hybride. Ongeveer één tiende van alle auto’s in Oslo zijn reeds elektrisch en Bergen doet het nog iets beter.

Tot voor kort mochten elektrische wagens overigens ook het bussenvak gebruiken om de file te vermijden. Maar intussen zijn er zoveel elektrische auto’s dat ook de bus in de file kwam te staan. Dus elektrische wagens zonder passagier kunnen de OV-strook niet langer gebruiken tijdens de spits.

Beperk het parkeren

Elektrische wagens zijn minder vervuilend dan benzine of dieselwagens, maar het liefst wil het rood-groene stadsbestuur de auto’s zoveel mogelijk weg uit het straatbeeld in Oslo.

Tegen eind volgend jaar wil het stadsbestuur 650 bovengrondse parkeerplaatsen weghalen, om plaats te maken voor fietspaden, terrasjes en speelpleintjes. Vorige zomer zijn reeds in zes proefbuurten de parkeerplaatsen weggehaald; stap voor stap volgen ook de andere centrumstraten.

68740596-2

Hovedbilde.jpg (width940)
Het plein bij het stadhuis van Oslo – vóór en na het weghalen van de parkeerplaatsen. Foto’s: Vidar Ruud / NTB scanpix en Morten Brakestad / Oslo Kommune.

Tegelijk is overal in het centrum betalend parkeren ingevoerd. Je mag nog slechts twee uur bovengronds parkeren, tegen 6 euro per uur. Wie langer wil parkeren, moet in een ondergronds parking, maar ook die zijn peperduur. Bewoners kunnen een bewonerskaart aanvragen maar moeten daar wel ruim 300 euro per jaar voor neertellen.

Gemor

Natuurlijk reageren ook de Noorse automobilisten boos als hun vrijheden worden ingeperkt en als ze dieper in hun portefeuille moeten tasten.

Heel wat chauffeurs zijn ontevreden over de hogere tol om Oslo binnen te rijden. Ze vinden de nieuwe tarieven asociaal: de maatregel zou de rijke Tesla-chauffeurs voortrekken op de armere dieselrijders.

Tesla-chauffeurs zijn dan weer boos over de plannen van de regering om een belasting in te voeren op zware elektrische wagens – de zogenaamde Tesla-tax. Ze krijgen bijval van milieuverenigingen die vrezen dat de Noren geen elektrische wagens meer zullen kopen als het belastingvoordeel vermindert.

De plannen van het stadsbestuur van Oslo om de hele binnenstad (binnen Ring 1) verkeersvrij te maken, haalden vorig jaar nog de wereldpers. Maar intussen zijn de plannen afgevoerd, wegens groot protest van de handelsverenigingen. In plaats wordt het centrum nu autoluw gemaakt door middel van lage-emissiezones en het verwijderen van parkeerplaatsen.

Er is ook gemor over de hoge kost van residentieel parkeren en het weghalen van parkeerplaatsen voor elektrische auto’s.

Oslo zet echter door met zijn plannen om de auto’s zoveel mogelijk uit de stad te bannen, met brede politieke steun (behalve van de populisten van de Vooruitgangspartij). Het stadsbestuur wil namelijk komaf maken met de hoge luchtvervuiling en wil tegen 2020 reeds de uitstoot van broeikasgassen met de helft verminderen.

Oliebaron of groene ridder?

Noorwegen trekt miljoenen toeristen met zijn blauwe fjorden en ongerepte berglandschappen. Het is ook de op één na grootste olie- en gasexporteur in Europa, na Rusland. De parlementsverkiezingen op 11 september zijn bepalend voor de toekomst van de Noorse olie-industrie. Zal de volgende regering nieuwe gebieden vrijgeven voor olieboring? Of zal ze vooral inzetten op Noorwegens groene imago?

Lees ook mijn andere blog over de Noorse verkiezingen: Hoe stemmen   slaan uit de vluchtelingencrisis? Vraag het aan de Vooruitgangspartij

Postkaartje in gevaar

Vooral de Lofoten staan ter discussie. De eilandengroep in het Noorden, met zijn spitse bergtoppen die recht uit zee opstijgen en pittoreske visserdorpjes, is een postkaartje van de Noorse natuur. De Lofoten trekken zo’n half miljoen toeristen per jaar. Hier wordt ook al eeuwenlang skrei gevangen, wellicht één van de lekkerste vissen.

IMG_9219
De Lofoten verkopen al eeuwenlang gedroogde vis aan de hele wereld. Wordt hier binnenkort ook naar olie geboord?

De inkomsten uit visserij en toerisme zijn echter slechts een fractie van wat hier aan olie en gas zou kunnen worden verdiend, aldus de petroleumindustrie. De industrie wil dat de regering toestemming geeft om de olie- en gasreserves in het gebied in kaart te brengen. Eerdere schattingen van het Noorse ministerie voor olie en energie gaan ervan uit dat hier ruim 1,2 miljard vaten olie onder de zeebodem zouden kunnen liggen.

Maar de lokale bevolking en natuurbeschermers willen geen impactstudies. Zij vrezen dat de olie-industrie de kwetsbare natuur kapot zal maken. Al sinds de eerste oliebronnen werden ontdekt in Noorwegen, in de jaren 1970, is er protest tegen olie-activiteiten op de Lofoten. Ook nu, in de aanloop naar de verkiezingen, werden er tal van protestacties georganiseerd.

Nooit eerder zoveel nieuwe oliebronnen aangeboord

Hoe ver naar het Noorden er naar olie en gas geboord mag worden, is al decennialang onderwerp van discussie. De huidige conservatieve regering beloofde vier jaar geleden bij haar aantreden niet te zullen raken aan de Lofoten en de naburige eilanden Senja en Vesterålen. Maar ze heeft wel een groot, nieuw stuk van de Barentszee vrijgegeven voor olie-activiteiten, voor het eerst sinds twintig jaar. Nooit zijn er meer nieuwe oliebronnen aangeboord in het Arctische gebied als onder deze regering.

Olie en gas zijn immers een belangrijke bron van rijkdom, goed voor bijna de helft van de Noorse exportinkomsten en 300.000 jobs. Maar de productie heeft zijn piek bereikt en bovendien zijn de prijzen de afgelopen jaren ook fors gedaald. Dat resulteerde in 50.000 ontslagen in 2015. De olieindustrie wil nieuwe oliebronnen aanboren in het Arctische gebied om de leefbaarheid van de sector te verzekeren. Anders kan Noorwegen de toekomstige gasleveranties aan Europa niet verzekeren, waarschuwt de sector.

Vis of olie?

Politici draaien rond de hete brij: de toekomst van de Noorse olienijverheid was geen groot thema in de kiescampagne.

De oliereserves rond de Lofoten lonken dus. Als de conservatieven aan de macht blijven, willen ze na de verkiezingen een nieuwe haalbaarheidsstudie laten uitvoeren. “De olie-activiteit zou de regio andere, hoogopgeleide jobs brengen,” zei premier Solberg in een interview met de Britse krant The Financial Times. Voor haar vormen de olie-activiteiten geen bedreiging voor het toerisme of de visserij in het gebied. Noorwegen is namelijk specialist in ondergronds olieboren.

Ook oppositieleider Jonas Gahr Støre, een sociaal-democraat die goed op schema ligt om de macht over te nemen na de verkiezingen, wil het gebied bestuderen. Maar de kleinere partijen op rechts and links willen het gebied rond de Lofoten vrijwaren. De vraag of er hier al dan niet naar olie mag worden gezocht wordt wellicht pasmunt in de regeringsonderhandelingen, net zoals vier jaar geleden en bij de regeringen daarvoor.

Smet op het groene blazoen

Intussen gaat Noorwegen ook prat op zijn internationale leiderrol in de strijd tegen de klimaatverandering. In 2007 reikte het de Nobelprijs voor de vrede uit aan Al Gore en de klimaatwetenschappers van de IPCC. Nergens rijden meer elektrische auto’s dan in Noorwegen, dankzij de gulle belastingsvoordelen. De Noorse regering schenkt ook grote sommen geld weg om het regenwoud in Brazilië, Congo of Indonesië te beschermen.

De nieuwe olieboringen in het Noorden zijn een smet op het groene blazoen, waarschuwen klimaatactivisten. In een nieuw rapport “The Sky’s limit” waarschuwt de milieuorganisatie Oil Change International dat een uitbreiding van de Noorse olie-activiteiten in strijd is met het Klimaatakkoord van Parijs. Een groep Noorse milieuorganisaties heeft ook een rechtszaak aangespannen tegen de de nieuwe boorlicenties in de Barentszee. Die zijn in strijd met de Noorse grondwet, aldus de activisten. In november komt de zaak voor de rechtbank.

Ook Nobelprijswinnaars verheffen hun stem. Vijf vrouwelijke winnaars van de Nobelprijs voor de vrede schreven een brief aan de Noorse premier Solberg en oppositieleider Støre, waarin ze vragen om het gebied rond de Lofoten te vrijwaren en geen nieuwe boorlicenties meer uit te delen. In plaats roepen ze Noorwegen op om als eerste land te wereld zijn olie-activiteiten af te bouwen, om de gevaarlijke klimaatverandering te stoppen.

In de kiesdebatten van de voorbije weken blijven de politici echter rond de hete brij heen draaien. Het blijft afwachten voor de inwoners van de Lofoten welk spoor de volgende regering volgt- of Noorwegen verdergaat als oliebaron of als groene ridder.

Dit artikel verscheen eerst bij VRT.

Hoe stemmen slaan uit vluchtelingencrisis? Vraag het aan de Vooruitgangspartij

De Noren trekken maandag 11 september naar de stembus, na vier jaar met premier Erna Solberg. Solberg nam voor het eerst een populistische anti-migratiepartij mee in de regering. Dat heeft de regering geen windeieren gelegd.

 

Lees ook mijn andere blog over de Noorse verkiezingen: 
Oliebaron of groene ridder.

 

“Ik houd van campagne voeren, ondernemers en gewone mensen ontmoeten. Het geeft me energie!” Siv Jensen, de blonde voorzitter van de Vooruitgangspartij (FrP) straalt, als we haar ontmoeten in Oslo bij de start van de kiescampagne, één maand voor de verkiezingen.

Minister Siv

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
FrP-partijvoorzitter Siv Jensen gaf de Vooruitgangspartij een centrale rol in de regering. Foto credit: FrP

Jensen bracht haar partij in 2013 voor het eerst in veertig jaar in de regering. Dat wekte opzicht, ook in de internationale pers. Jensen had immers keihard campagne gevoerd tegen immigratie. Ze zou een einde stellen aan de “stiekeme islamisering” van de Noorse samenleving en extremist Mullah Krekar het land uitzetten.

Vele commentatoren waren dan ook sceptisch toen de conservatieve Erna Solberg een minderheidsregering vormde met de “extreem-rechtse” Vooruitgangspartij.

 

“Ik zou ze niet beschrijven als een extreem-rechtse partij zoals de Zweden-Democraten of het Franse Front National,” zegt politiek commentator Magnus Takvam van de Noorse openbare omroep NRK.

De Vooruitgangspartij stelt zich graag voor als de stem van het Noorse volk. Jensen wil niet vergeleken worden met haar Europese collega’s: “We zijn met geen enkele populistische partij in Europa verwant. We zoeken geen internationale samenwerking.”

Regeringsslijtage

Na vier jaar als minister van financiën is Siv Jensen opvallend milder geworden. Ze spreekt als een bestuurder en schuwt de sterke anti-immigratieslogans die ze gebruikte toen ze nog in de oppositie zat. In de regering moest ze toegevingen doen aan de centrumpartijen, die de minderheidsregering gedoogsteun gaven, en moest ze nieuwe tolwegen en milieubelastingen slikken.

De eerste jaren in de regering verloor de Vooruitgangspartij dan ook aanhangers. Maar toen een vluchtelingenstroom zijn weg zocht naar Noord-Europa in de winter van 2015, keerde de partij terug naar haar lievelingsthema – integratie.

“Toen kwam FrP weer terug,” vertelt commentator Magnus Takvam. “Om stemmen te winnen zijn ze ervan afhankelijk dat hun kernthema op de politieke agenda blijft staan.”

Minister Sylvi 

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
Integratieminister Sylvi Listhaug, ook wel “de Noorse Trump” genoemd, wil migranten liefst weghouden van Noorwegen. Foto credit: Frp

Onder druk van de Vooruitgangspartij werd een nieuwe mininsterpost gecreëerd – de minister voor asiel en migratie, en die post kwam in handen van Sylvi Listhaug, de kroonprinses van de Vooruitgangspartij, die in tegenstelling tot de partijvoorzitster Siv Jensen géén blad voor de mond neemt. De Washington Post noemt Listhaug “de Noorse Trump”.

Ze belooft de asielzoekers “die op een gouden stoel het land worden binnengedragen” hard aan te pakken en wil komaf maken met de “goedheidstirannie” in Noorwegen. Wie daartegen protesteert, wordt door Listhaug weggezet in het “koor van huichelaars”.

Lees ook mijn interview met Sylvi Listhaug in De Standaard (betalend).

Met zowel de ministerpost voor justitie als voor integratie in handen heeft de Vooruitgangspartij duidelijk haar stempel gezet op het beleid. Nooit heeft Noorwegen meer asielzoekers afgewezen en teruggestuurd dan onder de huidige regering. Na de piek van winter 2015, is het aantal nieuwe asielzoekers teruggevallen op een recordlaag niveau. Noorwegen neemt nu minder vluchtelingen op dan Denemarken. Het ligt helemaal onderaan in de Europese rangschikking van aantal vluchtelingen in verhouding tot het BNP en inwonersaantal.

Speelt op twee paarden

De Vooruitgangspartij wil echter een nog strengere politiek voeren en neemt publiekelijk afstand van het regeringsbeleid.

“De partij speelt op twee paarden: ze is tegelijk beleidspartij en systeemkritische partij,” stelt Magnus Takvam vast.

Die strategie heeft partijvoorzitster Siv Jensen geen windeieren gelegd. Ze heeft de voorbije twee jaar het politieke debat in Noorwegen gedomineerd en is erin geslaagd om de aanhang van haar partij te behouden ondanks de regeringsdeelname.

Onmisbaar in regering

Andere partijen in de regeringscoalitie lijken daarentegen een prijs te betalen voor samenwerking met de Vooruitgangspartij. Vooral de twee kleine centrumpartijen krijgen het moeilijk aan hun kiezers uitgelegd waarom ze hebben samengewerkt met de anti-migratiepartij van Jensen en Listhaug. Ze nemen sterk afstand van de Vooruitgangspartij in de kiescampagne, maar voor hun kiezers kwam dat te laat.

Premier Solberg is volgens de peilingen echter aangewezen op de Vooruitgangspartij, als ze aan de macht wil blijven. Solberg ligt nek aan nek met de premierkandidaat van de sociaal-democratische oppositie. Het wordt een ongemeen spannende verkiezing maandag in Noorwegen.

Dit artikel verscheen eerst bij VRT.

Doodsvonnis voor 2500 wilde rendieren

De Noorse minister van landbouw heeft gisteren de opdracht gegeven om 2500 wilde rendieren af te maken in Nordfjella – een berggebied in het centrum van het land. De rendieren  worden opgeofferd om de verspreiding van een dodelijke zenuwziekte tegen te gaan.

Vorig jaar werd bij drie dieren een variant van de dolle koeienziekte, CWD (chronic wasting disease) vastgesteld. Het was de eerste keer dat de ziekte op het Europese continent wordt aangetroffen en ook de eerste keer dat rendieren worden getroffen. De Noorse en Europese veterinaire diensten bevelen drastische maatregelen aan om de erg besmettelijke ziekte uit te roeien.

Volgens biologen zou de ziekte het hele Noorse hertenbestand over 50 tot 150 jaar kunnen uitroeien, als de verspreiding niet wordt tegengegaan. De Noorse autoriteiten hebben schrik dat de wilde rendieren uit Nordfjella (gebied 11 op de kaart hieronder) de ziekte kunnen overbrengen naar de grotere Hardangervidda, een ander natuurgebied in het centrum van het land (zie gebied 7 hieronder).

De ziekte vormt ook een bedreiging voor de rendierteelt in Noorwegen. Het zijn vooral de Samen die rendieren houden, maar rendiervlees is populair over het hele land.

2ad161ea-c054-4038-910c-384592416e04
De tweeduizend rendieren in Nordfjella maken ongeveer tien procent uit van het totale aantal wilde rendieren in Noorwegen. Het is één van de gebieden waar wilde rendieren zijn beschermd (in het groen). Kaart: villrein.no.

Vóór 1 mei volgend jaar wordt dus de hele rendierpopulatie van Nordfjella afgemaakt. Er zijn naar vermoeden maar een klein aantal dieren besmet, tussen de vijf en veertig. Toch moeten alle dieren worden afgemaakt, om de ziekte helemaal uit te roeien. Het gebied moet vijf jaar worden vrijgehouden van rendieren, pas daarna mogen ze terugkeren.

Hoe de dieren zullen worden afgemaakt is nog niet duidelijk: zullen ze worden gejaagd, of bijeengedreven en geslacht in mobiele slachterijen? De overheidsdiensten moeten de komende maand uitmaken wat de beste manier is om alle dieren uit het 3000 m2 grote gebied uit te roeien.

De uitroeiing moet snel gebeuren en op een diervriendelijke manier, aldus de instructies van de minister. Drachtige dieren worden gespaard. Het vlees van de dieren die niet besmet zijn, mag worden opgegeten, verzekert de minister nog. De Europese Commissaris voor voedselveiligheid komt over enkele weken naar Noorwegen om met eigen ogen vast te stellen hoe de uitroeiing verloopt.

De massale uitroeiing van wilde rendieren vormt een domper op de rendiervreugde die het land deze lente heeft ingenomen. Vele Noren hebben de voorbije weken de jaarlijkse rendiertrek in Noord-Noorwegen op de televisie gevolgd. De openbare omroep zond die minuut voor minuut uit, meer dan een week lang. Duizenden kijkers in binnen- en buitenland werden ontroerd deze mooie liefdesverklaring van een rendierherder aan zijn vrouw. Maar voor de wilde rendieren van Nordfjella zijn de wittebroodsweken helaas voorbij.